Laat voor het eten

Fietsverhalen en fietsinformatie

Naar Berlijn | Informatie

Foto hierboven: overgang van de A10, ten zuiden van de Schwielowsee.

Mijn bevindingen tijdens de tocht naar Berlijn vind je hieronder. Die zijn, allicht, gekleurd. Hoe jij deze tocht ervaart kom je alleen te weten door zelf op de fiets te stappen. Dat beveel ik je met een gerust hart aan, ik heb het erg naar m’n zin gehad, het was een bijzonder avontuur. Zet het in je agenda, kijk fietsvideo’s van deze route op YouTube, lees de verhalen van anderen en begin met dromen over je eigen editie van de tocht. Alvast veel plezier!

(Klik om te vergroten) Onderdoorgang aan de oostkant van Münster. De Bikeline-track (rood) volgt het verkeerde (linker) fietspad, gaat onder de weg door (kan niet op dat fietspad) en volgt die daarna tegen de rijrichting in. De groene track is de fietsbare variant.

De route

De route naar Berlijn waarover het hier gaat is een deel van Euroroute R1, in Duitsland heet die Europa-Radweg R1 (Radweg = fietsroute), naar het schijnt de oudste langeafstands-fietsroute van Duitsland. De hele R1 loopt van Boulogne-sur-Mer (Noordwest-Frankrijk) naar Sint-Petersburg in Rusland en is 3.250 kilometer lang. Daarvan heb ik (en ik vermoed de meeste Nederlandse Berlijnfietsers) het deel Arnhem-Berlijn gefietst, met een aanloop vanaf Amersfoort.

Ik heb de (thuis gecorrigeerde) tracks gevolgd die je kunt downloaden bij aankoop van de gids, Europa-Radweg R1 (zie hieronder). Volgens die tracks heeft de R1 van Arnhem tot Brandenburger Tor in Berlijn een lengte van 952 kilometer.

De routegids

…is uit de serie Bikeline, uitgegeven door Verlag Esterbauer, en bestaat uit een ringband met een stevige kaft en 200 pagina’s op watervast papier. Ik had gehoopt op een gids van Tyvek (dat je misschien kent van de cartes indéchirables van Michelin of van polsbandjes bij evenementen) dat mat is en – denk ik – lichter, maar het ziet er solide uit. Mooie kaartjes met schaal 1:75.000 rechts, route-aanwijzingen en info over geschiedenis, musea en andere bijzonderheden links. Alles in het Duits, dat wel. Per routedeel een hoogteprofiel en achterin per stad of dorp een lijst met overnachtingsmogelijkheden, fietsenmakers en andere nuttige plekken.

Routegids R1 naar Berlijn.

200 Pagina’s, 398 grammen en… heel mooi uitgevoerd.

De gids gaat niet over ‘de’ Euroroute R1 (van Boulogne-sur-Mer naar Sint-Petersburg), maar over het gedeelte van Arnhem tot de Oder bij Kostrzyn, aan de Duits-Poolse grens oost van Berlijn. Samen 1086 kilometer, waarvan het deel Arnhem-Berlijn volgens de gids 948,5 kilometer is. Voorin de gids staan een url en QR-code waarmee je naar een server gaat vanwaar je GPX-bestanden (gps-tracks) kunt downloaden. De zes tracks komen overeen met de zes routedelen van de gids, waarvan het laatste deel Berlijn-Oder is. Een zevende track is van de hele route. De tracks laden moeiteloos in BaseCamp, waarmee ik ze kan overzetten op m’n gps.

De recentste editie (de zesde sinds 2003) is van 2018. Verzorgd, met veel informatie en duidelijke koppelingen (met nummers en symbolen) tussen tekst en kaartjes. Zichtbaar het product van veel werk en aandacht.

 

Voorbeeldpagina's routegids naar Berlijn.

Twee pagina’s uit de gids: rechts een routedeel langs de noordrand van de Harz, links onder andere een beschrijving van de Hexentanzplatz, van waaruit je de kloof van het Bodetal kunt zien liggen.

Tracks

De tracks zijn, zoals bij vrijwel alle tracks die ik van grote routes heb kunnen downloaden, grof. De uitgever geeft de waarschuwing dat de manier waarop de tracks zijn gegenereerd zorgt voor (kleine) onvolkomenheden. Die zijn tussen de koolzaadvelden niet erg, maar in steden moet een track kloppen. Münster is een goed voorbeeld: wie wel eens op een doordeweekse dag in het gebied rondom NS-station Utrecht fietst, weet dat stilvallen in de stroom fietsende studenten levensverkortend kan zijn. Zo zijn delen van Münster ook: in een vloeiende beweging door de stad rijden heeft daar sterk de voorkeur. Met een haperende track (zie het kaartje hierboven) lukt dat niet, de echte wereld staat het volgen van die track in de weg. Met een historie als student in Utrecht ging de rit door Münster me prima af, maar wel met een thuis gecorrigeerde track.

(Klik om te vergroten) De R1 tussen Arnhem en Berlijn. De groene lijn is mijn track (met aanloop vanaf Amersfoort en een omweg door de Harz), de bovenliggende rode lijn is de originele track. Kleine groene uitstulpingen zijn verbindingen naar overnachtingsplekken. Screenshot van BaseCamp.

De wegen

Eén thema duikt altijd op in de fietsverhalen over de R1: de onverharde wegen op de route. Er waren fietsers die schreven dat je soms een mountainbike nodig had, zo bar was het. ‘Dat zal wel meevallen’ dacht ik bij mezelf, terugdenkend aan de slechte wegen waarover ik in Azië gefietst heb. Maar ik moet nederig bekennen dat ik af en toe gevloekt heb. Af en toe, en eigenlijk alleen als ik moe was of kilometers wilde maken. Maar hoe bar zijn ze nou echt? Samengevat: ze zijn niet te onderschatten, maar ze houden je – zolang je geen racefiets hebt – nergens tegen.

Waarom dan toch die reputatie? Daar zijn denk ik twee redenen voor. Op de eerste plaats het aantal kilometers. Het percentage weet ik niet, maar zelfs al is het maar 20 procent van de route (dat is m’n schatting), dan nog ben je bijna 200 kilometer onverhard aan het rijden. Wat echter het meest bepalend is, is de kwaliteit van de onverharde wegen. ‘Onverhard’ betekent in Nederland meestal hard aangereden gravelpaden. Die doen wel iets met je snelheid, maar met het fietscomfort is weinig aan de hand. Op veel van de onverharde wegen naar Berlijn wordt split gebruikt, stukjes gebroken steen die hoekig (niet rond, zoals grind) en groter dan bij normaal gravel zijn. Dat staat garant voor een denderende ervaring. Met name de – landschappelijk prachtige – Waldwege hebben daar last van, hoewel daar voor de verharding waarschijnlijk alles wordt gebruikt dat de gemeentewerf nog had liggen. Heel-erg-verschrikkelijk. Maar een mountainbike heb je daar niet voor nodig. Ik rijd op 37 mm banden, die alle Berlijn-wegen goed aankonden. Op een racefiets met smalle wegbanden zou ik, om m’n velgen te sparen, de onverharde delen zeker niet fietsen. Met veldrij- of gravelbanden moet het lukken, maar houd je ogen op de weg.

Fietspad langs het spoor tussen Gräfenhainichen en Lutherstadt Wittenberg.

Parijs-Roubaix?

Wat me verder opviel is dat de wegen in z’n algemeenheid slechter zijn dan ik in een land als Duitsland had verwacht. Zolang fietspaden langs doorgaande wegen buiten de bebouwde kom lopen zijn het mooie geasfalteerde paden waarbij de wegenbouwer ze in een dolle bui en ongetwijfeld tegen enorme meerwerkkosten heeft mee-geasfalteerd. Maar binnen de bebouwde kom toont zich de bittere waarheid: er is heel weinig aandacht voor fietsers, misschien omdat die er in Duitsland maar weinig zijn. In grotere dorpen fiets je op de stoep en altijd over klinkers – met soms een andere kleur. Over putdeksels, hobbels, patchwork asfalt, om bomen heen en bij iedere zijstraat ‘kedoeng’ naar beneden, de stoep af (en aan de overkant net zo ‘kedoeng’ er weer tegenop). Dat zijn geen blije gebeurtenissen. In veel plattelandsdorpen worden kasseien gebruikt, zowel in het westen als in het oosten. Meestal zijn in de bermen van kasseienwegen smalle spoortjes uitgesleten waarmee je het ergste gehobbel kunt voorkomen. Tot slot vond ik de wegen in de voormalige DDR niet slechter dan in het westen. Sterker nog: op de laatste fietsdagen gaat de route deels over perfecte asfalt-fietspaden door het bos, die ik in het westen niet tegenkwam.

Zonsopkomst achter de Harz, op de eerste kilometers na Bad Gandersheim.

R1-tjes

De routemaker heeft zichtbaar z’n best gedaan om wegen en paden te kiezen die door de mooiste stukken van het landschap lopen en autoverkeer en andere drukte vermijden. Er zijn weinig kilometers waarbij je de weg deelt met het autoverkeer. Maar de routemaker spaart de fietser niet. Wees niet verbaasd als je vóór je een asfaltweg naar een dorp ziet lopen, maar de route rechtsaf de akkers in gaat, over een denderweg naar datzelfde dorp. R1-tjes noemde ik dat. Die denderweg gaat vervolgens wel door een stuk bos dat ik niet had willen missen, de R1 laat je alle onwaarschijnlijke hoekjes en paden van het landschap zien. Ik vond dat sterk, maar je moet wel elke gedachte over de kortste weg uit je hoofd zetten.

Klimmen en het landschap

Routemakers maken hun route zo toegankelijk mogelijk, dan gaan meer fietsers ‘m volgen. Ze kiezen goede wegen die zo min mogelijk klimmen. Vanwege dat laatste volgen routes nogal eens voormalige spoorlijnen (met name in België, dat er vol mee ligt) of de loop van een rivier (Maas, Rijn en Moezel zijn bekende voorbeelden). De R1 doet dat niet. Een stukje langs de Weser, dan heb je het wel gehad. Toch is klimmen geen groot thema op de R1. Het land golft bijna overal licht, een enkele keer gaat de weg en de hartslag wat steiler omhoog, bij Detmold moet je de (op die plek tamme) rug van het Teutoburger Wald over, in de Harz maak je wat meer hoogtemeters. Daarna heb je het met het echte klimmen gehad – tot de finale, het bos voordat je rechtsaf de lange rechte weg naar Brandenburger Tor inslaat. Ik vond de (bijna) afwezigheid van hoge stukken en reliëf op de route een gemis. ‘Gemakkelijker’ is voor mij niet synoniem met ‘leuker’, harder werken levert ook bij het klimmen meer op. Daarom heb ik een omweg gemaakt via de Brocken (zie hieronder).

Het routedeel tot aan de Harz had een stuk spannender gemogen. Het is lieflijk maar ook tam, er gebeurt niet al te veel. Vanaf de Harz wordt het landschap minder druk, de mensen informeler, de wegen anders, de dorpen stiller, de bossen groter. Ik vond dat veruit het interessantste en mooiste deel van de route. Het tijdperk van de DDR heeft iets met het land en de mensen gedaan dat nog steeds voelbaar is.

Octogon (het gebouw rechts met de dakpan-muts) van Schloss Oranienbaum.

Omweg via de Brocken

Tussen Goslar en Thale heb ik de R1 verlaten en een omweg gemaakt via Braunlage, Schierke, de Brocken en Elbingerode. Geweldig, ik had daar geen meter van willen missen – al zou ik een volgende keer een alternatief zoeken voor het stukje over de drukke B4 (zie kaartje). Meer avontuur, meer natuur, vergezichten en het prachtige rivierdal van de Bode. De klim vond ik beschaafd, met 1141 meter is de Brocken bovendien geen reus. Ik had het geluk mooi weer te hebben op de top, dat maakte het extra bijzonder.

(Klik om te vergroten) De omweg via de Brocken (groene lijn) tussen Goslar (links op het kaartje) en Thale (rechts). De rode lijn is de track van de R1. De omweg is 94 kilometer, het deel van de R1 dat je daarmee overslaat is 56 kilometer – je fietst 38 kilometer extra. Het routedeel van 9,3 kilometer tussen de oranje bolletjes gaat over de drukke doorgaande weg B4.

Overnachtingen en voedsel

Ik vond het erg lastig om campings langs (op maximaal 5 kilometer van) de route te vinden. Dat had maar voor een klein deel te maken met het laagseizoen waarin ik fietste. Van de negen overnachtingen sliep ik er maar vier op een camping. Kleine hotels en pensions zijn er genoeg, maar die worden – in elk geval in oktober – vaak bevolkt door mensen die in de buurt aan het werk zijn. Reserveren is een must. Mails zijn goed, bellen is veel beter. Iemand schreef dat de klantvriendelijkheid in het oosten minder is dan in het westen, in de DDR-tijd was de noodzaak er niet. Als je daarmee bedoelt dat er niemand bij de deur staat met “How are you today sir?”, dan klopt dat. Gelukkig. Ik vond de mensen in het oosten warmer en informeler. In Rädigke leverde dat een camping zonder ontvangst op, maar ook iemand die de moeite nam voor mij de beheerder op te zoeken. Als de camping er niet is en het een hotel wordt, is een aankomst in een plattelandshotel, met het eerste glas (Hefe-)weizen in de Stube en – als je op tijd bent – ook een maaltijd iets dat ik iedereen aan kan raden. Daar is Duitsland erg goed in, een rit naar Berlijn kan eigenlijk niet zonder.

Zelf heb ik alle overnachtingen thuis gereserveerd of geboekt. De belangrijkste reden daarvoor is dat het in de tweede helft van oktober om 18:30 uur donker is. Met de gekozen etappe-lengtes kom ik meestal rond die tijd of net iets later aan. Als ik niets reserveer en de beoogde plek vol, dicht of opgeheven is, heb ik geen zin meer om in het donker naar het volgende dorp te rijden, in de hoop dat daar wel iets beschikbaar is. Op de tocht naar Rome ga ik niets reserveren. Dat zijn drie weken fietsen, waarop het langer licht is, alle (en dichter gezaaide) campings open zijn en ik de etappe-indeling onderweg wil kunnen aanpassen.

Duitsland is traditioneel. Op zondag zijn alle winkels dicht, zelfs in Berlijn. Je kunt geluk hebben met een bakker die zondagmorgen open is (in Frankrijk en Wallonië lukt dat altijd), maar reken er niet op, vul op zaterdag je fietstassen tot de rand. Neem een voorraad cash mee. Pinnen is in Duitsland nog redelijk exotisch, zeker bij kleinere winkels. Bedragen worden niet afgerond op 5 cent, bij cash betaling krijg je letterlijk elke cent wisselgeld terug. De Konditoreien (in Nederland noemen we dat volgens mij ‘lunchroom’) vind ik een feest. Belegde broodjes, koffie, zitgelegenheid, in het centrum (niet omrijden), geen herrie, aardige bediening. Tankstations willen nog wel eens een voorraadje broodjes en andere bakkersdingen hebben, handig wanneer de bakker dicht of te ver omrijden is. Geen halve La Place zoals tankstations langs de Nederlandse snelwegen, met acht soorten ciabatta’s en vierentwintig roestvast-stalen bakken met beleg, maar een kleine vitrine met fietsersvoedsel.

Naar Berlijn - Mijn etappes

DagEtappeKilometers
(met verbindingen naar overnachtingen)
Hoogtemeters
(opgenomen track)
Opmerkingen
1Amersfoort - Vorden109607
2Vorden - Darfeld115376
3Darfeld - Gütersloh116588
4Gütersloh - Nieheim118778
5Nieheim - Bad Gandersheim105755
6Bad Gandersheim - Schierke881741Deels van de route af (door de Harz)
7Schierke - Ermsleben901441Deels van de route af (door de Harz), inclusief de Brocken
8Ermsleben - Mosigkau113466
9Mosigkau - Rädigke100419
10Rädigke - Berlin113632

Fernsehturm, gezien vanaf de Alexanderplatz.

Fietsen door Duitsland

Duitsland is opgeruimd en strak georganiseerd. Voor mij hoeft dat niet, ik houd wel van een beetje chaos. ‘Strak’ heeft voor- en nadelen. Als je de regels volgt, kun je op reserveringen en openingstijden bouwen. Maar wie te laat komt of niet reserveert heeft pech. Over verkeersgedrag heb ik niets te mopperen, op de weinige stukken dat ik naast de auto’s reed gaven die me genoeg ruimte. Iedereen neemt in Duitsland de auto, ook naar de apotheker op de volgende hoek. Dat betekent dat de verkeersdrukte in dorpen op de zaterdag veel groter is dan op een doordeweekse dag.

Al met al

De opbouw van de R1 had, van west naar oost fietsend, niet beter gekund. Als de R1 bij de Harz zou stoppen zou ik ‘m niemand aanbevelen die al vaker en verder op de fiets heeft gezeten. Er zijn afwisselender stukken die je in vijf dagen kunt fietsen. Met de Harz begint een andere R1, ook zonder omweg via de Brocken. Het land gaat zich roeren, de vlakke akkers worden bomen, de natuur gaat zich met de route bemoeien. Daar voorbij kom je, ook nu nog, in een ander Duitsland. Ik ben er verliefd op geworden. Dat heeft te maken met m’n fascinatie voor geschiedenis, met herinneringen uit m’n jeugd, maar ook met het land zelf. Het voelt soberder en ingetogener, maar ook echter en sympathieker. Met Berlijn, waar de laatste negentig jaar zo ontzettend veel gebeurd is, als kroon. Levendiger dan Parijs, beschadigder dan Londen, vriendelijker dan New York, hipper dan Amsterdam. Die opbouw van de route is perfect. Als je ooit een dag of tien er tussenuit kunt en iets anders wilt meemaken dan het zuiden of noorden van Europa, fiets dan naar het oosten, fiets naar Berlijn. Met cash geld, gravelbanden en een regenjas.

Overzichtspagina

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.