Laat voor het eten

Fietsverhalen en fietsinformatie

Naar Rome | Dag 14

Een Engels ontbijt voor een Hollander in Italië.

Foto hierboven: landschap na Desenzano del Garda.

M’n dagritme wint het weer van de wekker, ik word om zes uur wakker. En val nog even in slaap. Als ik m’n ogen weer opendoe zie ik iets zwarts en langgerekts op de vloer. Het lijkt een takje, maar dat takje was er gisteravond nog niet. Dat is gek. Een slak is dapper bezig aan een oversteek van de kamervloer. Die moet met m’n tent zijn meegelift na de nacht bij het snoeiafval. De tent die ik heb uitgerold en uitgehangen om te drogen. Ik kleed me aan, pak de slak voorzichtig beet en zet ‘m buiten in de schaduw in het gras neer. Die gaat het redden.

Het ontbijt, beneden, is per persoon klaargemaakt, ik kon m’n wensen opgeven. Een aardige jonge vrouw zet het voor me neer. Ze heeft knakworstjes in stukken gesneden en gebakken, als sausages bij de scrambled eggs. Ik moet er eerst een beetje om grinniken, maar het heeft iets liefs. Ze heeft moeite gedaan om een goed ontbijt te maken voor deze Hollander op z’n fiets. Het dienblad gaat leeg, de sandwiches doe ik in een servetje, voor later op de dag.

Achtergrond

Ik heb m’n iPad mee naar het ontbijt genomen en blader in de e-bookversie van de tweede routegids, als voorbereiding op het stuk van vandaag. Ik realiseer me dat ik dat maar heel weinig heb gedaan. Thuis heb ik elke bladzijde gelezen, hier volg ik m’n gps-tracks en kijk ik nauwelijks naar de gidsen om. Voor de route hoeft dat niet, die heb ik thuis uitgevogeld en in de tracks verwerkt. Maar zonder gids mis ik ook de achtergrond van de dingen die ik onderweg zie. Net als eerder deze tocht geldt dat omkijken en de waarom-vraag niet zo nuttig zijn, wel het voornemen om het anders te gaan doen. Ik ga de gidsen lezen.

Molinetto, tussen Brescia en het Lago di Garda.

Fietsroutedag

Om tien voor half negen stap ik op en rijd het korte stukje tot waar ik de track oppik. De hemel is grijs, de lucht aangenaam koel. Er is nog redelijk wat verkeer, Brescia is en voelt echt groter dan Bergamo, maar ik rijd zonder veel moeite de stad uit. Aan de rand ervan herken ik een situatie van m’n voorbereiding thuis. Het autoverkeer gaat daar met een smalle brug het spoor over, zonder plaats voor fietsers. De route gaat daarom links van de brug, over een fietspad, richting het spoor. Gelijkvloers. Hoe steek je dan het spoor over? Het lukte me niet om dat thuis met Google street view te achterhalen. Dus ben ik heel benieuwd als ik het fietspad oprijd, en verwacht elk moment dood te lopen tegen een hek langs de rails. Toch niet. Het spoor is hier, verkeerskundig gesproken, verdiept aangelegd. Het fietspad gaat er via een fietsbrug overheen zonder veel omhoog te hoeven. Vandaar. De route klopt alsnog. Geinig.

Vandaag wordt een dag waarop de tocht over bewegwijzerde fietsroutes gaat, bijna van het begin tot het einde zag ik in de gids. Op het eerste stuk volg ik, net als gisteren, van west naar oost de zuidrand van de Alpen, tot aan het Lago di Garda. Daar maak ik de zwenk naar het zuiden, richting Mantova en de Povlakte.

Aangenaam

Spectaculair is het niet, wel heel aangenaam. De fietsroute is fijn, niet om de bordjes maar omdat ze over kleine wegen en vrijliggende fietspaden gaat. Met goed asfalt, door kleine dorpen, langs akkers en industrie. De wegen zijn vlak en rustig, de pleinen leeg, alle woon-werkverkeer heeft z’n bestemming bereikt. Het spettert af en toe een beetje, meer niet.

Oleanders in Sedena. De wolken wijken.

Het is bewolkt met twintig graden en een weldadige bries. Geen blauwe lucht, geen hete zon. Links van me nog steeds de verre hoogten van de Alpen, om me heen maisvelden en tuinen met uitbundige bloemen. Ik zit het zomaar heel erg naar m’n zin te hebben, peddelend (ik ken geen beter woord voor het gevoel) door de dorpen. Een kerk, oleanders langs het fietspad, een frisdrankenwagen die rammelend over een verkeersdrempel rijdt. Ik kom hier op een dag meer verkeersdrempels tegen dan in een maand fietsen in Frankrijk.

Eindmorene

Het land gaat golven, ik nader het Lago di Garda. Heel lang geleden schuurden gletschers grote kommen uit aan de zuidrand van de Alpen. Die kommen vulden zich met water, de serie lagi die we nu kennen: Maggiore, Lugano, Como, Iseo en Garda (en nog wat kleiner spul). Alles wat de gletschers voor zich uitduwden, dat wat er uit de kommen kwam, bleef als eindmorene liggen toen het ijs wegsmolt. Dat zijn de heuvels waar ik nu doorheen fiets.

Op de laatste (ongeveer zes) kilometers vóór Desenzano (aan het Lago di Garda) wijkt Benjaminse van de fietsroute af en kiest in plaats daarvan voor een verharde weg buitenom. Het stuk dat hij daarmee vermijdt is volgens de gids onfietsbaar met bagage, door de staat van de onverharde paden en door een flinke helling. Daar kijk ik naar uit, na alle rustieke pedaalslagen mag er iets meer leven in de brouwerij. Ik blijf de fietsroute volgen.

Mooi

Het is een van de mooiere stukken van vandaag, met vergezichten, wijngaarden en bossen. Ik ben niet de enige fietser, de fietsroute wordt goed gebruikt. Het wit-beige gravel is niet anders dan op de stukken gisteren, net als het hier en daar hobbelen over wat keien. Een mooi dalend geitenpaadje langs het spoor is de afsluiting, een te steile helling ben ik niet tegengekomen. Ik kom uit bij een rotonde, links van me een hoge spoorbrug op een reeks baksteen-met-betonnen pilaren. Erlangs loopt een fiets- en wandelpad waarmee ik Desenzano schamp, om dan de stad weer te verlaten richting het zuidoosten. Het meer komt niet in beeld, ik vind het prima. Ergens vermoed ik dat de drukte hier groter zal zijn dan bij de voorgaande meren.

Langs de laatste kilometers naar Desenzano.

Glooiend land zuid van het Lago di Garda.

Zo goed

De heuvels ebben weg als lichte glooiingen, met rollen hooi op geelbruine velden, bomen en rustige wegen. De lucht is blauwer geworden, witte vegen wolk temperen de zon. Het gaat vandaag als een dolle, met sterke benen, veel energie en een goede spirit. Na het passeren van de A4 gaat het toch weer heuvelen.

De wolken schuiven weg, de zon komt tevoorschijn, het wordt alsnog zweten. Op een heuveltop met bomen zie ik een klein park met picknicktafels, de perfecte pauzeplek. Ik zet m’n fiets naast het parkhek en ga zitten. Dit is m’n eerste stop vandaag, na veertig kilometer, zo goed gaat het vanmorgen. Maar er moet nu wel veel eten in.

Cicaden zoemen doordringend in de bomen, het geluid van het zuiden. Als ik wegfiets passeer ik monumenten en een spandoek met soldaten te paard. Er gaat me iets dagen, iets dat ik in de gids gelezen heb. Dit wil ik begrijpen. De fiets gaat weer op de standaard en ik loop rond, me afvragend wat hier gebeurd is.

Monument ‘ai caduti’ (voor de gevallenen) van de Piemonte Brigade.

Op weg naar Italië

Deze heuveltop ligt vlakbij San Martino en is een van de historische plaatsen van de slag bij Solferino en San Martino (de Italiaanse naam vermeldt – juister – beide plaatsen). Hier vond op 24 juni 1859 bij toeval een van de grootste veldslagen van de negentiende eeuw plaats. Wie hier vochten en waarom is voor een Nederlander anno nu wonderbaarlijk om te ontdekken.

In de jaren vóór en na deze slag was Italië bezig het land te worden dat het nu is. Het Italië in z’n huidige vorm bestaat pas vanaf 1870 en bestond in 1859 uit een verzameling koninkrijken, hertogdommen en vazalstaten. Een deel daarvan stond onder invloed van Frankrijk, een ander deel onder invloed van Oostenrijk. En dan was er ook nog de paus die de baas was in een deel van Midden-Italië. Frankrijk was bezig Oostenrijk uit het noorden te verdrijven, waarbij het Frans-Sardijnse leger (het koninkrijk Sardinië omvatte ook Piemonte en had Turijn als hoofdstad) in de heuvels zuid van het Lago di Garda onverwacht op het Oostenrijkse leger stuitte. Dat zat nog aan het ontbijt en werd in een slag met duizenden doden en tienduizenden gewonden en vermisten in de pan gehakt. Een totale, onglorieuze afgang voor de Oostenrijkers. De slag luidde het einde in van de Oostenrijkse invloed en het begin van de laatste fase van de eenwording van Italië.

De slag is zeker zo beroemd omdat Zwitserse zakenman Henri Dunant (toevallig in de buurt) bij het zien van de tienduizenden onverzorgde gewonden op het slagveld besloot in actie te komen. Hij mobiliseerde de bevolking om hulp te verlenen aan vriend én vijand. Onvoorwaardelijk, als mensen aan medemensen. Thuis schreef hij er een boek over, zijn ideeën werden z’n levenswerk. Het leidde tot de oprichting van het Internationale Rode Kruis en de afspraken van de Eerste Conventie van Geneve (een verdrag dat in 1864 z’n eerste versie had). Henri Dunant was in 1901 de eerste ontvanger van de Nobelprijs voor de vrede.

Fietspad langs het kanaal tussen Volta Mantovana en Mantova.

Vriendelijk

Ten noorden van Pozzolengo komt er een einde aan de west-oost richting die de Rome-route sinds de Adda heeft gevolgd. Ik zwenk hier naar het zuiden, de richting die ik op weg naar Rome zal blijven aanhouden.

Na Pozzolengo volgen de route en ik de SP18, die er op de kaart groter en doorgaander uitziet dan hij al fietsend voelt. Het gaat licht op en neer, het landschap blijft vriendelijk. Langs de weg boerderijen, akkers en nu en dan wat bos. In Volta Mantovana drink ik een cola in een bar-restaurant vol lunchende Italianen. De zon voelt warmer, de schaduwen tekenen zich scherper af, de invloed van de Alpen is definitief verdwenen.

Na een paar kilometer steek ik de Mincio over. De welvingen zijn uitgevlakt, hier rijd ik feitelijk de Povlakte in. Voorbij de Mincio-brug takt een kanaal van de rivier af, dat ik kilometers lang via een stil fietspad strak langs het kanaal volg.

Bananenbomen en waterlelies langs de Mincio.

Dit had heel gemakkelijk als een saai stuk kunnen voelen. Toch doet het dat niet. Misschien is het de timing. De totale rust, zonder elk autogeluid, is heerlijk. Een enkele fietser passeert me, de wolken houden de zon tegen, over het vlakke fietspad vliegen de kilometers voorbij.

Waterlelies

Ik verlaat het kanaal en fiets niet lang daarna op een fietspad naast een lange brug. Het water rechts van me lijkt op een meer, maar is eigenlijk een breed deel van de Mincio, die om het oude deel van Mantova heen stroomt en de oude stad zo aan drie kanten omgeeft. Naast het fietspad bloeien waterlelies, Mantova komt in zicht.

Om bij het hart van de middeleeuwse stad te komen fiets ik een stukje naar het oosten, langs het water. Een machtig, vierkant gebouw steekt boven de weg uit. Ik wil er recht naartoe, het talud op en over, maar het fietspad wil dat niet. Dus ren ik, goed uitkijkend, met m’n fiets aan de hand de weg over en sta even later in ontzag te kijken naar het Castello di San Giorgio.

Castello di San Giorgio.

Gelijk

Je zou het saai kunnen noemen, misschien zelfs lomp, fantasieloos of vierkant. En ik zou je nog gelijk kunnen geven ook. Maar ik vind dit zo mooi dat ik met ontzag en verrukking sta te kijken. De eenvoud van het gebouw straalt een kracht uit die ik indrukwekkend vind aan middeleeuwse gebouwen. Het kasteel, van rond 1400, maakt deel uit van het Palazzo Ducale di Mantova, het hertogelijk paleis. Vier torens, een gracht eromheen, ophaalbruggen. Een kasteel zoals ik me dat als kind voorstelde.

Lach

Ik stap af en loop de stad in, richting het plein waaraan het paleis ligt. Rechts van me doet een luifel met Pane al pane zeer sterk een bakker vermoeden. Op de smalle stoep, langs plantenbakken, is weinig ruimte. Te weinig voor een fietser, een fiets en een vrouw die ook naar de winkel loopt. Ik laat haar voorgaan, “grazie”, ze lacht. Dat doet ook alles wat ik koop en even later in een zak aan m’n stuur bungelt. Dat doet ook het Piazza Sordello, dat vóór me openvalt met haar hobbelige ronde rivierkeien en de paleisgebouwen die stil en indrukwekkend m’n blikveld vullen. Ik ga zitten op een bank en kijk, kijk. Hier had ik op gehoopt, wat is dit bijzonder.

Palazzo del Capitano.

Piazza della Erbe. Op de terrassen is hier en daar nog plaats.

Rust

Vóór me ligt het Palazzo del Capitano, het oudste deel van het Palazzo Ducale, dat aan het eind van de 13e en in het begin van de 14e eeuw werd gebouwd. Eenvoud en kracht. Die doe ik zelf op met het eten van een groot stuk pizza van Pane al pane, en nog meer dat uit de zak komt. Ik app een foto naar huis en krijg terug dat ik er heel ontspannen uitzie. Daar denk ik over na en begrijp het. Er is rust in mij en in het fietsen gekomen. Doordat de druk van lange etappes is verdwenen, doordat ik in dit land kom, m’n eerste lessen heb geleerd en het reizigersgevoel heb hervonden.

Niets of iets?

Waar ga ik vanavond slapen? Dit is het begin van de Povlakte, waar ik weinig meer verwacht dan Po en vlakte. Hier komen geen toeristen, behalve in steden als Mantova. Er zullen geen campings zijn, in de dorpen en kleine steden langs de route verwacht ik geen hotels. In het bos slapen wordt lastig, want er is geen bos. Hoewel, dat probleem is net zo groot als ik het zelf maak. Een paar bomen met wat beschutting is genoeg, m’n tent en ik vinden vast ergens een plek.

Ik open de kaart-app op m’n telefoon en kijk of ik iets langs de route kan vinden. Al hoef ik er geen 120 meer per dag, Mantova is nog te vroeg om te stoppen, ik wil die 105 kilometer wel zo’n beetje aanhouden. Inderdaad, geen campings. Wat kan het schelen, ik kijk ook even op Booking. Voor de grap voer ik Bagnolo San Vito in, de eerstvolgende stad op de route. Daar zit niets, maar dan heb ik een zoekgebied. Er zit wel iets, een hotel dat kamers heeft, voor 55 euro. M’n verwachting voor vanavond draait volledig om.

Rotonda di San Lorenzo.

Er zijn meerdere kamers vrij en er is nog een ander hotel. Daarom boek ik niets, ik ga ter plekke beslissen. Bagnolo San Vito komt eigenlijk iets te vroeg, maar die kilometers haal ik een andere dag wel in. Of niet. Ik doe wat over is in de etenszak en pak m’n fiets. Een hotel, niet te geloven.

Indruk

Wandelend zie ik het grote Piazza Sordello en de andere pleinen van de stad. Maak foto’s, neem de oude vormen in me op. Waan me eeuwen terug. De stenen muren maken indruk, de bogen en de torens. De wat jongere gebouwen hebben pilaren, beelden en versieringen. Maar wat het meeste indruk maakt is een klein rond gebouw aan het Piazza della Erbe, weggestopt tussen al het grotere geweld. Dit zal oud zijn, uit een tijd waarin de bouwkunde meestal bescheiden vormen voortbracht. De Rotonda di San Lorenzo, de oudste kerk van Mantova, is vermoedelijk in 1083 gebouwd. Volgens de overlevering als evenbeeld van het ronde gedeelte van de Heilig Grafkerk in Jeruzalem. Volgens archeologen is het waarschijnlijker dat de kerk is voortgekomen uit een gerestaureerde of herbouwde Romeinse tempel of tombe. Een gebouw waarin, als je het verborgen luik in de vloer vind, een Tempelier tevoorschijn komt die je angstig vraagt of de grote vervolging van zijn orde (in 1307) al achter de rug is.

Tussen Mantova en Bagnolo San Vito.

Juf Jeanne

Het is nog zo’n tien kilometer tot Bagnolo San Vito, een stukje langs de Mincio en door grasland. De middag loopt ten einde, net als de fietsdag. Ik passeer een outlet-complex en verlaat het fietspad om naar het hotel te fietsen. Om zes uur ben ik er, 97 kilometer vandaag.

De dame achter de balie van Albergo Meublé La Corte doet me aan juf Jeanne denken, de juf die Dirk in groep 1 had, de allerliefste juf van de hele wereld. Nu gepensioneerd, ik kom haar af en toe tegen, we groeten nog steeds. In een mix van Italiaans, Engels en vroeg-Neanderthals (om de verkeerde uitgangen en lidwoorden te maskeren) vraag ik haar wat gunstiger voor haar is, een kamer via Booking betalen of hier aan de balie. Ze lacht, het is voor ons beiden beter om direct aan het hotel te betalen. Een kamer is voor mij dan € 50 inclusief ontbijt (geen € 55), terwijl zij niets af hoeft te dragen. Die beslissing is snel genoeg genomen. Ze gaat me vóór, wijst me de kamer, laat zien hoe de grote glazen deur naar de binnenplaats opengaat en geeft me de tip die gesloten te houden, “many mosquitoes, this is Mantova!” De meubels in de kamer zijn al wat ouder, de handdoeken zijn met zorg klaargelegd, ze is een gastvrouw met een scheutje moeder. Er is nog één andere gast.

Avond op het terras van Ristorante Bar da Loris e Chiara.

Avondlicht

Ik zorg voor m’n spullen, douche en ga de kleine stad in. Ze heeft me een restaurant aangeraden dat een kilometer verderop ligt. Ik ga lopen. In het avondlicht langs de stille weg, terwijl de straten bedaren en de velden weer alleen zijn. Bij Ristorante Bar da Loris e Chiara (op de Piazza Diaz nr. 2) bestel ik een bord met vijf kaassoorten en wat sla als antipasto, en penne rigate pomodoro als eerste (en waarschijnlijk laatste) gang.

Mensen komen aangelopen, gaan bij hun vrienden zitten, lachen, eten. Op m’n telefoon lees ik de routegids over het stuk van morgen. De straatverlichting gaat aan, de temperatuur is die van de zomer. Een avond in Italië. Hoe anders zijn deze dagen dan het stuk tot aan de pas. Ik lijk een nieuwe routine te hebben gevonden, waarin ik me nu wentel.

Hoofdstuk

Ik leeg m’n bierglas, betaal en loop terug. Het laatste restje zonlicht verdwijnt geel-oranje achter een zwarte horizon. Ergens gaat een raam open. Ik passeer het verlichte fietspad waarover ik morgen weer zal fietsen, de Povlakte in. Een stuk Italië waar ik beducht op ben. Dat vlakke laagland kan in de zomer glimmend heet zijn, zonder dat het landschap veel teruggeeft voor de inspanning die het kost. Niet het mooiste en beste stuk, maar ik ga het zien, ik ben er klaar voor. Klaar voor het volgende hoofdstuk.

Dag 15 | Bagnolo San Vito – Vignola

Overzicht

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.