Laat voor het eten

Fietsverhalen en fietsinformatie

In het spoor van Bach

Foto hierboven: of dit ‘Per amore della bici’ is weet ik niet, de heren laten weinig los. Ik moet het ermee doen.

Van dinsdag 28 mei tot en met dinsdag 11 juni fiets ik een ronde door Duitsland. Te zijner tijd verschijnen hier de links naar het verhaal, voor nu geef ik het woord aan vier heren.


Ideeën met hindernissen

Een avond in december

Stellen we ons een etablissement voor, op een winteravond in december 2023. Laten we ons bovendien voorstellen dat, gehuld in een rode jas, Fietser aanbelt bij Per amore della bici. Door de beregende ruiten zijn gestalten zichtbaar bij het licht van een tafellamp. De deur opent op een kier. “Kommerdom” zegt een stem. “In Wekerom” antwoordt Fietser. “Je bent de laatste” zegt de stem. “Ik heb er 137 op zitten” zegt Fietser, hangt z’n jas op en loopt door, de gelagkamer in.

Gus.

Daar zitten Verteller en Ontdekker, achter een glas wijn dat een lichtende rode vlek op de tafel werpt. Naast hen zit Verstand, met een glas groene thee. Hij kijkt op “welkom, je bent laat”. “Tegenwind en weg afgesloten. Vanmorgen om zes uur vertrokken”. “Jouw keuze, ons wachten” zegt Verstand, “ga zitten, we willen beginnen”. Hij kijkt de aanwezigen een voor een aan, “de voorjaarstocht van 2024”. Ontdekker knikt en neemt het woord. “Op weg naar de Middellandse Zee ontdekte ik dat ik de Ardennen, Luxemburg en Frankrijk af wil vinken. Vaak genoeg geweest nu. Aangenaam fietsen, maar de momenten van nieuwe dingen waren schaars. Ik denk steeds meer aan Duitsland. ‘Braaf’ dacht ik eerst, ‘geordend, geen plek voor avontuur’. Totdat ik op weg naar Berlijn ontdekte dat ik het land niet ken. Dat er tussen al die braafheid een groot natuurland ligt, met woeste Waldwege en grote bossen. En met Gus“. “Het verhaal over de tocht naar Berlijn is er een dat ik vaak teruglees” vult Verteller aan, “daar fietsen riep van alles in me op. Er was veel te vertellen, ik sprak met mensen over geschiedenis die ook met mij te maken had. Ik ga mee met Ontdekker. Duitsland”. Verstand kijkt naar Fietser. “Dan mogen het, in het langere licht van het voorjaar, grotere dagafstanden worden. En regelmatig onverhard. Hoogtes, bergen, overwinnen, meemaken”. Hij schuift onrustig heen en weer op z’n stoel. De anderen kijken Verstand aan. “Verrassend” zegt die, slaat zijn ogen op naar een donkere hoek van een dakspant en kijkt opnieuw de kleine kring rond. “Duitsland dus. Wie?”

“Ik dacht daarom aan de Reitsma-route naar Rome” zegt Ontdekker, “Ik heb YouTube-filmpjes bekeken, die route gaat voor de helft door Duitsland. Je steekt op een andere plaats dan bij Benjaminse de Alpen over en rijdt, als je via Umbrië gaat, een andere route door Italië”. Hij lijkt niet helemaal overtuigd van z’n eigen verhaal. “Hoewel ik niet meer in Rome hoef te zijn, daar staat ook een vinkje achter. Als fietser ervoer ik de mierenhoop van een grote, groezelige stad, niet de romantiek van trappen en colonnades. Als doel heeft het magie, als bestemming is het Italië op z’n slechtst”. “Niet naar Rome dus” vat Verstand samen. Om te vervolgen “kan dit voorjaar ook niet, we kunnen twee weken weg. En (met een doordringende blik naar Fietser) Amersfoort-Rome gaan we niet in twee weken doen. Ook niet in zestien dagen. Gaat niet gebeuren”. “We zouden een variant kunnen fietsen” oppert Ontdekker, “en naar Venetië kunnen gaan”. “Venezia bedoel je” zegt Verteller, “ik zie kansen. Dat wegzakkende openluchtmuseum waar je over de hoofden loopt geloof ik ondertussen wel, ik zou het Ospedale della Pietà willen zien, waar Antonio Vivaldi heeft gewerkt. De roodharige priester-componist. De wezen en de andere achtergelaten meisjes die achter schermen z’n muziek uitvoerden omdat meisjes destijds geen muziek mochten maken. Ongelooflijke muziek”. Verteller lijkt het contact met de sterfelijke wereld verloren te zijn (hier zie je hoe dat eruitgezien kan hebben. Eerst het Gloria, vanaf tijdstip 28:22 een documentaire over ‘Vivaldi’s women’ in het Ospedale della Pietà. Als je het Gloria overslaat, luister dan ten minste naar het Et in terra pax hominibus op 02:28).

“Lukt Venetië in twee weken?”, Verstand kijkt Ontdekker en Fietser aan. “Zestienhonderd kilometer, dus ja, dat lukt” bevestigt Ontdekker. “Met gemak” vult Fietser aan, “heb je gezien hoe de route in Duitsland loopt? Hon-der-den vlakke kilometers langs rivieren: Rur, Rijn, Neckar. Daar doe je er 150 per dag, rammen. Maar (hij kijkt naar Ontdekker) vind je dat dan leuk?” “Ik moet bekennen dat het gezapigheids-alarm nu en dan afging bij het kijken van die fietsvideo’s. Water, water, heuveltje, water. Je hebt een punt, misschien ga ik me vervelen”. “Die Alpenpas stelt ook geen moer voor. Op de Splügen moesten we tenminste nog aan de bak” haalt Fietser nog een duit uit de zak. “Kijk nou” zegt Verstand, “Superman zit ook aan tafel”. “Dat bed…” “Ik weet wat je bedoelt, maar dat hoeft niet op die manier” onderbreekt Verstand hem. “Het is wel een verhaal dat mensen gaan lezen” zegt Verteller, “Reitsma is een klassieker, mensen fietsen die en lezen vooraf de verhalen. En wat kan ons gebeuren, mag het ook een keer wat gemakkelijker zijn?” “Nee” zegt Fietser, “dat mag niet”. Verstand hakt de knoop door. “Zolang we ‘m niet zelf gedaan hebben kunnen we niet oordelen, er zijn veel fietsers die ‘m met plezier gefietst hebben. De route gaat door Duitsland (vink), over de Alpen (vink) en door Italië (vink). Dat is wat we willen. En als het te easy voelt mag Fietser er lange dagen van maken. Deal?” “Deal” klinkt het uit de kring. “Dan hebben we ons plan” rondt Verstand af, “iemand nog iets drinken?”

Fernsehturm en Berliner Dom, februari 2024.

Een middag in februari

Daar had het bij kunnen blijven. Dat deed het niet. Er zijn dingen die je alleen moet doen als er geen spoortje twijfel meer is. Het leven is daar te kort voor, er is al genoeg dat je liever had overgeslagen. Zo kwam het dat op een middag in februari 2024 Ontdekker de aandacht vroeg van Verstand. “We moeten praten, naar Venetië is het toch niet”. Verstand trekt een wenkbrauw op, Verteller valt bij: “naar Venetië met Reitsma is een half verhaal. Onaf. Daar ben ik niet van. We doen ‘m helemaal of we doen ‘m niet. Ik haak af bij verhalen van fietsers die stukken overslaan of de trein nemen…” “…omdat het niet uitkomt” valt Fietser bij, “door regen of een pas, je zou ‘ns moe of nat kunnen worden. Ieder het zijne, maar dat gaan wij niet doen”, met een intense blik naar Verstand. Die begrijpt het terugkaatsen van zijn uitspraak in Per amore. “Touché, maar het is niet nodig om onaardig te doen over cherry pickers, fietsers die moeilijke stukken overslaan. Wat je zelf zegt: ieder het zijne”. “Point taken” geeft Fietser toe, maar ik begrijp er de winst niet van, waar is de overwinning, waar de voldoening?” “Wij fietsen gewoon niet zo” vult Ontdekker aan. “En er is geen verhaal” sluit Verteller af.

Verstand denkt een ogenblik na. “Ik begrijp het, het Venetië-plan past niet bij ons. Het ontdekken stopt voortijdig, net als het verhaal of – zo je wilt (kijkt naar Fietser) – de challenge. De route gaat eigenlijk naar Rome, daar hebben we dit voorjaar nou eenmaal de tijd niet voor.” Ook Fietser knikt. “En nu?” vervolgt Verstand. “Laten we teruggaan naar het idee waarmee dit begon” zegt Ontdekker, “fietsen in Duitsland. Waarom niet in Duitsland blijven? Ik heb de kaart gezien, we zouden door het Sauerland kunnen fietsen, langs Winterberg en door het Rothaargebergte, dat gaat naar 842 meter (Fietser kijkt op, zijn ogen gaan glimmen). En dan naar Leipzig en Dresden, in de voormalige DDR. In Leipzig ligt Bach begraven, ik was er als 17-jarige toen het Gordijn er nog hing. Dresden lijkt me magisch. Daartussen liggen bossen en Waldwege ohne Ende. En Konditoreien. We zouden kunnen eindigen in Berlijn, terug naar Amersfoort is één trein, gemakkelijker bestaat niet”. Ontdekker moet een beetje bijkomen van z’n betoog. Er valt een stilte. Ze kijken allemaal op, allemaal knikken ze. “Dat is ‘m dus, heren” zegt Verstand, “voorbereiden maar”.

Opnieuw februari

In de trein terug naar huis na een weekend Berlijn kijkt Verteller naar Verstand. Die ziet het lijk al drijven. “Wat nu?” “Het is ‘m nog steeds niet” zegt Verteller, “toch niet”. Verstand blijft rustig, zo staat dat in z’n functieprofiel. “Enlighten me“. “Naar Berlijn en dan met de trein terug hebben we al eens gedaan. En hoe mooi Berlijn ook blijft als bestemming – zie de afgelopen twee dagen – als verhaal is het een vorm van teruggrijpen op iets bekends. We hadden samen bedacht dat we dat niet meer gingen doen”. “Is zo” mengt Ontdekker zich in het gesprek. “De mooiste verhalen zijn nieuwe verhalen. Voor onszelf, voor de lezers” geeft Verteller nog een beetje gas. “En dus?” duwt Verstand richting een conclusie. “Geef ons nog even” zegt Ontdekker, ik voel iets borrelen, ik laat het je weten als ik het in m’n hoofd rond heb, anders blijven we gesprekken als deze houden”. “Juist ja” zegt Verstand, “regel dat”.

Lutherstadt Wittenberg, aan de Elbe.

“En?” zegt Verstand, als Ontdekker en Verteller na twee dagen samen naar ‘m toe komen. Ontdekker neemt het woord. “Het idee is, denken we, even eenvoudig als sluitend. We willen niet ergens naartoe fietsen en dan met de trein terug. Geen terugvervoer-stress en geen afhankelijkheid van anderen. Het wordt een rondje: bij de voordeur beginnen en daar weer uitkomen. Dat is één”. “Ga door” zegt Verstand, “you have my attention“. “Maar wat voor ronde?” Verteller neemt het over, als bij een duo-presentatie in een Duitse ochtend-nieuwsshow. “We hebben het al langer over een route die de belangrijke plekken in het leven van Johann S. Bach aan elkaar rijgt. Een Bachroute dus. De meeste van die plekken liggen op de route die we eerst van plan waren, daar hoeven we niets aan te veranderen”. “Het Sauerland blijft er dus in?” breekt Fietser in. “Ja, met alle avontuur dat daarbij hoort” stelt Ontdekker gerust. “Maar in plaats van naar Dresden en Berlijn te gaan, zwenken we na Leipzig af naar het noorden, naar Lüneburg, waar Johann ook heeft gewoond. Dan gaan we vóór Berlijn langs, door een stuk waar we iets van meegepikt hebben op weg naar Berlijn, dat vonden we toen geweldig. Voor de omgeving van Lüneburg geldt hetzelfde, daar kwamen we doorheen naar Stavanger. Na Lüneburg fietsen we via Oost-Nederland terug naar Amersfoort”.

Ruwe routeverkenning op Google Maps, om een idee te krijgen van afstand en haalbaarheid (klik = groter).

Fietser kijkt verrast op “dat is een mega-ronde, met lange dagen en keihard werken”. “Mijn punt ook” zegt Verstand. “Toch niet” antwoordt Ontdekker, “we hebben het verkend op Google Maps, de ronde is in z’n eenvoudigste vorm, rechttoe-rechtaan, 1366 kilometer. We hebben 110 kilometer per dag afgesproken…” “Wie is ‘we’?” breekt Fietser in. “We is wij allemaal” roept Verstand hem tot de orde, “we fietsen in gemengd terrein, vlak en heuvels, en moeten rekening houden met onverharde wegen Duitse stijl. Dus 110 kilometer”. “Oké, oké, rustig maar” gaat Fietser terug z’n hok in.

“Waar was ik” vervolgt Ontdekker, “oh ja, 14 dagen maal 110 kilometer is 1540 kilometer, dus ruimte genoeg om mooiere – maar langere – wegen te kiezen. Wat afstand betreft uitvoerbaar dus. Als we er een kop- of staartweekend aan toevoegen en in totaal 15 of 16 dagen hebben kunnen we zelfs een dag rust houden”. “Dat is het niet alleen” zegt Verteller. “Het voordeel van dit plan is dat het een thema heeft en een afgerond geheel is, letterlijk ook. Het is dan wel geen klassieker, maar wellicht toch lezenswaardig, misschien gaan lezers onze route zelfs fietsen. We noemen het plan In het spoor van Bach“. Er valt opnieuw een stilte. Iedereen kijkt naar Verstand. Die laat z’n ogen het kringetje rondgaan en ziet alleen verwachtingsvolle blikken.

Verstand spreekt uiteindelijk het verlossende woord. “Gaan.”


Het plan ontvouwd

De telefoon gaat. ‘Verteller’ staat in het display. Verstand neemt op, “spreek”. “Hora est. Morgenavond acht uur, op de gebruikelijke plaats. Het plan is er, iedereen kan”. Verstand zou iets kunnen vinden van de licht-directieve toon van Verteller, maar dat is een goed verteller eigen. Een verhaal waar je voor gaat zitten is een verhaal dat gebeurd is. Zo, daar, toen. Met palen om het te ondersteunen, met haringen om het te verankeren. Een verhaal dat zweeft wordt weggeblazen door de hier-en-nu-heid. Verstand is best tevreden over die analyse. En benieuwd. “Ik ben er” zegt hij, “zorg voor een goed verhaal”. “Dat is het” sluit Verteller af. Stilte. Verstand legt de telefoon neer. Hoeveel wisselwachter zal hij morgen moeten zijn om het plan niet te laten ontsporen. En toch, liever afremmen dan aansporen, hij houdt van de energie van een nieuw plan.

Volle maan, vierde week van maart

Ze staan buiten. “Voel je het, ruik je het?” vraagt Verteller. De volle maan is juist opgekomen, de lucht is helder, de wind is al gaan slapen. “Zo was het op de eerste nacht naar de Middellandse Zee. Als ik had gewild had ik een boek kunnen lezen. Maanlicht dat weerkaatst op elk blad, als een toneellicht waarin je ogen niet gaan knipperen. Het bos dat je pas goed ruikt en voelt als de geluiden zijn verstomd. Dat je daar staat en dat je dat doet, dat het voor een kostbaar klein moment de allerbeste beslissing in je leven lijkt”.

De anderen knikken, daar hoeft geen woord meer bij. Ze staan nog even tussen de bomen naast Per amore en gaan dan naar binnen. Daar wacht hen het plan.

De route
Binnen spreidt Ontdekker een kaart van Nederland en Duitsland uit op een dikke eikenhouten tafel. “In grote lijnen is dit de route, in het spoor van Bach”.

De route langs de plaatsen waar Bach gewoond heeft (klik = groter).

De woonplaatsen van Bach

Mijn route volgt de plaatsen waar Johann Sebastian Bach gewoond en – meestal – gewerkt heeft, allemaal in Duitsland. Niet chronologisch, daarvoor zou ik meerdere zigzagbewegingen moeten maken. De route maakt een geografisch logische ronde tegen de wijzers van de klok in, met start en finish in Amersfoort. De woonplaatsen zijn wel chronologisch genummerd:

  1. Eisenach is waar Bach op 21 maart 1685 werd geboren, in wat destijds het vorstendom Sachsen-Eisenach was. Daar woonde hij tot 1695.
  2. Van 1695 tot 1700 woonde Bach, wees geworden, bij zijn oudste broer Johann Christoph in Ohrdruf.
  3. Tussen 1700 en 1702 woonde Bach in Lüneburg, waar hij op de kloosterschool van de St. Michaeliskirche zat.
  4. In 1702 verhuisde Bach naar Arnstadt en werkte hij, waarschijnlijk voor het eerst als beroepsmusicus, aan het hof van de hertog van Sachsen-Weimar. Hij woonde er tot 1707.
  5. In 1707 en 1708 woonde Bach in Mühlhausen, en werkte er als organist. Dit is de enige woonplaats van Bach die ik oversla, in de tijd die ik voor de tocht heb kan ik die extra piek in de route niet maken.
  6. Tussen 1708 en 1717 woonde en werkte Bach in Weimar, als organist en concertmeester aan het hof van de hertog van Sachsen-Weimar.
  7. In 1717 ging Bach in Köthen (Anhalt) wonen en werkte hij als kapelmeester in dienst van de vorst van Anhalt-Köthen. Hij woonde er tot 1723.
  8. Van 1723 tot aan zijn dood op 28 juli 1750 woonde en werkte Bach in Leipzig, waar hij de meeste van zijn composities schreef. Van alle woonplaatsen van Bach is Leipzig het sterkst met de grote componist verbonden.

De route heeft een aantal kronkels. Na Lüneburg gaat de route naar het zuiden in plaats van – korter – naar het zuidwesten. Dat komt omdat ik om schiet- en oefenterrein Bergen-Hohne heen moet. Er westelijk langs heb ik op weg naar Stavanger gedaan, bij de oostelijke omweg kom ik Bergen-Belsen tegen, waar ik een keer naartoe wil.

In de boomgaard van camping De grote Bredelaar, op de tocht naar de Zuidpunt.

Tijd en afstand
“Goed gedaan” zegt Verstand, “over hoeveel kilometer hebben we het?” Ontdekker is niet helemaal rustig, z’n ogen schieten naar Fietser en dan weer naar Verstand, “1646 kilometer, de tracks zijn klaar”. Verstand denkt even na. “Dan toch met een extra kop- of staartweekend, anders gaan we die 110 kilometer per dag ruim voorbij”. Hij ziet Ontdekker worstelen, maar wil eerst diens verhaal horen alvorens te oordelen. Dat lijkt ‘m verstandig.

“Een kop- of staartweekend kan niet. We hebben afgesproken pas weg te fietsen nadat Dirk z’n laatste examen heeft gehad, op dinsdag 28 mei, en terug te zullen zijn voordat Dirk de uitslag krijgt, op woensdagmorgen 12 juni. Daartussen liggen veertien dagen. Wat we hebben bedacht is om na het laatste examen meteen op de fiets te stappen, aan het eind van de middag. We fietsen dan naar camping De grote Bredelaar bij Elst, waar we op de tocht naar de Zuidpunt hebben geslapen. Dat is 67 kilometer. In de twee weken daarna fietsen we er dus 1580, gemiddeld 113 per dag. Dat zijn er maar drie meer dan afgesproken”. Stilte.

Wasbeer in Park Karlsaue, Kassel, zomervakantie 2022.

“Zeg het me als ik het verkeerd heb” zegt Verstand, “maar hier hebben we het vaak over gehad. Telkens zeggen we, na weer een tocht met lange dagen, ‘de volgende keer fietsen we minder kilometers, zodat we meer tijd hebben. Geen druk om een lange afstand te halen, alleen de lol van het fietsen’. En nu gaan we dat toch weer doen. Dat vat ik niet. Broeders.” Fietser, die begrijpt dat hij hoofdverdachte is, legt uit. “Het kan niet korter, geloof me. We hebben een lus via Kassel eruitgehaald (dus geen wasberen kijken in Park Karlsaue), op de laatste dag door Nederland de route rechtgetrokken en alle tracks nagelopen op onnodige kronkels. Dit is wat erin zit, als we verder inkorten gaat dat ten koste van de kwaliteit, dan moeten we grotere wegen nemen”. Verstand kijkt naar Ontdekker. “Het klopt wat hij zegt” antwoordt die, “Fietser heeft goed meegedacht bij het korter maken”.

De samenwerking treft Verstand, geen strijd maar harmonie. Al is het niet ideaal, zo te horen is dit wat mogelijk is. “Wat we kunnen doen, is die 110 per dag aanhouden en er de laatste dag, door vlak en grotendeels bekend Nederland, 150 doen. Dat kunnen we, dat willen we tegen die tijd” voegt Fietser toe. Instemmende geluiden. “Goed dan” zegt Verstand, “jullie hebben er grondig over nagedacht. Maar geen verrassingen meer”.

Overnachten
“Wat overnachtingen betreft wordt het een mix” gaat Ontdekker verder. “Duitsland heeft (evenmin als België, waar de regels dat bemoeilijken) geen ‘campings bij de boer’, zoals in Nederland. De campings die ik vond zijn terreinen voor tijdelijke verhuizingen, waar vakantiegangers met grote campers en caravans meerweekse arrangementen boeken. Vooraf reserveren moet, minimum verblijfsduur is twee nachten, van een kleine tent schrikken ze als van ongedierte. Aan fietsers verdienen ze niks, als je onaangekondigd opduikt met de vraag of je er mag kamperen krijgen ze een paniekaanval en bellen de politie. En moeten ze heel ver in hun herinnering teruggaan om de betekenis van ‘kamperen’ te achterhalen. Lazer op”. “Glaasje water voor Ontdekker” zegt Verstand nuchter, “is het echt zo erg?” “Wel in populaire gebieden als het Sauerland” neemt Verteller over, “daarbuiten moeten we gewoon een beetje geluk hebben. We nemen een keer een pension of (in een grote stad) een budget-hotel. En als er niets is gaan we gewoon in het bos staan, net als naar de Middellandse Zee, naar Stavanger of naar Rome. Linksom of rechtsom kunnen we altijd ergens slapen”. “Het ding is”, Ontdekker is er weer, “dat we niet vooraf alles willen boeken of vastleggen. Daarmee geven we de vrijheid weg om kortere of langere etappes te fietsen als dat zo uitkomt.”

Eén reactie

  1. Wat een prachtig verhaal. Een mooie interne dialoog. Heb genoten.

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.