Laat voor het eten

Fietstochten en fietsreizen

L’Ardennaise en La Namuroise | Dag 2

Als ik de rits van m’n tent opendoe en naar buiten stap, is de wereld veranderd. Het zonlicht valt over de bomen langs de rivier en vormt grote lichte plekken op het gras, waar ik m’n spullen neerzet om ze te laten drogen. M’n wangen en het zonnepaneel vangen het licht op, ik blijf even staan om tot me te laten doordringen dat vandaag een andere dag is. RV7 – episode II: A new hope. Ik voel me goed, de slaap heeft z’n werk gedaan. De hemel is blauw, de zon verwarmt de lucht die nog koud is van de dag van gisteren. Ik ga ontdekken hoe de route zich vandaag gedraagt. Maar eerst koud douchen. Ik verrot het om een hele exercitie met een chipkaart uit te voeren voor een paar minuten warm water.

Survivallen
Terwijl ik tegelijkertijd schoon en koud word denk ik na over waarom dit zo is. Apart betalen voor je douche kom ik eigenlijk alleen nog tegen op bergcampings en in Zweden, waar water verwarmen prijzig is, en een douche-avondklok alleen op panisch gerunde familiecampings in Frankrijk. Deze camping heeft waarschijnlijk dezelfde geschiedenis als de hele streek rond de benedenloop van de Ourthe. Begin jaren negentig werd outdoor plotseling hot. Iedereen die niet met een stok liep ging een actieve vakantie doen. Ergens aan een rots hangen, kanoën, grotten, tochten lopen en wild kamperen in de Belgische en Luxemburgse Ardennen. Dat mocht niet, maar kon wel, want er ging toch niemand ‘s nachts de bossen controleren. Nog niet. De andere helft van de vakantiegangers ging verre reizen maken, met de Lonely Planet in de hand en een afritsbroek aan. Die waren niet aan te slepen, net als Gore-Tex jassen, fleecejacks, vochtregulerend ondergoed en klamboes. Ik heb het meegemaakt vanaf het begin, ik werkte vanaf 1990 een jaar of tien als vertegenwoordiger voor merken als The North Face, MSR en Black Diamond – met België als werkgebied. De Ardennen werden in die tijd overspoeld met buitensporters en survivallers, terwijl outdoorbedrijven overal uit de grond groeiden. Toch was dat geen goed nieuws voor de Ardenners. Want een actieve vakantie was bij voorkeur ook een goedkope vakantie. Eten werd thuis bij de Aldi gekocht en niet bij de lokale buurtsuper. Een deel van de nieuwe buitensporters sliep in het bos. Maar voordat de auto met gedoofde lichten de onverharde weg inreed eerst nog even douchen op een camping. Campings niet blij, boswachters niet blij (afval, wc-papier, gesneuvelde bomen voor het kampvuur) en lokale bevolking helemaal niet blij. Het ging zoals het altijd gaat: als de maximale irritatie bereikt is, komen de maatregelen – en hard. Klimgebieden gingen dicht, voor varen op de rivier was een vergunning nodig en campingeigenaren troffen maatregelen tegen wilddouchers. Na de eeuwwisseling kwam de klad in de outdoorvakanties. De hype was voorbij, de rust keerde terug. Maar de muntautomaten bleven. Ik draai de kraan dicht. Tijd voor actie.

Jubelen
In de kleine kampwinkel die ook als receptie dienstdoet koop ik harde bolletjes en een doosje La vache qui rit. Geen topvoedsel, maar de apart verpakte partjes smeerkaas zijn onderweg erg handig. Ik praat wat met de campingdame en reken een paar centen af. Het voelt als een dorpswinkel, buiten straalt de zon die de bloembakken doet jubelen. Ik ontbijt aan de Ourthe waar de damp vanaf slaat en pak m’n spullen in. Wat gisteren nog ongastvrij leek, is nu een aangename plek geworden. Dat doet de nog jonge dag, dat doet de zon, dat doe ikzelf.

In het centrum van La Roche krioelen de auto’s en vakantiegangers, een paar honderd meter voorbij de laatste huizen heb ik het ruwe asfalt voor me alleen. Zo gaat dat met hot spots, als je er buiten stapt valt de drukte meteen weg. De sfeer is wonderlijk, de lucht is zacht en fris en hoewel het midden juli is, komt de temperatuur nauwelijks boven de 20 graden uit. Veel mooier kan fietsweer niet zijn en ook het landschap is helemaal anders dan gisteren. Toen bepaalde de Ourthe grotendeels de route. Fietsroutes in heuvelachtig gebied hebben de neiging aan waterwegen vast te kleven, omdat daar jaagpaden of befietsbare kades zijn en omdat de route dan vlak en laagdrempelig is. Nadeel is dat de afwisseling moet komen van de verschillen tussen wat de oevers te bieden hebben. Sinds de vroegste geschiedenis trekt water bovendien mensen aan. Dorpen, campings, spoorlijnen, doorgaande wegen. De combinatie ‘vlak’ en ‘mensen’ levert niet altijd de fijnste fietservaringen op, dus verlaat ik zonder pijn in het hart opnieuw de Ourthe. Die gaat vanaf La Roche verder stroomopwaarts naar het zuidoosten, om zich bij Nisramont te splitsen in een oostelijke en westelijke Ourthe. Noordoost van de Ourthes liggen de Hoge Ardennen, zuidwest ervan rijd ik de Lage Ardennen binnen.

Goede wijn
Vandaag is er geen rivier, vandaag is er de provincie Luxembourg. Als de betere wijn, perfect op temperatuur en met een zachte, volle smaak waarin je steeds meer tonen ontdekt naarmate je er langer van geniet. Dit is fietsen waar ik heel blij van word. De route loopt niet over jaagpaden of voormalige spoorlijnen, maar over smalle, uitgestorven asfaltwegen. Door stukken bos en langs weilanden waarin dikbilkoeien bijpraten bij voederbakken en drinkpunten. De ene keer kijk ik mijlenver over de akkers en de kruinen, soms verdwijn ik even in een bos met harsgeuren en het ruisen van een onzichtbare beek. Dit is het zuidelijke hart van de Ardennen, die vanaf La Roche de hoogte in gaan. Ik fiets geen honderd meter met hetzelfde verzet, maar de hoogteverschillen in het landschap zijn hier zelden groot, de klimmen zelden gemeen. Het is klimmen en dalen tussen de 350 en 450 meter, met een enkele uitschieter boven de 500. Een golvend plateau, dat niet wordt doorsneden door rivieren als Maas of Ourthe. Klaprozen bloeien, in mijn rechterooghoek vliegt iets wat op een aalscholver lijkt, maar dan groter. Geen ingetrokken nek, dus geen reiger. Het is een zwarte ooievaar, die zich zelfs laat fotograferen.

Geen haast
De combinatie van weer en landschap is te mooi om haast te hebben. Ik fiets zoals ik dat het liefste doe. Om me heen kijken en de loop van het landschap ontrafelen, een foto maken, aantekeningen inspreken voor m’n verhalen. Een informatiebord lezen, even kijken in een Mariakapel. Omdat ik het land wil begrijpen waar ik doorheen fiets, ik wil het voelen. In niet al te heuvelig terrein gaat dat goed samen met wat langere dagafstanden, maar het vele op en neer kost meer tijd dan ik had gedacht. Ik ben niet zo gerust op mijn tijdsplanning als ik in Libramont-Chevigny een pauze neem. Er staat nog een fietser op zijn kaart te kijken. Ik moet eigenlijk dóór, maar what the… Een paar minuten later zitten we een colaatje te drinken op een terras. Fietsers die elkaar opzoeken, als soortgenoten, al ken je elkaar niet. Wat onze plannen zijn, onze belevenissen. Ik heb het vaak meegemaakt, het hoort op de een of andere manier bij fietsen. Het doet me denken aan de reizen die ik gemaakt heb, de vele ontmoetingen, de verhalen. We nemen afscheid, hij gaat verder via Luxemburg naar Hamburg. Ik wil nog naar Gedinne vandaag, via Bouillon. In mijn dromen, want een snelle berekening leert dat ik na tienen ga aankomen. Een net zo snelle denkactie herinnert me eraan dat Bouillon de zuidpunt vormt van mijn vierdaagse, en punten kun je afsnijden.

Thema
In m’n hoofd gaat een waarschuwingslamp knipperen. Ik weet waarom. Kilometers afsnijden, dat klinkt als ‘het hoeft niet meer zo’. Ouder worden is bij mij een thema. Al slaat het misschien nergens op, toch is het zo. Het kind in mij wil elke gedachte daarover verbannen, de volwassene in mij wil het vol aankijken. Er samen oud mee worden. Omdat ouder worden nu eenmaal een deel van me is, net als m’n benen en armen. M’n lijf verandert, heel langzaam, maar het verandert. Wat niet verandert is m’n hoofd. Dat zit vol fietsplannen, vol onrust. De zoete onrust, die maakt dat ik steeds weer weg wil. Heimwee naar de ochtendzon op de moskeeën van Esfahan en de grijze luchten boven Finnmark. Nieuwe plannen, nieuwe routes, nieuwe verhalen. Omdat het daarbuiten zo verschrikkelijk mooi is. Het fietsen brengt me het geluk van de vrijheid, het houdt m’n geest wakker en m’n lijf veerkrachtig. Daarom ben ik op m’n hoede als de spirit weg lijkt te lekken. Het stormt in m’n hoofd. Een andere stem spreekt me bestraffend toe, een stem die me weer in het hier en nu zet. Ik kort de route in omdat ik anders veel te laat aankom, nergens anders om. Omdat het fietsen ook vandaag meer was dan alleen kilometers maken. Het najagen van een dagtotaal, alleen omdat ik bang ben ‘het’ te verliezen, dat is pas sneu. Hmm, ‘ga door’, denk ik bij mezelf. OK dan, nog even een reality check: achttien jaar geleden, op een reis naar Nepal, fietsten Elsbeth en ik gemiddeld 85-90 kilometer per dag. Nu ga ik meestal over de 100. Ik ben eerder langere afstanden gaan fietsen dan kortere, en zonder problemen. De stem in m’n hoofd zwijgt. Ik ben overtuigd. Ik ga de route van vandaag inkorten.

A shortcut to Gedinne
Maar hoe? Dit is leuk. Geen paars GPS-lijntje meer volgen, maar improviseren. Een snelle, maar toch mooie shortcut naar Gedinne zoeken. Geen tijd te verliezen dus. Ik wil overzicht om een rustige route te kunnen kiezen, écht overzicht. Geen gemier op het inimini-schermpje van m’n GPS, en ook m’n telefoonscherm is een getob van eindeloos in- en uitzoomen. Ik wil een grote prehistorische papieren kaart. Het Office du Tourisme de Libramont-Chevigny zit een straat verderop, maar aan de goedbedoelde info heb ik weinig. Mensen zijn gewend om als automobilist te denken. In het Frans-Engels-Nederlandse verhaal van de VVV-dame valt echter het woord ‘tankstation’, aan een uitvalsweg. Ping. Ik weet genoeg, want tankstations verkopen kaarten.

Dat klopt en een kwartier en een koude cola verder sta ik op de kaart de route te bepalen. Net als jaren geleden. Een stuk route onthouden zodat je de kaart weg kunt stoppen. Even rechtdoor, eerste links, doorrijden tot het volgende dorp, klikje rechts, klikje links, tot aan… Ik fiets weer, ik lees weer kaart en ik vermaak me nog steeds uitstekend. Kaartlezen kon ik al op m’n twaalfde, als verkenner, sindsdien nooit meer verleerd.
Het landschap blijft prachtig en afwisselend, de kaart lijkt erg op de werkelijkheid en ik kom op een mooie tijd aan in Gedinne. De geplande 134 kilometers werden er 97. In dit soort terrein niet eens zo beroerd. Bouillon doe ik een volgende keer.

Test
De camping, een kilometer of wat buiten het dorp, heeft m’n reservering kunnen ontcijferen. Ik zet m’n tent op tussen de caravans en de seizoensplaatsen en ga op het terras van het campingrestaurant zitten. Aan de bar wordt gelachen, in het zwembad wordt gezwommen, vanaf het verhoogde terras kijk ik uit over het Waalse Ardennenland. Morgen naar Dinant, dit keer vanaf het zuiden. Naar de Maas, naar Namur, naar Tienen. Ik begin dit land beter te kennen, ik begin er nog meer van te houden. En dat komt maar een beetje door de Kriek van Mort Subite die voor m’n neus staat. Is die beter dan die van Belle-Vue? De mensen aan de bar hebben het me verzekerd. Mmm, dit soort dingen zijn te belangrijk voor een te snel oordeel. Ik doe de test voor de zekerheid nog een keer. En vind zelfs m’n tent terug.

Dag 1: Maastricht – La Roche

Dag 3: Gedinne – Tienen

Dag 4: Tienen – Eindhoven

Geef een reactie

Velden met een * zijn verplicht. Geen nood: je e-mailadres wordt niet gepubliceerd en is niet zichtbaar voor anderen.


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.