Laat voor het eten

Fietsverhalen en fietsinformatie

De Maasroute | Proloog

Foto hierboven: stoptrein Maastricht – Liège.

De wielen rollen, de wereld is licht en donker tegelijk. Op donderdagochtend 23 juni, op het betonfietspad langs het spoor naar Den Dolder. Waar het pad begint, na de spoorwegovergang, stond jaren geleden een vaas met bloemen en een kaartje tegen het hek. Op de plek waar Anne Faber stierf, de jonge vrouw die eind september 2017 ging fietsen, in de regen, en niet meer thuiskwam. Ze kwam iemand tegen die haar liet boeten voor alles wat er in z’n hoofd en in z’n omgang met de wereld verkeerd zat, zomaar, zonder dat ze er iets mee te maken had. Om de oneerlijkheid, omdat ik hier – realiseerde ik me destijds – de zaterdagochtend nadat het gebeurd is langsgefietst ben, omdat ze net als ik gelukkig werd van fietsen, daarom kan ik hier niet voorbijkomen zonder eraan te denken. Soms sla ik een kruisje of zeg een gebed, soms zeg ik iets. De gebeurtenis is weggegleden in het verstrijken van de jaren – zo gaan dingen. Maar niet voor de mensen dicht bij haar. Dat realiseer ik me op deze plek, hoe willekeurig verlies en leed kunnen zijn, hoe niet-vanzelfsprekend geluk is. Door eraan te denken houd ik dat wegglijden een beetje tegen. Ze was ongetwijfeld een mooi mens, en een fietser, ze was een van ons.

Excuus voor de scheefhangende slaapzak-drybag achterop. M’n (nieuwe) stuurtas staat open, net als m’n (ook nieuwe) Feedbag bij het stuur, beide van Revelate Designs. Een nieuwe configuratie die ik deze tocht ga leren kennen.

Tijd

Een man haalt me in en roept achteromkijkend “fijne vakantie!”. “Dank je!” roep ik terug. “Ga je ver?” “Frankrijk” “Mooi!” Ik zeg weer “dank je”, alsof ik een compliment krijg, ik moet erom lachen. Zomaar een contact. Donker en licht, maar het licht overheerst nu weer, fietsend op weg naar Utrecht Centraal, om daar de eerste trein na 9 uur (dan mag m’n fiets in de trein) naar Maastricht te kunnen pakken. Met de eerste na-negenen trein vanuit Amersfoort ben ik overal een half uur later, vandaag heb ik het liefst zoveel mogelijk tijd, ik ga naar Nancy.

Om kwart voor negen ben ik er, in de onderdoorgang Sijpesteijnkade, zodat ik het stationsgebouw omzeil. Er zijn hier geen liften, het lukt me om zonder eerst af te laden m’n fiets door het gootje naar boven te duwen. Truc nr. 1 met succes uitgevoerd, ik sta met m’n zooi op tijd op het perron in Utrecht. In de trein naar Maastricht ben ik de enige met een niet-vouwfiets, ik kan naast m’n rode tochtgenoot zitten en vanachter het raam genieten van de reis naar het zuiden.

Fietsgedeelte van de stoptrein naar Liège. Plaats genoeg en geen zin in de tussendeur, daarom m’n fiets dichter bij de in- en uitstap gezet.

Hint

Op station Maastricht, de plek waar veel van mijn tochten startten en eindigden, moet ik drie kwartier overbruggen tot de stoptrein van 11:48 uur naar Liège-Guillemins, het hoofdstation van Liège (Luik). Over deze trein doen verhalen de ronde over schier onoverbrugbare, hoge instappen, hij zit als truc nr. 2 in m’n hoofd.

De echte, met graffiti verfraaide, diesel die langzaam het station binnenrijdt geeft de eerste hint van het avontuur dat op me wacht. Studenten stappen uit, ze spreken Frans, zo te horen op weg naar een dag in deze bijzondere een-beetje-van-alles – Limburgs, Belgisch, Duits – stad. Zakenmannen met hun hemd uit de broek en gekreukte jasjes lopen langs me heen, de trein leeg achterlatend. Ik til m’n fiets zonder gedoe in de trein en loop naar het grote en lege fietsgedeelte. Ik ga zitten, met m’n hier gekochte eten en drinken. Truc nr. 2 gelukt. Er stappen nog vijf mensen in.

Taalfilosoof

De trein gaat rijden. De bewegende tekst boven de deur is in het Nederlands, we gaan via Wezet naar Luik. Een paar minuten later gaan we volgens dezelfde tekst via Visé naar Liège, we zijn de grens over. Vernederlandste plaatsnamen begrijp ik hier, in een land met een Franstalige, Nederlandstalige en Duitstalige gemeenschap. Zelf gebruik ik ze niet, ze dienen geen doel. Van ‘Gotenburg’ wordt Göteborg niet Nederlandser dan de Zweedse stad die het is. Wie fietsend (zonder gps) in Italië op fietsbordjes ‘Florence’ zoekt, kan lang zoeken naar de weg naar Firenze. Naar Lille fietsen voelt veel spannender en verder weg dan naar Rijsel. En Genova heet nu eenmaal geen ‘Genua’, dus waarom dat woord gebruiken?

Diezelfde verbazing heb ik als ik sommige ouders tegen hun jonge kinderen hoor praten. Die snappen ‘centje’ echt niet beter dan ‘euro’. Bij het leren van taal koppelt een kind – de taalfilosoof komt in me boven, maar hij gaat zo weer weg, geen nood – een woord aan een object, de denotatie van een woord, en op latere leeftijd ook aan het concept of begrip erachter, de designatie. Waarom dan niet meteen het juiste woord gebruiken en aanleren, voor het kind maakt dat niet uit. Maar taal wordt nooit wiskunde, de wetten van de logica gelden er evenmin. Daarom fiets ik in m’n verhalen wel naar Parijs, Berlijn en Rome, namen die steeds maar een enkele letter schelen met de echte plaatsnaam en die de overhand gekregen hebben in ons dagelijks taalgebruik.

Grote stad

We passeren Visé. Langs het spoor verschijnen heuvels en hellingen, de gebouwen lijken ouder, als in een film uit de oorlogsjaren. Met de trein gebeurt hetzelfde als wanneer ik hier met de auto langskom, het landschap verandert op slag, ik ben in een ander land. Een paar landschappen verder begint de stad, met gebouwen die ik herken, zonder te weten welke functie ze hebben. Het spoor steekt waterwegen over, eerst de Ourthe, daarna de Maas. Verderop zie ik de Bazuinenbrug liggen (zo noem ik ‘m, in werkelijkheid de Pont de Fragnée), met gouden engelen op hoge zuilen. Ik schuif dichter bij het raam, kijk, glunder bij het weerzien, als een kind dat voor het eerst in de trein zit. Ik ben nu echt op reis. Vaak in Liège geweest, maar nooit met deze trein. Wat is dit gaaf.

Ik stap uit op het perron van een van de beroemdste stationsgebouwen van Europa. Het huidige station Liège-Guillemins is een ontwerp van de Spaanse architect Calatrava en staat er sinds het najaar van 2009. De sfeer is fenomenaal.

Stationsgebouw van Liège-Guillemins.

Lampjes

De volgende stap is de trein naar Luxemburg-stad. In de NMBS/SNCB Internationaal-app (hier voor iOS, hier voor Android) heb ik gezien dat die om zeven minuten over het even uur gaat. De eerstvolgende is om 14:07, ik moet hier een dik anderhalf uur zoekbrengen. Maar de reiziger in mij heeft geleerd liefst niet op één informatiebron te vertrouwen. Dus ben ik uitermate tevreden over mezelf als ik op de papieren dienstregeling in de stationshal zie dat er ook een trein een uur eerder gaat, via het traject waarvoor ik een ticket heb (rechtstreeks via Gouvy, niet met een overstap in Namur). Great success!

Na een bezoek aan de Starbucks (met een tall mocha voor Pierre) staat op het perron de trein al klaar. Met ‘Gouvy’ in het bestemmingvenster. In m’n hoofd brandt een waarschuwingslampje. Niet meteen instappen, eerst zeker weten. Aan een conducteur die bij de trein lijkt te horen vraag ik of de trein ook verder gaat, “et après Gouvy, monsieur?”. Hij antwoordt in het Nederlands dat de trein doorgaat naar Luxembourg, maar “ve moeten nog even un trein aankoppelen”. Nog een lampje, want treinen splitsen onderweg soms weer. En het deel dat hier al staat, gaat dat ook naar Luxemburg? “Ja, ook”. Alle lampjes op groen, ik stap in bij een fietsdeel dat eruitziet als in een Nederlandse intercity, met opklapzitjes waar fietsen tegen de wand kunnen staan. Ik ben alweer de enige fietser.

Wel veel treinfoto’s zo, maar ik kreeg thuis geen beeld van fietsplaatsen in Belgische treinen.

Ontspanning

Soms, als ik Netflix zat ben en geen zin heb in andere streamers, kijk ik nog wel ‘ns televisie via NPO Start, naar het non-aggressiefste TV-programma dat er bestaat, Rail Away. Daar zitten diamantjes tussen – al knaagt de naoorlogse reisgidsentaal van de verteller aan m’n geestelijke gezondheid. Zittend in de trein door de Belgische Ardennen beleef ik m’n eigen Rail Away. Een feestje, zeg ik u. Waarop ik meteen de juiste uitspraak leer van de stations onderweg, waarvan ik de meeste als dorp op een eerdere tocht ken. Van Esneux blijk je bijvoorbeeld de ‘s’ wel degelijk uit te spreken. Dat niveau hebben m’n gedachten, gedachten van totale ontspanning nu de meeste trein-met-fiets-trucs gelukt zijn.

Improviseren

De conducteur (met pet) komt langs om m’n ticket te checken. Ik laat hem m’n telefoon zien, hij heeft alleen een kniptang bij zich, het lijkt ons beiden geen goed idee om die te gebruiken. “Er iez één probleem” zegt de vriendelijke, Nederlands sprekende Waal. Vandaag is een nationale feestdag in Luxemburg, dus de trein gaat maar tot Gouvy. ‘Het moest er een keer van komen’, denk ik, ‘improviseren. Begin maar met het bedenken van plan B, er rijden vandaag geen treinen door Luxemburg.’ Dat blijkt gelukkig te snel gedacht. Er gaat vandaag maar elke twee uur een trein in plaats van elk uur. Dat lost het mysterie op van het verschil tussen de informatie in de app (actueel) en op het stationsbord. Niets aan de hand, in Gouvy de volgende trein nemen.

Station Gouvy.

Evident

In Gouvy koop ik wat bij de Spar aan de overkant van het station en zit het uurtje uit dat ik moet wachten. Op het perron staat al een trein, die waar ik uitgestapt ben. Op de app zie ik dat mijn trein een minuut vertraging heeft, dat kan deze niet zijn, hij zal dus op een ander perron aankomen. Maar welk, er zijn twee kanshebbers. In de app staat perron ‘0’, dat helpt niet. Het probleem is dat, mocht de trein op perron 1 aankomen, ik een onderdoorgang met hellingbanen moet nemen om daar te komen. Tegen de tijd dat duidelijk is dat de naderende trein daar stopt, ben ik waarschijnlijk te laat. Als ik alvast op perron 1 ga staan, geldt hetzelfde voor het andere perron. Dus kijk ik zo hulpeloos mogelijk om me heen, kijk in de trein die het niet is en kijk dan op m’n horloge. Een man bij het stationsgebouw ziet het en roept “Vous venez où?” Dat is precies de bedoeling. “À Luxembourg!” roep ik terug. “Voie une!” roept hij. Spoor 1, het spoor aan de overkant. “Merci!” Ik neem de onderdoorgang en leg uit “ce n’est pas evident!” Hij wijst naar de ticketautomaat waar op een klein display de actuele sporen van de treinen staan. “Ah, oké, merci!” bedank ik ‘m nogmaals en loop naar het spoor. Even later zit ik in de trein naar Luxembourg.

SNCF Connect app.

Vreemd, eigenlijk is “vous allez où?” veel beter Frans, denk ik bij mezelf terwijl buiten de bossen groeien en de hellingen oplopen. Maar de man heeft m’n middag gered en ik heb ‘m begrepen. Tegenover me komen twee vrouwen en vier kinderen zitten. Op deze feestdag zijn ze ergens naartoe geweest en nu op weg naar huis. Verhalen gaan over en weer. In het Duits, Frans en Letzeburgs. Dat laatste klinkt als iemand die meertalig is opgevoed en na een hele fles whisky moet uitleggen wat de kortste weg naar Erpeldange is. Niet te verstaan en met sporen van alle talen uit de regio.

Ver weg

Onderweg koop ik met de SNCF Connect app (iOS of Android) het ticket voor de laatste trein van vandaag, van Luxembourg naar Nancy. Ik kan het ticket niet, zoals ik gewend ben, als e-ticket op m’n telefoon zetten, maar moet het laten printen bij een self-service kiosk op het station. Op station Luxembourg is het even zoeken, maar als ik de juiste antwoorden heb gegeven aan een tweetal heel streng kijkende bewakers mag ik door naar een balie. Daar begrijpt de man meteen wat ik wil, print m’n ticket en wenst me een goede reis. Op een bank kijk ik naar de binnenkomende en wegrijdende treinen. Een toestel komt over, dat vlakbij gaat landen op het internationale vliegveld van Luxemburg. Op m’n telefoon zie ik waar hij vandaan komt. Ik voel me ver weg, nu al.

Een Luxemburgse trein brengt me naar Nancy. Op dit Franse traject stappen meer mensen met een fiets in, maar er is plaats genoeg. Ik kijk uit het raam, rijd langs de Moezel voorbij Thionville, waar ik schuin boven me de kerk zie die bij ons de Bermkerk heet, de église Saint-Joseph de Beauregard. We passeren ‘m als we over de A31 rijden, naar huis in het noorden of naar onze familie in het zuiden. De snelweg is er ooit strak langsgelegd.

Église Saint-Léon, Nancy.

Gelukt

Het is allemaal gelukt. Al ga ik regelmatig weg, zo’n dag als vandaag vind ik spannend. Puur omdat de fiets mee moet en ik niet weet hoe dat zal gaan. In Nederland, waar gefietst wordt als nergens anders ter wereld, is er in de gemiddelde intercity plaats voor een handvol niet-vouwfietsen. On-voor-stelbaar, sorry lezers. Als het ook maar een béétje druk is levert dat gegoochel op met de beschikbare plaatsen, met zich ergerende treinstel-doorstekers, gestresste treinconducteurs of confrontaties met passagiers die de fietsplaatsen bezetten met hun rolkoffers van anderhalve kuub. En “welkom in Nederland” snauwen, niet begrijpend dat ze precies door de regels te negeren de confrontatie krijgen waar ze, weer terug van vakantie, geen zin in hebben. Net als ik.

Daarom verheug ik me niet op fiets-in-trein. Maar vandaag ging anders, er waren geen confrontaties, geen gedoe. Alleen hulpvaardigheid en de aangename kant van het onderweg zijn. Vandaag was top.

Overgeleverd

In Nancy start ik de track van minder dan vier kilometer naar het B&B Hotel. Het is slim, heb ik geleerd, om stukken door een stad thuis voor te bereiden. Na een dag treinen wil ik er zijn en niet eerst half Nancy zien voordat ik de juiste weg gevonden heb. Die juiste weg gaat wel steil omhoog, 120 meters, naar het tegen Nancy aangegroeide dorp Laxou waarin het hotel ligt. Ik moet er zowaar van zweten, en flink ook.

Om 19:45 ben ik er. Blij, moe, voldaan. “Vous avez une réservation?” vraagt de dame achter het glas. Die heb ik, ze schrijft me in en ik zeg erbij dat ik mon vélo bij me heb. Ze trekt een slecht-nieuwsgezicht, het hotel heeft geen stalling of garage. Ik zie mijn tochtgenoot al eenzaam buiten staan, overgeleverd aan de nachtelijke roversbenden van Nancy. Net als ik iets wil zeggen, gaat ze door. “Ik kan kijken of ik u een grotere kamer kan geven, dan kunt u de fiets gewoon op de kamer zetten.” ‘Laat mij u zoenen’ denk ik, die zo’n oplossing (behalve in India) nog nooit van iemand van een hotel heeft gehoord. Alles lukt. Ik manoeuvreer fiets en tassen langs deuren en door gangen, laad af en parkeer op m’n kamer. Pak het blik koude cola dat ik onderweg gekocht heb en ga weer naar buiten. Vanavond regeert de klok niet meer, ik ga eerst vieren dat ik er ben.

Op de stoeprand bij de ingang beleef ik de avond en praat met een Belg die met een groep vrienden op weg is naar Girona, Spanje. Hij heeft ooit gefietst in Thailand en Maleisië, net als ik in een ver verleden. Herkenning, verhalen, gelach, herinnering. Boven me dreigen donkergrijze wolken, maar die grijsheid blijft buiten me. In m’n hoofd schijnt de zon, want morgen ga ik fietsen. Naar de bron van de Maas en dan over de Maasroute, op weg naar de Noordzee. Nu eerst eten, en heel goed slapen.

Dag 1: Nancy – Bourbonne-les-Bains

Overzicht

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.