Laat voor het eten

Fietsverhalen en fietsinformatie

Naar Berlijn | Dag 3

De wereld vanaf m’n stuur bij het vertrek in Darfeld.

‘s Nachts komen rust en onrust elkaar tegen. Ik slaap goed, maar word een paar keer wakker met de roerloze contouren van spullen om me heen. M’n hoofd heeft nog geen rust, m’n lijf herstelt van de kilometers van gisteren. De afstand is niet nieuw, maar meerdere fietsdagen na elkaar is weer wennen. Bij het opstaan is de tent kurkdroog, de truc met het opzetten heeft gewerkt. Terwijl ik inpak kijk ik het ochtendjournaal, met de gebruikelijke duopresentatie van een hyperopgewekte man en vrouw en met gasten die tenenkrommend grappend hun commentaar op het nieuws geven. Wat hebben ze het gezellig in de studio! En toch moet het zo zijn, het hoort bij het hotelkamer-ochtendritueel. Nieuws laat me landen in het gebied waar ik fiets, maar echt interessant wordt het bij het weerbericht. Duits klinkt van zichzelf al ernstig, maar de weerman maakt het er met z’n slecht-nieuwsblik en een weerkaart vol regensymbolen niet luchtiger op. Vandaag wordt dikke shit ohne Ende. En morgen ook. En overmorgen ook. Ergens daarna wordt het droog en zonniger. Ik check de kamer, prop tent en slaapzak onder m’n arm, pak beide tassen en breng alles naar de overkant. De schemer is droog en lichtgrijs, in het restaurant parkeer ik m’n spullen in een hoek en nestel me op een bank met uitzicht op het ontbijtbuffet. Hoe de rest van de dag ook gaat verlopen, het begin wordt goed.

Licht achter het grijs

Ik kan niets bedenken dat ik had willen eten en dat niet op een buffettafel staat. Het wordt druk om me heen. Bouwers en klussers met werkbroeken met twintig zakken komen binnen. Groepjes mensen van mijn leeftijd hebben lol, een bedrijfsuitje of plattelandsworkshop. Om me heen valt het woord Regen meerdere keren, als om elke twijfel over vandaag uit te bannen. Ik smeer m’n opgedroogde ketting, bedank de gastvrouw voor de goede zorgen, zet de fiets buiten en laad op. De lucht is vuilwit en bewolkt, iets na achten fiets ik weg, om tweehonderd meter verderop weer stil te staan. De eerste spetters. Wijs geworden door gisteravond ga ik meteen in de regenmodus. Softshell uit, regenjas aan, pet op. Spetters worden regendruppels. Ik kijk omhoog, naar een grijsheid die bij regen hoort die niet meer stopt. Dit houd ik de hele verdere dag. Darfeld is snel voorbij, een golvend open akkerland ligt vóór me. Dit zijn de Baumberge. Aan de horizon bewegen windmolens, bomenrijen maken randen aan de akkers. Ik moet schakelen, klimmen, aan het werk. De regen stopt niet, maar is niet zo hard dat ik verscholen onder m’n capuchon de kilometers uitzit. De ochtend is nieuw en uitnodigend als pas gebakken brood, elke meter in dit landschap is onbekend. De wind vlaagt wat, de regen is mild, over een verre glooiing rennen drie reeën weg (alsof ze bang zijn dat ik ze wil opeten), een valk vliegt op. Op m’n natte gezicht ligt een lach, dit is mooi. De route gaat langs boerderijen, tuinen en heggen, met de geur van houtkachels die me aan wintertochten in de Ardennen doet denken. Boven me komt er licht achter het grijs.

SON 28 naafdynamo en SON Edelux II koplamp. SON dynamo’s zijn de efficiëntste in hun soort en hebben een minimale weerstand.

Inhalen

Na een half uur in de regen scheurt de wind de wolken uit elkaar, er vallen blauwe stukken in het grijze dek. Die wind gaat net als ik, maar sneller, naar het oosten waardoor de wolken me inhalen en de opklaring me als een blauwe wolk bereikt. De zon krijgt langzaam de vrijheid en laat de bomen uitdampen, de dag breekt een tweede keer aan. Een Volvo komt naast me rijden, de man aan het stuur doet het raam naar beneden en roept dat het wel vervelend is om in de regen te fietsen. “Aber es macht trotzdem spaß!” roep ik naar waarheid terug. Zijn vrouw en kinderen hebben vorig jaar de Berkelroute gefietst, en verder richting Amsterdam, dat was goed geweest. Waar ik heen ga. “Nach Berlin”. “Dan heb je nog wel een stukje voor de boeg” vertaal ik z’n woorden, “ik hoop dat het niet te veel regent vandaag, heel veel plezier nog!” En hij rijdt verder. Zomaar. En ik had het al naar m’n zin.

Effect

M’n gedachten stromen. Waarom deert de regen me niet? Omdat ik de juiste spullen bij me heb, die het nog doen ook. Een Gore-Tex jas waar niets doorheen gaat, die een goede capuchon heeft en niet benauwd wordt omdat hij vocht doorlaat. Voor- en achterlicht op een naafdynamo, waardoor ik onbeperkt stroom heb en ik in een regenbui, op smalle veldwegen en met een grijze lucht, veilig m’n licht aan kan laten zonder bang te hoeven zijn dat ik niet genoeg accuduur meer heb voor het eind van de dag. En nog veel meer. Goede spullen meenemen betekent dat m’n aandacht niet wordt opgegeten door materiaalruis, maar beschikbaar is voor de belangrijke dingen: de omgeving, de weg, een klim, het verkeer.

Een denderend stukje R1, een buizerd vliegt op en steekt over.

En ik heb genoeg energie, omdat ik uitgerust ben. Ik was lange tijd een nachtdier dat dagenlang toekon met weinig slaap. Totdat ik na een zomervakantie in Zweden, waarin ik sliep in het ritme van de dag, ontdekte dat ik bij thuiskomst bergen werk kon verzetten en geen probleem onoplosbaar leek. Simpelweg omdat ik uitgerust was. Wat anderen al hun leven lang wisten drong toen pas tot me door: met weinig slaap kom je de dag door, met genoeg slaap maak je iets van die dag. Op tochten zorg ik ervoor elke nacht acht uur te slapen. Ik merk het effect.

Velden bloeiend koolzaad geven kleur aan het Münsterland, de R1 kiest soms stukken weg van aangereden modder met scherpe keien en grof grind waar m’n 37-millimeters geen enkele moeite mee hebben, maar die fiets en fietser helemaal gek denderen. Het is niet erg, maar wel heel goed uitkijken.

Koolzaadvelden op weg naar Münster.

Begrip

Het weer wordt nog beter, de lucht is voor tweederde blauw met witte wolken, boven me schijnt de zon in een helder landschap. Het is onvoorstelbaar. Wát ik ook had verwacht bij mijn vertrek vanmorgen, niet dit. Maar het waait, dus leef ik bij het moment – regenen gaat het nog wel vandaag. In Havixbeck (waar ik Haus Havixbeck mis omdat het niet aan de route ligt en ik thuis niet op heb zitten letten) vraag ik aan een mevrouw waar ik een bakkerij kan vinden. Een mens is leuker dan Google. “Nou, dan ga je hier omhoog en dan is het rechts.” De bakker blijkt een Konditorei. De geest is gewillig, maar het vlees is zwak. Backhaus Jankord klinkt als een vetsmelterij ergens ver achter het IJzeren gordijn, maar is een bagagefietsersdroom. Koffie, taart, heel veel bonuspunten voor fietsen in Duitsland. Bij het bestellen zeg ik tegen de dame achter de toonbank “Ich hatte mich vorgenommen keine Pause zu machen…”, waarop de vrouw aanvult “…aber es muss sein”. We begrijpen elkaar.

Compliment

Ik schiet niet heel erg op op deze ochtend, maar dit is wel de fun van het fietsen. Dit deel van Duitsland is leuker dan verwacht. De route is mooier dan verwacht. Niet om aardverschuivende panorama’s of spectaculaire plekken, maar door de kleinheid van het landschap. De afwisseling. Meer dan eens denk ik ‘daar komt weer een R1-tje’ als de geasfalteerde weg rechtdoor naar het volgende dorp van bestemming gaat maar de route die weg verlaat, over een onwaarschijnlijk karrenspoor met stenen en keien het bos in, om verderop via een mooie weg langs weilanden en bosranden alsnog bij het dorp uit te komen. Ik had ze niet verzonnen, maar de routemaker wel. Als je niet tegen hotsebotsen kunt heb je het slecht, maar van mij krijgt de R1-bedenker een groot compliment.

M’n goede humeur deel ik graag met anderen langs de route. Maar Engels gaat toch gemakkelijker dan Duits. “Hello horse, how’s the horsing today, is it any good?” vraag ik aan een paard dat me aankijkt. Hij geeft geen krimp. Zou ik ook niet doen. Als het uitlekt dat je als paard Engels verstaat, ga je voordat je het weet als rariteit mee met een rondtrekkend circus. Verstandig.

Haus Rüschhaus ziet er vanaf de weg uit als een koetshuis. Dat komt omdat de voorkant – en de grote tuin – aan de andere kant zit.

Het licht is mooier

Ik passeer Haus Rüschhaus, waar dichteres Annette von Droste-Hülshoff ooit woonde, een getroebleerde en door een onbeantwoorde liefde geknakte vrouw met een grote schare bewonderaars die dit huis na haar dood als bedevaartsoord bezochten. Kijkend naar de kaart, waarop een soort slotgracht te zien is, had ik een kasteelachtig landhuis verwacht. Wat ik zie lijkt op een koetshuis, ik vind het licht mooier dan het gebouw. Later ontdek ik dat het de achterkant is.

De weilanden stoppen, de weg krijgt een middenberm, ik word omzwermd door jonge mensen op stadsbarrels. Studenten. Münster. Anders fietsen. In een studentenstad kun je niet zomaar stoppen om de route te checken, niet zonder een epische fietskettingbotsing te veroorzaken. Maar zomaar meegaan met de stroom (door net-rood, diagonaal de weg over, slalommend langs voetgangers) is ook niet de manier. Niet met een logge bagagefiets, niet op kruisingen die je niet kent. Het is alsof ik weer eens dwars door Utrecht moet. Niet mijn hobby, maar na alle platteland eigenlijk wel geinig. De route gaat via een lange, mooie en autovrije bomenlaan om het centrum heen, ik rijd onder een groen dak met gele herfstbladeren. Bij een krioelende kruising met de weg de stad uit komt het beslismoment: doorraggen of de stad in. Ergens is het zonde om niet even het hart te voelen van deze mijlpaal, de grootste stad (tot Berlijn) op de route. Ik kijk op m’n horloge en op de kaart en sluit een deal: het wordt het scenario ‘doe Münster in 30 minuten’.

Protestanten en katholieken

Met gps en Google vind ik een grote kerk, de Sankt Lamberti, waarvan ik eerst denk dat het de belangrijkste is (zoveel weet ik van Münster, hoest). Dat is-ie niet, maar het is wel een kerk met een verhaal. In de toren hangen drie kooien waarin in 1536 de lijken zaten van de aanvoerders van de wederdopers, met als belangrijkste Jan van Leiden (die van het spreekwoord), die in de twee jaren daarvóór van Münster een eigen sektarisch koninkrijkje (het ‘Nieuwe Jeruzalem’) hadden gemaakt. De verdreven bisschop heroverde de stad, nam de zelfverklaarde koning Jan en de zijnen te grazen en hing hun lijken vijftig jaar lang aan de toren. Dat was, zoals bij alles in de geschiedenis, niet per ongeluk daar en ook niet per ongeluk toen. In het begin van de zestiende eeuw sloeg Martin Luther (die ik later op deze tocht nog tegen zal komen) met een kritische publicatie over de Rooms-Katholieke Kerk een barst in de macht ervan. Luther’s timing bleek perfect: er waren veel katholieken die vonden dat hun kerk teveel over rijkdom en macht ging en te weinig over het geloof. De barst deed de vaas voorgoed breken, Luther’s kritiek groeide (onbedoeld) in korte tijd uit tot een protestbeweging (de protestanten), de Reformatie was begonnen. Met dit einde van de christelijke eenheid in West-Europa (de Oosters-Orthodoxe Kerk had zich al eerder afgescheiden) was de geest uit de fles. Meerdere denkers bedachten een eigen variant op de bestaande leer, waaronder die van de wederdopers. Münster was een prinsbisdom waarin de bisschop als een vorst regeerde, dus het verdrijven van de bisschop van Münster betekende ook het einde van een stuk wereldlijke macht. Ideaal voor een eigen koninkrijk.

Münster bleef verbonden met de strijd tussen protestanten en katholieken. Ruim een eeuw later werd hier een vredesconferentie gehouden met als uitkomst de Vrede van Westfalen. Een onderdeel daarvan was de Vrede van Münster, waarbij Spanje de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden als zelfstandige natie erkende. Na tachtig jaar opstand en oorlog was het katholieke Spanje moegestreden tegen de overwegend protestantse Noordelijke Nederlanden. Spanje boog het hoofd. Nederland begon in Münster.

Stil

Een paar winkelstraten verder kom ik op een groot plein met in het midden de Sankt-Paulus-Dom, de kerk van de bisschop (een dom of kathedraal). Die wordt schoongemaakt, delen staan in de steigers. Hij is compleet anders dan ik had verwacht. Geen bombastische gotische kolos met tierlantijnen. In plaats daarvan een licht, stil en eenvoudig bouwwerk met twee romaanse torens die er al meer dan achthonderd jaar staan. Verspreid over het plein tekenen studenten de kerk en (vast wel) de goedgebouwde en held-achtige Berlijnfietser die er even een snelle eetstop houdt. En die naar boven kijkt. Waar het is blijven waaien en een wolk van het donkerste grijs de stad nadert. Wegwezen hier.

Omkijken

Een naderende bui zie je niet alleen, je voelt ‘m ook. De ‘stilte voor de storm’ bestaat echt. Bij het oversteken van het Dortmund-Ems-Kanal vlucht ik de berm in, onder een stel hoge bomen. Als een dolle de camera in de tas, regenjas aan en bam! daar is de bui. Kort, apocalyptisch en met een zwiepende wind die het land ranselt. Vrijwel droog door de bomen zit ik ‘m uit, glimlachend, gefascineerd. Als het niks wordt met tunnels, fietsen, schrijven of geschiedenis word ik meteoroloog. De bui wordt gewone regen die niet lang daarna stopt. Ik kijk letterlijk en figuurlijk achterom, naar de stop in Münster. Als ik eerlijk ben was het niet meer dan een storende onderbreking. Bijzonder was het niet (op het verhaal van de kooien na) en het laveren door de stad heeft tijd gevréten – die 30 minuten heb ik niet gehaald. De afweging wel of niet een stad bezoeken blijft een thema op tochten als deze. Sommige plekken kun je niet lompweg voorbijrijden, ze zijn een onderdeel van de beleving van een route. Maar steden kosten veel tijd, die schaars is op mijn dagetappes. Soms is een omweg elke minuut waard. Münster was dat beslist niet. Dóór.

Buiten

Bij het verlaten van de stad hoor ik brandweersirenes, waarschijnlijk is de bui en vooral de harde wind niet zonder gevolgen gebleven. Met het boerenland buiten Münster begint een opschiet-Strecke. Raggen naar het oosten. Het akkerland blijft glooien, het wegdek blijft van alle kwaliteiten: eiland-asfalt, biljart-asfalt, gravelpaadjes en R1-tjes (over zand met scherpe keien). In stukken bos ligt het pad bezaaid met gele en oranje bladeren, boven me jagen grijze wolken voorbij, maar meer dan een paar druppels laten ze niet los.

Op een hoger gedeelte razen windmolens, het geluid van de grote wieken die de lucht vermalen is indrukwekkend, m’n capuchon klappert van de heftige wind. Het is machtig mooi om nu buiten te zijn, met de wolken, het open land en het weer dat in beweging is. Hoe mooi gebouwen of steden ook kunnen zijn, dit is waar ik voor kom. Dit is waar fietsen over gaat. Buiten. Ik raak het land aan, ik voel het en doorkruis het. Zonder het een moment koud te hebben, m’n fietsjas is winddicht, daaronder houden meerdere dunne lagen wol me de hele dag warm. Als het over spullen gaat, is er weinig waar ik zo in ben gaan geloven als in wol. Ik passeer een berk waar nog maar pas de complete top uit is gebroken. Toch die bui.

Verrukt

Ik rijd een kleine stad in, aan de rand ervan eet en drink ik iets bij een bakker op een natte stoel onder de luifel. En neem meteen een paar nussecken mee, ideaal krachtvoer voor onderweg: verpulvert niet (geen bladerdeeg) en heeft een grote calorie-dichtheid. En nog lekker ook. Ik rijd een soort poort binnen en kom langs een eenzame toren, het enige nog resterende deel van de oude (in 1741 afgebrande) Marienkirche. Via kinderkopjes-straten bereik ik een plein. Ik ben verrukt. Vergeet Münster, ga naar Warendorf.

Zo gaat het altijd, zo gaat het nu: highlights overkomen me, het zijn zelden de plekken waarvan ik het tevoren – door routegids of de verhalen van anderen – verwachtte. De Marktplatz is intiem, klein en wondermooi. De Laurentiuskirche heeft groen uitgeslagen puntdaken, van de gevels aan het plein is er niet één dezelfde, de terrassen hopen op een mooie nazomerdag. Boven me verandert de wereld alweer, de zon breekt door in een blauwe lucht en zet het plein in warm en helder licht. Aan de overkant is iets aan de gang. Iets feestelijks. Ik zie statafels met witte tafelkleden, er loopt iemand rond met hapjes, mensen zijn zondags gekleed. Ik zet m’n fiets neer, maak heel veel foto’s en beleef het moment.

Een stuk voorbij het plein staat een koets met paarden te wachten, met mannen in livrei en met hoeden op. Die gaan vast het bruidspaar ophalen. Of iets anders doen waar straks een heel fotoalbum vol mee staat. Ik ga rechtsaf en fiets het Emsseepark in. Naast me ligt de Emssee, een oude rivierarm van de Ems, die ik buiten de stad oversteek. En nog een keer, terug naar het noorden.

De Emssee (Eemsmeer), gezien vanuit het Emsseepark.

Kapel op een boerenerf tussen Münster en Warendorf.

Monument

Het land blijft vlak en afwisselend, de wind stevig en in m’n rug. Ik schiet goed op, de middag is vergevorderd. Op boerenerven en langs de weg staan kruisen en kapellen, dit is katholiek grondgebied. Op de Warendorfer Landweg kom ik rechts in de berm een monument tegen. Een houten kruis met de naam ‘Tim’ markeert de plek waar – de plaats en de beschadiging aan de boom kloppen met wat ik op m’n telefoon vind – in oktober 2013 een jonge vent van de weg raakte, tegen een boom reed en ter plekke overleed. Een foto laat hem zien met een grote vis in z’n hand. Op een hartvormige steen staat ‘Das Herz hat seine Gründe, die der Verstand nicht kennt’. Even denk ik dat het om een zelfverkozen dood gaat, maar deze woorden van (ontdek ik) Blaise Pascal worden soms gebruikt in teksten over verlies. Als fietser zie je de wereld steeds vanaf de weg, ik kom elke tocht wel een monument als dit tegen. Toch is het niet de weg ‘die geeft en neemt’, zoals vissersweduwen over de zee verzuchten. Het is helaas de mens, met als onbedoeld werktuig de auto die hij bestuurt, die neemt. Zinloos, altijd. Ik sla een kruisje en ga weer verder, over een weg die geeft.

De Warendorfer Landweg.

Geen weet

Het lijkt erop of een grijze wolk leeg gaat regenen, maar de wind veegt de hemel schoon. In een wolkenloze en frisser wordende lucht rijd ik het laatste stuk van vandaag. Ik steek de Ems nog één keer over, een kanovaarder wordt langzaam kleiner in de verte. De sfeer is geweldig, op een laatste stop ga ik even zitten en beleef een moment de naderende avond. Het wordt langzaam donker, maar omdat er geen wolken zijn is het langer licht dan gisteren.

In de Heimatgarten van Marienfeld kom ik een Mahnmal (een monument ter bezinning) tegen over een stuk geschiedenis waar ik geen weet van heb. Het herinnert aan het verdrijven van de Duitse bevolking uit Bohemen, toen dat na de Tweede Wereldoorlog deel van Tsjecho-Slowakije werd. Een etnische zuivering die nota bene in een verdrag (van Potsdam, dat ik later op de tocht nog tegenkom) werd geregeld en waarbij naar schatting 15.000-30.000 mensen, allemaal burgers, omkwamen.

Brug kwijt.

Genova?

Gütersloh rijd ik binnen via een park waar mensen hun hond uitlaten, hardlopen of naar huis fietsen. De route gaat schuin naar rechts, maar is daar afgesloten. Werk aan het pad waarschijnlijk. Dat pad kom ik zo wel weer tegen. Maar als ik op een grotere weg stuit zie ik dat route en fietspad over een brug gaan die er niet meer is. Aan weerszijden van de brede weg staan alleen nog de opritten, die abrupt ophouden alsof de brug ertussen is ingestort als op de A10 bij Genova. Met goede moed en de gps zoek en vind ik een omweg. En sta niet veel later en met niet al teveel vertraging voor het hotel. Het is tien voor half acht.

Reserve-Tisch

Met m’n spullen op de kamer en de fiets op de gang stap ik weer naar buiten. In het hotel kun je niet eten, tweehonderd meter verderop zit het aanbevolen La Trattoria.

Als ik binnenkom zit het restaurant helemaal vol. Het is vrijdagavond, totaal niet bij stilgestaan. Maar als ik zeg dat ik met 1 personen ben licht het gezicht van de gastheer op, “das hier ist mein reserve-Tisch, bitte!” Ik mag op een hoge stoel aan zo’n klein hoog tafeltje zitten waarop de ober normaal gesproken wat menukaarten of z’n bestel-ding parkeert. Naast de flessen sterke drank wordt er voor me gedekt, van de menukaart kies ik de tagliatelle al salmone. En een halve liter Weizen, de dag had niet beter kunnen eindigen. Met m’n rug naar de rest van het restaurant eet ik bijna het bord erbij op, met op de achtergrond het blije geroezemoes van mensen voor wie het weekend begonnen is. De ober is een vakman, ik geef een fooi en krijg een klein glas limoncello aangeboden. Een lange dag door het Münsterland, een avond om niet te vergeten. Ik loop terug naar het hotel. Morgen verder Duitsland in, een land dat is gaan leven en waar ik steeds meer zin in krijg. Nu slapen.

Dag 4: Gütersloh – Nieheim

Overzichtspagina

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.