Laat voor het eten

Fietsverhalen en fietsinformatie

Beetje sneaky

| 2 reacties

De Menenpoort (oostzijde).

Het is wat langer stil gebleven dit keer. Niet omdat er niets gebeurde, maar omdat ik niet gemeld heb wat ik heb toegevoegd. Beetje sneaky dus. In het uiterste geniep heb ik gewerkt aan het verhaal over m’n fietstocht langs de Vlaamse Parallel, in juni 2019. Dat verhaal was gestopt bij een boom van verdriet, langs een smalle beukenlaan zuidwest van Brugge. Daar is het bijna anderhalf jaar blijven steken.

De afgelopen weken heb ik dat verhaal vlotgetrokken. Van het bos naast Brugge ben ik verder gefietst naar de IJzer en naar Diksmuide, om te eindigen op een boerencamping noord van Poperinge, alwaar een vlinderlijke Westhoekse mij een bord spaghetti en twee Leffe Blonds serveerde. En ik daarna heel goed sliep.

Zoals ik in m’n verhalen niet kan verbergen, intrigeert de geschiedenis me. De Tweede Wereldoorlog heeft met ons, Nederlanders, te maken. Verhalen over de meidagen, de strijd om de Grebbeberg en het bombardement van Rotterdam. Het verzet, Soldaat van Oranje, fietsen met houten banden, voedselbonnen en de Hongerwinter. Bij mijn moeder thuis, in Zuid-Limburg, hebben ze een tijd een Britse vlieger in huis gehad die vlakbij was neergestort. Hij schreef in mijn moeders poëzie-album, ik heb het op zolder liggen, na de oorlog hebben mijn oma en opa nog contact met hem gehad. En de razzia’s, de Februaristaking, kamp Amersfoort en Westerbork. De families die niet terugkeerden. Anne Frank. Het is bij Nederland gaan horen, het zit in onze verhalen en in onze families. Maar de Eerste Wereldoorlog is voor ons een oorlog uit de boeken. Van zwartwitfoto’s waarop mannen met antieke geweren en uitrusting met een lege blik in de lens kijken. Die oorlog leeft nog elke dag in de verroeste granaten die de boeren in de Westhoek omhoog ploegen. Die oorlog hangt nog boven het land waar ik anderhalf jaar geleden fietste.

België is voor mij meer dan de zuiderbuur. Ik kom er graag. Ik zie het graag. Ik kan België pas begrijpen als ik kennis gemaakt heb met de gebeurtenissen uit de Groote Oorlog, daarom heb ik veel plekken in West-Vlaanderen opgezocht en erover gelezen. Wat ik bovenhaal is net zo ongelooflijk als die honderdduizenden granaten (of obussen), waarvan tienduizenden nog met chloor- of mostergas gevuld zijn, die in de Vlaamse Velden begraven liggen. Samen met de vele tienduizenden jongens en mannen die ze nooit hebben teruggevonden. Om maar meteen een paar van de duizelingwekkende getallen van die oorlog te noemen.

Ik heb er een beetje werk van gemaakt, van de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog in de Westhoek. Dag 1 van de Vlaamse Parallel is af, dag 2 voor een groot deel. Inmiddels te lezen. Mijn verhaal zal verder gaan, ik zal de oorlog achter me laten en op weg gaan naar Brussel en de Vlaamse Ardennen. Tot snel weer.

2 reacties

  1. Bij “een vlinderlijke Westhoekse” denk ik aan een vrouw uit de Westhoek die beweeglijk, licht, kleurrijk is. De echte betekenis, daar kwam ik niet achter.

    Een mooi woord, vlinderlijk, maar ik vond het niet in het woordenboek. Wat betekent het, is het een woord dat je vaker gebruikt of stond het er ineens?

    • Ha ha, leuk dat het je opviel. Het woord bestaat niet, maar het was het beste woord dat ik kon bedenken om haar te beschrijven. Ze liet met haar lach, haar opgewektheid en goede zorgen de zware gevoelens verdwijnen die ik had overgehouden aan de middag langs de gedenkplekken over de Eerste Wereldoorlog. Een mooie herinnering, bedankt voor je reactie.

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.