Laat voor het eten

Fietsverhalen en fietsinformatie

Dag jaar

| Geen reacties

Polder tussen Bunschoten en Eemnes.

We zijn goed in overleven. ‘We moeten wel’ is niet alleen de realiteit, het past ook precies in die houding. Terwijl Pandemos, de god van alles-wat-niet-doorgaat, met een zwaard alles om zich heen kaal slaat en grote stoppelvelden achterlaat doen we de rits nog een stukje verder dicht en proberen we niet te denken aan de kou. ‘Het is wat het is’ – in gesprekken hebben we de analyse van het afgelopen jaar al klaar.

Totdat de Top 2000 begint en de Sonos ons huis niet met het gebruikelijke StuBru vult, maar met herinneringen. Liedjes die me terugbrengen naar de geuren van gras, naar de warmte van dennennaalden onder de echte boom, naar vakanties en liefdes, naar jeugd en verleden jaren. Naar de momenten die licht en warm waren en waarop de rits niet dicht hoefde. Die liedjes drongen door mijn is-wat-het-is schil. Moeiteloos, genadeloos. Ze ondergroeven m’n muurtje, ze ontregelden m’n strategie. Ze deden het niet met hardheid, maar legden een hand op m’n schouder. Er liep een traan over m’n wang, ik was ineens geen overlever meer maar een mens die verdriet had. Verdriet om wat niet was en verdriet om de pijn van velen.

De andere Kersttijd viel me niet zwaar, ze viel me licht. Ik heb het beleefd als de essentie van wat ik thuis heb. Zo heel anders was het ook niet. Alleen de Sint brengt hier kadootjes (de Kerstman is voor ons een morsige dikke man uit zoete Netflix-films) en eten doen we ook met Kerst thuis (Chicken Ruby uit het Dishoom-kookboek, als je in Londen bent: ga daar eten. Echt). Het was minder druk aan tafel, maar we zaten – hoe bevrijdend – ook minder op de weg. Ik heb na kunnen denken over wat ik wil en ga doen. Geen voornemen maar doen. Me bezonnen op ruis in m’n leven, op stemmetjes die zacht riepen maar waarnaar ik onvoldoende heb geluisterd. Op plussen en minnen, op nieuwe plannen. Dat leverde mooie dagen op, met Elsbeth en onze beide mannen. Er was meer gelegenheid voor de rust waarin gedachten en analyses geboren worden. Terug naar de essentie.

Het afgelopen jaar een verloren jaar noemen is niet eerlijk, daarvoor zijn er teveel mooie momenten geweest. Het afgelopen jaar ‘veel drukte om niet zoveel’ te noemen is niet eerlijk, daarvoor is er bij velen teveel leed geweest. Ik kwam het gedicht tegen dat ik schreef aan het einde van 2004, het jaar waarin mijn vader stierf. Het past niet helemaal op deze jaarwisseling, maar de geest ervan wel. Ik zet het hieronder en wens je vanuit m’n hart een mooi, nieuw en warm 2021 toe.

Dag jaar

Dag jaar
als je straks gaat
vergeet de pijn dan niet
over de grote man die ging,
de vrouw, de jeugd, de plek die ging
neem mee de lange schaduwen
van onmacht, van verliezen
neem mee de vroege koude die
momenten deed bevriezen.

Dag jaar
als je straks komt
vergeet het licht dan niet
het lichte licht, het nieuwe licht
dat knoppen weer doet zwellen
breng opnieuw de lieve warmte mee
de nieuwe warme warmte mee
die moed en hoop doet wellen.

Dag jaar, dag nieuwe lichte jaar
ja als je komt, als je straks komt
zul je de scherpe kantjes wissen.

Dag jaar, dag oude zware jaar
ja als je gaat, als je echt gaat
zal ik je toch missen.

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.