Laat voor het eten

Fietsverhalen en fietsinformatie

De Maasroute | Dag 2

Foto hierboven: blik op het dal van de Mouzon vanaf de D1, een paar kilometer ten zuiden van Neufchâteau.

Ontbijtstilleven en herfstsferen.

Er hangt nevel tussen de bomen en heggen. “Comme l’automne” zeg ik tegen de vrouw van de camping die bij de tafel op het terras komt staan, de tafel waaraan ik zit te ontbijten. Het lijkt wel herfst. Ze is niet groot, energiek, met krullen en een open gezicht. Zo ken ik ze, de kwieke vrouwen die de Franse municipals, gemeentecampings, beheren. Aardig, hartelijk, zorgzaam. Ze vertegenwoordigen geen bedrijf, maar de plek waar ze wonen. ’s Morgens komen ze van huis, ’s avonds laten ze de camping in vertrouwen achter, het vertrouwen dat je op campings als deze krijgt. Net kwam ze voorbij in haar Fiat Ducato, met een andere campinggast die ze ergens naartoe bracht. Ze stopte om de slagboom omhoog te laten gaan, keek opzij, zwaaide naar me en gaf me een grote glimlach.

Mild

Terwijl ik in alle rust m’n spullen inpak blijft ze nog even staan praten. We hebben het over de zomerdrukte die stilaan begint, het milde juniweer, over Bourbonne-les-Bains. Ik vind de juiste woorden, af en toe grijp ik terug op het Engels. Ze was hier vroeg en had al gezien dat ik m’n fiets onder het afdak van het receptie-en-kioskgebouw had gezet. Uit voorzorg, het zou gaan regenen, die regen is niet gevallen. Ze vult m’n bidons zodat ik niet naar het sanitairgebouw hoef te lopen. Ik bedank haar, start m’n gps en fiets om acht uur de camping af, de ochtendnevel in.

De lucht ruikt naar najaar, de mooiste sfeer om ’s morgens in wakker te worden en te beginnen met fietsen. We hebben net de langste dag gehad, het lijkt alsof de zomer alweer voorbij is. Als we de warmte van juli en augustus zouden overslaan en het najaar nu zou beginnen, zou ik dat niet eens erg vinden. Terwijl de zomerdagen van schoolvakantie en met z’n vieren weggaan nog moeten komen.

Boulangerie Le petit mitron, Bourbonne-les-Bains.

Verbinding

Eerst de logistiek regelen en een bakker zoeken. De dichtstbijzijnde boulangerie, een paar honderd meter verderop, is het enige gekleurde gebouw tussen de grijze cementen gevels van de uitgestorven Rue Général Maistre. Als een baken van wat goed is in het leven. Met een zak vol broodjes en andere dingen die in de vroege ochtend gebakken zijn kom ik weer naar buiten. Iemand houdt de deur voor me open, “merci bien monsieur”, we groeten. Een klein tafereel, in een onbekende straat van een kleine Franse stad. Ik houd van dit land. Het is vertrouwd, het voelt dichtbij.

Ik doe m’n licht aan en ga de D417 op.

Plateau

De weg gaat omhoog, m’n gps piept voor een klim van 130 meter. Uit de nevel doemen autolichten op, het zijn er niet veel, op deze zaterdag is er weinig woon-werkverkeer. De D417 gaat door een bos, waarvan het goed is dat ik het niet als slaapplek had bedacht, er zijn geen paden waarmee je tussen de bomen kunt verdwijnen. Ik ga naar 438 meter, met het klimmen van de weg komt die boven de nevelflarden uit en wordt een kobaltblauwe hemel zichtbaar. Als ik na een kleine afdaling de bosrand passeer is de lucht vol van helder zonlicht en sta ik oog in oog met een breed, diep en vlak landschap: het Plateau van Langres. Ik stop voor het uitzicht en het moment, maak een foto en fiets verder met het geluk op m’n gezicht.

Rivieren en waterscheidingen

Het Plateau van Langres (naar de gelijknamige stad, ommuurd en op een heuveltop) is een bijzondere hoogvlakte. Niet door z’n – bescheiden – hoogte, noch door een opvallende landschappelijke schoonheid. Wel omdat op het plateau maar liefst acht rivieren ontspringen, die afwateren op drie verschillende zeeën. Ten zuiden van het dorp Récourt (twintig kilometer ten noordoosten van Langres) ligt op 453 meter hoogte een hydrografisch tripelpunt. Een regendruppel die ten zuiden ervan neerkomt gaat via sloten en de Vingeanne of de Tille naar de Saône en (voorbij Lyon) de Rhône naar de Middellandse zee. Een druppel die een weiland verderop, ten westen van het punt, neerkomt gaat met Aube, Marne, Seine, Ource of Aujon richting Het Kanaal. Kom je als regendruppel ten noorden van het punt neer, dan drijf je uiteindelijk met de Maas mee richting de Noordzee (Bron: onder andere dit artikel).

Plateau van Langres, kijkend in westelijke richting. Pouilly en de Maasbron liggen rechts van de foto.

De plek en de foto’s

Na anderhalve kilometer is er een afslag, met een bord dat aangeeft dat het gaat beginnen: Source de la Meuse, de afslag is naar de D130B. Het is alsof ik over een beroemde avenue in een grote stad rijd. Dit is ‘m dus, de weg die ik thuis met Google street view heb bekeken, de weg met de plek waarvan alle Maasfietsers een foto hebben gemaakt. De weg met de bron.

De realiteit is, allicht, een gewone kleine Franse D-weg, waar niets meeslepends aan te zien is. Rechts zie ik een groepje bomen, een bord, een hek, een fiets, nog een fiets. Het vreemde is dat het er anders uitziet dan op al die fietsersfoto’s. En toch is het echt de bron, zie ik als ik m’n fiets tegen het hek zet. Het is iets na negenen, ik zit op 409 meter, ik heb mijn routestartpunt bereikt.

Vreemd

Er loopt een pad naar beneden, aan het verse gravel is te zien dat deze plek er nog maar kort is. Ze hebben het hier opnieuw ingericht, opgewaardeerd van een soort grote grafsteen naar een heiligdommetje. Uit een natuurstenen muur komt een ienieminie stroompje, dat in een kleine vijver wordt opgevangen. Ernaast hangt een plaquette, dezelfde als op de steen die hier stond, met daarop de loop van de Maas. Het ziet er mooi uit, een echt monument, maar als ik een paar stappen achteruit zet zie ik dat het ook vreemd oogt. Heel vreemd zelfs. Ik kan niet bogen op een rijke waterbouwkundige kennis, maar ik heb een half mensenleven geleden wel natuurkunde gehad. Waarvan ik onthouden heb dat dingen naar beneden vallen, niet naar boven. Meneer Newton maakte daar een wet van, die door de mensheid met algemene stemmen is aangenomen.

Het stroompje met het prille Maaswater (dat nog van niks weet) begint zo’n anderhalve meter onder het niveau van de weg en wordt dan verondersteld via een greppel, omhoog, ernaartoe te lopen. Bij de weg aangekomen gaat het water via een smalle sloot richting het dorp dat verderop te zien is: Pouilly-en-Bassigny.

De ondiepe greppel naast de rode aarde rechts op de foto leidt naar een droge sloot langs de weg.

De (dalende) D130B naar Pouilly-en-Bassigny.

Onontdekt

Er loopt helemaal geen water door de greppel richting de sloot. Die staat droog, er lijkt nooit water in te hebben gestaan. Koekoek, logisch, de zwaartekracht verhindert dat. Dat heeft, bedenk ik me, verregaande gevolgen: geen water door de sloot, geen water door de Maas. Ik ben een grootschalig bedrog op het spoor, dat jarenlang onontdekt is gebleven. De treinreis, de moesonbui, de herfstnacht in Bourbonne, het is allemaal voor niets geweest.

Belangrijker

En toch is het leuk om hier te staan. Een fietser komt aangereden en zet z’n fiets tegen het hek. Een gesprek ontstaat. Hij heet Bastiaan, komt uit Rotterdam en gaat de Maasroute fietsen richting de stad waarin hij woont. Hij vraagt of ik ook net uit de bus ben gestapt die hem afgelopen nacht naar Langres heeft gebracht. Een fietsbus van Cycletours met aan boord een groep Nederlandse fietsers die vanochtend in Langres met hun tocht zijn begonnen. Die fietsers komen een voor een het veldje op gereden, onder hen ook een stel oudere dames op e-bikes. Niets voor mij, ik houd te veel van de inspanning die me balans en ontspanning brengt, en van het gevoel alles op eigen kracht te doen. Maar ik weet ook dat als het moment gekomen is dat het me niet meer lukt om zonder hulpmotor de wereld in te fietsen, ik dezelfde dag nog een e-bike koop. De vrijheid die het fietsen geeft is belangrijker, de trots die ik zal voelen is die van het onderweg blijven zijn.

Startschot

Een denkbeeldig iemand geeft een startschot, ik zeg Bastiaan gedag (“we komen elkaar vast nog tegen”) en fiets richting Pouilly-en-Bassigny. De sloot langs de weg blijft droog, bij de eerste huizen van het dorp verdwijnt de sloot zelfs helemaal. Bedrog, niets dan bedrog. Het spijt me, beste lezer.

Dit is niet het hele verhaal. Wat bij de bron moeilijk te zien is, is dat de weg naar het dorp licht daalt. Kennelijk precies genoeg om, als de bron er zin in heeft en meer water produceert, het water toch via de greppel naar de sloot en daarna verder naar het dorp te voeren: het water gaat niet omhoog, de weg gaat naar beneden. Bij het dorp aangekomen gaat het Maaswater ondergronds, daarom is de Maas in Pouilly niet zichtbaar. Zie de kadertekst hieronder voor meer uitleg.

Behalve bron nr. 1 heeft de Maas in Pouilly nog twee (ondergrondse) bronnen, beide op privéterrein en niet toegankelijk. Noord van het dorp ligt nog een vierde bron, waarvan het water niet via het dorp in de Maas stroomt. Ook zijn er afwateringssloten (vooral de Paramelle-sloot) die veel Maaswater leveren. In Pouilly is de Maas niet zichtbaar, het water van de drie bronnen loopt daar ondergronds. Ten westen van het dorp komt de Maas, niet meer dan een beek, boven de grond. De groene lijn is de Maasroute (klik = groter).

Bronnen, een Belg en het monument

Met dank en lof aan de schrijver van de studie in dit artikel, waaruit ik geput heb.

Dat het monument aan de D130B er staat is te danken aan een doortastende priester-geoloog uit Liège (Luik). Dat we dit ‘de’ bron van de Maas noemen komt ook door hem. Maar dat was lange tijd niet zo. En nu we het er toch over hebben: ‘de’ Maasbron bestaat niet, de Maas heeft er meerdere.

Abbé Justin Evrard (1909-1991), pastoor in Mons-lez-Liège, beloofde op zekere dag aan zijn dierbare parochianen dat hij de oorsprong van de Maas, de rivier die langs het dorp stroomde, zou vinden. Evrard was behalve priester ook geoloog, dus zo vreemd was die uitspraak niet. In 1967 reisde hij, volgens sommigen te voet, naar het Plateau van Langres. Naar verluid zou in Pouilly-en-Bassigny, gemeente Le Châtelet-sur-Meuse, de Maasbron liggen. De dorpelingen wisten dat al lang (en heel zeker), maar de buren dachten er anders over: er waren meer dorpen die claimden dat op hun grondgebied de Maas ontsprong.

Gewapend met houweel en wandelstok onderzocht hij de omgeving, sprak met dorpskinderen en de burgemeester en kwam uit bij een plek aan de D130B waar water uit de grond opborrelde. Prompt gleed hij uit en kreeg natte voeten, maar dat is een ander verhaal. Hoewel hij in Pouilly ook andere bronnen als Maasbron kon aanwijzen, plekken die bij de dorpsbewoners en ook bij het kadaster en sommige cartografen bekend waren, identificeerde hij de bron aan de D130B als ‘Bron nr. 1’ (Source no. 1). Het was de hoogst gelegen bron (op 409 meter) van het stel, en bovendien lag hij het verst van de monding. Het IGN kon zich daarin vinden, zodat bij die plek op de Franse topografische kaart voortaan ‘Source de la Meuse’ staat: de bron van de Maas.

Maar Evrard wilde meer. De Maasbron had geen monument, de bronnen van andere grote Europese rivieren hadden dat wel. Hoewel de gemeenteraad meteen vóór was, wierp de burgemeester tegen dat hij er geen geld voor had. Dus ging de priester uit Liège fondsen werven, in zijn eigen stad en in andere belangrijke steden en rivierhavens langs de Maas. Hij kreeg het geld bij elkaar, waardoor op 30 mei 1980 het monument bij bron nr. 1 werd ingehuldigd, een grote steen direct boven de opvangbak uit 1880. Op een bronzen plaquette, gemaakt door een industrieel uit Flémalle, stond de loop van de Maas van bron tot monding afgebeeld. Geen man trotser dan Justin Evrard. Belg, priester, geoloog en voortaan dorpsheld van Pouilly-en-Bassigny.

Het huidige, opnieuw ingerichte monument staat er sinds eind 2021, met dezelfde plaquette, boven dezelfde bron.

Voorbij Pouilly.

Rennen!

Het weer is een feest, met een blauwe lucht en sneeuwwitte wolken. Het zal 24-25 graden zijn, met een zon die best sterk is, ik heb m’n hoed op. Het land is niet zomer-droog, na een paar meter door de natte kleiberm bekogelen m’n banden me met steentjes en klonten klei. Ik stop voor een foto van de eerste kilometers. Een groep koeien in het weiland naast me kijkt me eerst aan en slaat daarna op hol, in wilde galop naar de andere kant van het weiland. “Mens, mens! Hij stopt, hij gaat iets doen, we weten niet wat, misschien iets heel engs. Rennen meiden, rennen!” Bij de omheining aan de andere kant stopt de groep, kijkt om zich heen, lijkt na te denken en rent dan terug, mijn kant op. “Er staat hier een hek, we kunnen niet verder! Maar wacht, dat geldt ook voor die mens, die kan door het hek toch niet bij ons komen? Oh ja. Terug, allemaal terug, snel, kijken wat-ie gaat doen!” Fietsen is veel leuker met koeien als toeschouwers.

Eerste

Bij Lécourt staat een kapel met een Mariabeeld, ik zeg een gebedje voor een behouden reis, er wachten me nog ruim duizend fietskilometers. In Provenchères-sur-Meuse passeer ik een brug over een smalle stroom. Er staat – zoals meestal bij kleine bruggen als deze – geen bord bij, ik kijk op de kaart. Het is de Maas, dit is de eerste Maasbrug op de route en de eerste keer deze tocht dat ik de beginnende rivier tegenkom. Dat de Maas niet droog staat is het klinkende bewijs dat ze meer bronnen heeft dan de falende Source no. 1.

Maasbrug bij Provenchères-sur-Meuse. Niet de eerste Maasbrug (die ligt net buiten Pouilly, op een wandelpad door de weilanden), wel de eerste Maasbrug op de route.

De Maas als kikkervisjes-sloot, bij Damphal.

Belofte

De route gaat de A31 over. Nog een plek voor een foto. Hier ergens moeten we in mei dit jaar gereden hebben, op weg naar huis, toen ik om me heen kijkend dacht ‘daar wil ik fietsen’. Nu sta ik hier en fiets ik hier. Het landschap is zo mooi als ik hoopte. Niet naar-adem-happend mooi, maar bescheiden en aangenaam, z’n belofte waarmakend.

De mooie plaatjes blijven komen. Na de A31 steek ik nog een keer de rivier over, die als een sloot tussen de weilanden door kronkelt. Zo’n sloot waarin je als kind kikkervisjes vangt. De wolkenlucht, het lege landschap, de stilte op de weg, moeilijk voor te stellen dat dit zal uitgroeien tot de grote rivier die over meer dan negenhonderd kilometer de Noordzee in stroomt. Dat is uiteindelijk de magie van de Maasroute, de transformatie van babystroompje naar volwassen rivier.

Nieuw

Terwijl ik de foto maak fietst Bastiaan me voorbij, we zwaaien, “misschien tot straks!” Hij wordt gevolgd door een vrouw en een man op bagagefietsen met een aanhanger en een kind achterop. Zoveel mede-fietsers is nieuw voor me. Op de bijna 2200 kilometer naar Rome ben ik er welgeteld vijf tegengekomen. Op de eerste twintig kilometer vandaag al zo’n vijftien, de meesten in tegengestelde richting, van noord naar zuid. Die zijn er bijna. Ik hoef er nog lang niet te zijn.

Vriendschap

In Lénizeul houd ik een eetpauze. Bij de kerk vind ik traptreden waarop ik kan zitten en struiken waarop ik alles wat moet drogen kan uitspreiden. Een nieuwsgierig hondje deinst eerst terug als ik opsta, maar overwint z’n angst, komt naar me toe en maakt contact. Lang duurt de nieuwe vriendschap niet, de pauze en de zon hebben hun werk gedaan, ik stop m’n spullen in de tas en stap op. Terwijl ik het dorp uit fiets hoor ik getik van pootjes op het asfalt. Het hondje volgt me, helemaal blij. Dat gebeurt wel vaker, maar als ik voorbij een erf of bebouwing ben gaan honden altijd weer terug naar waar ze thuis horen. Deze doet dat niet.

De beige brigade kijkt belangstellend toe, het zal ook niet.

Hij of zij blijft me volgen, honderden meters, tot ver voorbij het dorp. ‘Dadelijk is hij de weg kwijt’ denk ik, ‘of in elk geval te ver van het dorp’. Ik geef gas en fiets keihard langs de weilanden, een bocht door, dorp en hondje verdwijnen uit het zicht. Het landschap is prachtig, te mooi om zomaar doorheen te raggen, ik stop voor een foto. Achter me hoor ik gehijg. Het hondje is terug. Honden-Frans gaat vast anders dan mensen-Frans, maar toch doe ik een poging. “Là!” zeg ik hard, wijzend in de richting van het dorp. “Là!” Het hondje geeft geen krimp. Als dit gefilmd en op YouTube gezet zou zijn, kom ik nooit meer ergens aan het werk. Maar ik moet wat.

Ik spreek hem vaderlijk toe “vriend, dit gaat niet goed, straks ben je helemaal verdwaald!”. Het hondje kijkt me aan, m’n nieuwe baas praat tegen me! en gaat naast m’n fiets op de weg liggen. Hartverscheurend. Als ik nu aardig tegen ‘m ga doen, weet ik zeker dat hij me blijft volgen. Verderop gaat de route over een doorgaande, veel drukkere weg. Ik kan leven met een hond die zich afgewezen voelt, maar niet met eentje die door mijn toedoen wordt aangereden. Dus stuur ik hem nog eens terug, fermer, harder, onaardiger. De boodschap lijkt nu wel aan te komen, het hondje draait zich om. Als ik weer ga fietsen hoor ik ‘m toch nog, ik roep heel hard achterom en meen ‘m weer te zien stoppen. Ik fiets door, kijk niet en maak geen contact meer. Op de T-splitsing met de grotere weg kijk ik pas. Hij is er echt niet meer. Het gaat me aan m’n hart, toch. Er was een connectie, waarom rent zo’n dier anders achter me aan?

Tussen Bassoncourt en Breuvannes-en-Bassigny.

Lunch in Bourmont-entre-Meuse-et-Mouzon.

Beter

Na Bassoncourt fiets ik door een vrijwel vlak landschap met lage heuvels aan de horizon. Het fietsen kost hier nauwelijks moeite, ik zit dromend op het zadel, auto’s zijn er vrijwel niet. Op het kruispunt in Doncourt-sur-Meuse staan twee borden, ‘Source de la Meuse’ is nog 25 kilometer, ‘Rotterdam’ nog 1025. Naast de weg staat een versierde fiets, als kunstwerk en monument. Een Maasroute-kruispunt. Maar, beste lezer, als Maasfietser sta je er beter voor dan de borden doen vermoeden. Vanaf de bron tot hier ben je, de route volgend, al 33 kilometer onderweg. Tot Rotterdam hoef je er vanaf hier nog maar (precies) 1000.

In Bourmont (-entre-Meuse-et-Mouzon) kom ik op een ideaal moment een bakker tegen. Aangevuld met 250 gram Comté van de buren (gelukkig dacht ik eraan het te laten snijden, tranché heet dat) zit ik een paar minuten later vorstelijk te eten. De vrouw van de bakkerij vraagt of ik er koffie bij wil. Dat wil ik, en reken die € 1,50 meteen af, ze gaan zo sluiten voor de middag. “Merci” zeg ik, “non, merci à vous!” antwoordt ze. Gewoon een dorp, gewoon een bakker, gewoon een Hollander op de fiets. Zo aangenaam kan een kleine gebeurtenis als deze zijn.

Tussen Bourmont en Goncourt.

Leven

De route verandert van gedaante en gaat over een gravelweg strak langs een spoorlijn. Het eerste gravel deze tocht. Van het grovere soort, met split en hier en daar grote zwarte keien. M’n banden laten ze wegspringen, tegen m’n pedalen en de berm in, een stuk Berlijn-denderen. Van mij mag het, na alle asfalt in dit land waar – anders dan in bijvoorbeeld Duitsland of België – onverharde wegen schaars zijn. Het brengt wat leven in de route.

Bij Goncourt verlaat ik het Maasdal en sla haaks rechtsaf. Rechtdoor is er alleen nog de grote en drukke D74, de routemaker kiest de komende kilometers voor het dal van de Mouzon, parallel aan de Maas en oostelijk ervan. Ik fiets het ene rivierdal uit en het andere dal in met daartussen – niet onverwacht – een hoogte. De eerste echte klim op de route gedraagt zich met 5-6 procent voorbeeldig, en gaat volgens m’n gps van 311 meter aan de Maas naar 434 meter op het hoogste punt. Door een bos, met schaduw en natuurgeuren. De afdaling naar de Mouzon is een stuk minder subtiel en gaat steil naar beneden, met een scherpe bocht naar een dorp. Ik kijk het Mouzondal in, waar ik eerst over de doorgaande (redelijk rustige) D1 fiets, na Pompierre over een kleine weg die de rivier volgt. Mooi en met stukken vals plat, ik heb vleugels.

Neufchâteau.

Snel weer weg

De weg buigt af naar links, terug naar het westen en (dus) omhoog, vanaf de Mouzon op 315 meter naar de D1 op zo’n 390 meter. Die weg blijf ik in een lange suizende afdaling volgen naar Neufchâteau, het eerste grotere dorp sinds de bron. Niet heel bijzonder, maar met een terras waar ik kan zitten voor een koude cola. Over de winkelstraat erlangs rijdt de ene auto na de andere, in een ononderbroken stroom van uitlaatgassen en herrie. Ik begrijp werkelijk niet waarom de auto, waarvan het nut stopt zodra de motor uitgaat (en die daarna wel nog een paar vierkante meter ruimte inneemt), zo’n grote greep op een kleine stad als deze mag hebben. Ik drink m’n glas leeg, betaal twee keer de prijs van de cola bij de bakker vanmiddag en ben snel weer weg.

Vrij

Ik fiets het dorp uit en ben het weer kwijt, de auto’s en het gewurm in de smalle straten. Zelfs in een kleine stad als deze, genoemd in elke reisgids over de streek, ervaar ik een ander Frankrijk dan ik leuk vind. Zo gaat het, zo is het, maar ik hoef er niet te zijn. Daarbuiten is de liefde terug, op m’n fiets voel ik me vrijer dan op welke andere wielen ook. Via een natuurstenen brug steek ik een rivier over, de Maas is er weer.

De Maas bij Neufchâteau.

Voormalige spoorweg tussen Frebécourt en Coussey.

Onverwacht

De laatste anderhalve kilometer tot Frebécourt begint met keien en wordt daarna gravel van het mooiste soort. Een klein kado, vlak en fietsers-only. Ik steek de Maas weer over en fiets even later over een pad waar vroeger een spoorbaan liep. Ooit – zou een wegdekarcheoloog me kunnen vertellen – was dit een asfaltweg. Daarvan is het teer weggesleten, met achterlating van split en keien die zich in de ondergrond hebben vastgezet. Hotsebotsen dus, en heel goed sturen. It’s all in the Maasroute game. Hoewel ik dat hier, op zo’n populaire fietsroute, niet verwacht had. Met de e-bikes (en de dames die erop reden) van vanmorgen in m’n achterhoofd, verwachtte ik alleen foutloos asfalt. Ik vind het allemaal prima. En lang duren de weinige slechte stukken nooit.

Voorbij Coussey begin ik aan de (volgens Garmin) voorlaatste klim van vandaag. Gisteren waren het er zes, vandaag zijn het (vanaf de bron) vijf. Ook dat is anders dan verwacht. De route golft meer en vaker dan ik dacht, ik had Noord-Frankrijk vlakker ingeschat. Heftig wordt het nergens. Dat kan ook niet anders, in een route als deze zitten geen gemene dingen.

Jeanne als aanvoerder en als boerendochter, door God geroepen.

Indruk

Terwijl ik de helling op ga komt hij langzaamaan in beeld, de basilique du Bois-Chenu of basilique Sainte-Jeanne-d’Arc de Domrémy-la-Pucelle. In de jaren dat we via Domrémy en het Maasdal naar het zuiden reden zag ik ‘m elke keer liggen, op de heuvel buiten het dorp. Ik wilde er langs, gefascineerd, maar we deden het nooit, naar de Drôme via de routes nationales duurde al lang genoeg. Nu sta ik er voor, een mooi moment. De beelden van Jeanne, in gouden wapenrusting en als boerenmeisje dat geroepen wordt, maken net zoveel indruk als de kerk.

Heldin

De kerk, een basiliek, is gewijd aan Jeanne d’Arc, een legendarische jonge vrouw (en sinds 1920 een katholieke heilige) die begin 15e eeuw met het Franse leger een aantal cruciale veldslagen tegen de Engelse bezetter won. Ze werd in het dorp verderop, Domrémy-la-Pucelle (pucelle = maagd), geboren als dochter van een welgestelde boer. Toen ze dertien jaar was begon ze de stemmen te horen van twee bekende heiligen en van de aartsengel Michäel. Die zeiden niet zomaar wat (waar heb je het over, als engel?), maar gaven haar gerichte opdrachten en aanwijzingen. Ze moest zich bekend maken aan de adel en hen vragen of ze het Franse leger aan mocht voeren dat in die tijd (die van de Honderdjarige Oorlog) strijd voerde tegen de Engelsen.

De rest is geschiedenis. Met Jeanne als aanvoerder (of als vaandeldrager, daarover verschillen historici van mening) kreeg het moreel van het Franse leger een dusdanige impuls dat het de ene overwinning na de andere behaalde, een keerpunt in de oorlog. De Engelsen begrepen de belangrijke rol van Jeanne bij hun nederlagen, slaagden erin haar gevangen te nemen en lieten haar door een kerkelijke rechtbank berechten. Een politiek proces, waarbij de aanklagers zich in alle bochten moesten wringen om Jeanne ergens van te kunnen beschuldigen. De Engelse belangen waren te groot, haar lot stond vast, op 30 mei 1431 stierf ze in Rouen op de brandstapel – waarschijnlijk door de rook, gelukkig niet door de vlammen.

Het proces was zo’n doorgestoken kaart geweest en Jeanne zo’n heldin, dat ze vijfentwintig jaar na haar dood een nieuw proces kreeg en volledig werd gerehabiliteerd. Door de gedetailleerde verslagen van beide processen weten we relatief veel over haar, dat mensen in haar zijn blijven geloven zal eraan hebben bijgedragen dat haar geboortehuis nog altijd bestaat. Een graf heeft ze niet, net zo min als er relikwieën van haar bestaan: om verering te voorkomen werd ze tot as verbrand, die werd uitgestrooid in de Seine. Politiek vermorzelt niet zelden mensen, politiek vermorzelde deze dappere jonge vrouw.

Geboortehuis van Jeanne d’Arc in Domrémy.

Doel

Bij het geboortehuis in Domrémy kom ik Bastiaan tegen, die hier een hotel neemt (hij heeft geen tent bij zich). Ik kan en wil nog wel wat kilometers en besluit door te fietsen naar het doel dat ik mezelf vandaag gesteld heb. Tijdens het fietsen gisteren en vandaag zijn m’n plannen gewijzigd. Ik wil na Rotterdam naar huis fietsen, als finale, omdat dat een te mooie afsluiting is om niet te doen. Daarom honderd kilometer extra in dezelfde tien dagen. Dus wil ik vandaag niet eerder stoppen dan waar ik uit wil komen. Ik weet wat je wilt zeggen, beste lezer. En je hebt gelijk.

Verder, nog zesentwintig vandaag. Domrémy uit, langs Greux en over een brug: de Maas, inmiddels een echte rivier geworden.

De Maas na Greux.

Het Maasdal, met in de verte links de Maas.

Wolken

De avond valt, de stille weg loopt door het brede en vrijwel vlakke Maasdal naar het noorden. Langs akkers en een enkele rand bomen, met ergens links van me, iets lager en onzichtbaar door de begroeiing, de rivier. Een laatste klim, mild en kort. Aan de andere kant van het dal loopt een heuvelrand omhoog. Daarboven drijven donkere, blauwgrijze wolken, wachtend op het juiste moment om te ontladen. In die rand ligt Vaucouleurs, m’n doel voor vanavond. De wolken lijken niet zover te gaan, ik zou geluk kunnen hebben.

Ontheffing

De wolken worden groter en bewegen, ze gaan de verkeerde kant op. Ik sla linksaf, steek een laatste keer de Maas over en sta in Vaucouleurs. Boven me kan het elk moment beginnen, ik kijk op Google of ik hier ergens in iets kan slapen dat een dak heeft, het dreigende onweer geeft me vast wel ontheffing van m’n wildkampeerplan. Een taverne-annex-hotel op de kaart heeft donkere, met papier dichtgeplakte ramen. Een camperkampeerplek is niet meer dan een parkeerplaats tussen de gebouwen. Er is niets, ik ga kamperen in het bos.

Slapen op het trimparcours.

Onheil

Thuis heb ik op Google street view een pad het bos in gevonden, aan de rand van een open stuk, met een picknickbank. Het ligt bovenop de heuvelrand die ik in de verte steeds zag. De klim is heftiger dan ik dacht, het zullen de 121 kilometer en 1143 hoogtemeters zijn die achter me liggen. De lucht boven me wordt zwart, m’n zintuigen verscherpen, tijd voor actie. Ik moet snel zijn en het pad vinden, hier op de open weg ben ik een prooi voor de regen, in het bos kan ik schuilen. Ik vind het pad en doe m’n regenjas aan, terwijl het keihard begint te waaien. Kruinen zwiepen, m’n jas flappert, bladertakken ruisen als een leeglopende grindsilo. Onheil, puur onheil. Ik fiets het pad in, vind de bosrand, vind de picknickbank, ga onder een grote boom staan, capuchon op, fiets dicht tegen me aan. Het barst los, overal en allesomvattend.

Het bladerdek boven me doet z’n werk, ik word nauwelijks nat. De bui blijft in beweging, de regen wordt minder en houdt op. Dat is het voordeel van een bui, uit een egaalgrijze lucht blijft het eeuwig regenen. Er loopt een mooi pad het bos in, onderdeel van een trimparcours. M’n tent kan er ongezien vanaf de bosrand staan, ik richt m’n slaapplek in, pak m’n kookspullen en ga aan de picknickbank zitten. Het is mijn plek geworden, een mooie plek, alles wat ik nodig heb. Ik maak eten, bel Elsbeth, groet een man die z’n hond uitlaat. Voel de vrijheid, denk aan vandaag. Het was afwisselender dan ik dacht, en minstens zo leuk. Jammer dat het Franse stuk van de route maar zo kort is, over twee dagen sta ik aan de Belgische grens. Maar dat zijn nog twee hele dagen, net zo onbekend, en vast net zo aangenaam. Ik draai een flesje wijn open. Neem een slok, voel me thuis en tevreden. Ga heerlijk slapen.

Dag 3: Vaucouleurs – Consenvoye

Overzicht

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.