Laat voor het eten

Fietsverhalen en fietsinformatie

Naar Rome

Foto hierboven: de Wesertalsperre bij Eupen, met Dirk op weg naar Luxemburg via de route naar Rome, oktober 2015.

Het is juni 2020. Alea iacta est. Het gaat gebeuren, in het voorjaar van 2021 [later bijgesteld naar: in juli of in oktober 2021] fiets ik naar Rome. Eigenlijk niet heel bijzonder, vele anderen deden dat al, waaronder ikzelf in een eerder leven. Maar voor mij is het iets groots. Vanaf het moment dat ik een aantal jaren geleden weer met bagagefietsen begon zit Rome in m’n hoofd.

Fietsen door Sumatra in de regentijd. Soms tot onze naven door het water.

Een klein deel van de route – in een vroege versie – ken ik. Toen Elsbeth en ik op 30 maart 1999 uit Amsterdam vertrokken en alles achterlieten op weg naar Kathmandu was Rome ons eerste doel. Voorbij Maastricht pikten we een route op van ene Paul Benjaminse, een route naar Rome. Fietsvrienden gaven ons bij vertrek een kaartkopie met een ingetekende lijn tot aan Basel. Ze vertelden dat deze lijn een beroemde en geroemde was, langs rustige paden en wegen. Volgens hen een aanrader. Het was m’n eerste kennismaking met door anderen uitgezette routes, al gebruikten we niet de routegids. Tot onze verrassing vermeed de route de doorgaande wegen en reden we door de Hoge Venen over paden waar auto’s niet eens mochten komen. Dat was nieuw voor me. Op een eerdere reis door Azië en Europa, zo’n drie jaar daarvóór, had ik alleen maar op doorgaande wegen gefietst. Op de kaarten van Nelle’s Verlag (schaal 1:1.500.000) was een dagafstand maar een paar centimeter. Binnendoorweggetjes stonden niet op de kaart (of stopten bij een dorp), op Sumatra en in Rajasthan waren we blij met elke weg die in werkelijkheid dezelfde kant opging als op de kaart.

De naam Benjaminse ging in m’n hoofd zitten, intrigerend, wachtend op een toekomstige kans. Want op onze reis verlieten we zijn route bij Morhange, waar we naar het zuidwesten afbogen omdat we via onze vrienden in de Drôme (bij Valence, Frankrijk) naar Rome gingen fietsen, en op een andere plaats de Alpen over zouden steken.

Verrast

De route kwam weer bovendrijven aan het begin van m’n tweede bagagefietsleven. In oktober 2015 fietsten oudste zoon Dirk en ik van Maastricht naar Luxemburg-stad. Inderdaad, via de route van Benjaminse. Dit keer kocht ik de gids, deel 1 van Maastricht tot Basel, en gebruikte die voor de voorbereiding en voor het overzicht onderweg (de hoogteprofielen waren fijn om Dirk te kunnen coachen, “nog 50 meter omhoog en dan geen klimmen meer vandaag!”).

Hoge Venen in de herfst, Dirk fietst voorop.

Zoals hier beschreven was ik in de wolken met de routekeuze en de gids. Mijn aanvankelijke reserve over routes en routegidsen verdween, ik nam me voor om de route ooit helemaal te gaan volgen. Er zou een moment gaan komen waarbij ik niet in Luxembourg zou stoppen of bij Morhange af zou buigen, maar verder zou fietsen naar de stad aan de Tiber, waarheen alle wegen immers leiden.

Maar dat laatste vond ik niet aan de orde met jonge kinderen. Al geven Elsbeth en ik elkaar alle ruimte om te doen waar we gelukkig van worden, een paar weken weggaan met twee kinderen op de basisschool en een vrouw die zelf in het onderwijs zit (en ‘s morgens niet wat later in de klas kan verschijnen, na de ochtendrituelen voor de mannen thuis) wilde ik niet. Dirk en Sietse werden ouder, mijn tochten steeds langer. Afgelopen oktober naar Berlijn, twaalf dagen van huis, de opmaat naar langer weg. Afgelopen april een nieuwe fiets gekocht en nieuwe plannen gemaakt. Met Elsbeth gepraat, agenda geopend. Het kan en het past. Beslissing genomen. Volgend jaar april. Ik kan nauwelijks meer slapen. Het gaat eindelijk gebeuren.

Reitsma of Benjaminse?

Er leiden vele routes naar Rome, waarvan in het Nederlandse taalgebied die van Reitsma en Benjaminse de bekendste zijn. Beide bejubeld, beide het resultaat van noest zoeken, proeffietsen, schrijven, kaarttekenen en updaten. Beide beschreven in routegidsen met routebeschrijvingen en kaartjes. Dus welke wordt het? Ik heb geen tabel voor je met de plussen en minnen van beide routes. De verschillen tussen de routes heb ik wel gezocht in blogs en fietsverhalen, maar de keuze staat al eenentwintig jaar vast. Ik kies de route van Benjaminse, omdat die een deel van m’n fietshistorie is geworden. Ik heb nog even gespeeld met het idee om de ene route heen, en de andere route terug te fietsen, maar dan ben ik langer weg dan ik gezien werk en thuis inpasbaar vind.

Vanaf hier, vlakbij de Wesertalsperre aan het begin van het Hohes Venn (de Hoge Venen), is het tot aan Sourbrodt fietsers-only.

De duur

Net als naar Parijs en Berlijn begin ik bij de voordeur. De beschreven hoofdroute vanaf Maastricht is volgens de website van Benjaminse 1920 kilometer, tot Maastricht komen daar ruim 200 kilometers bij. Met wat extra kilometers van en naar campings en bakkers worden dat snel 2200 kilometer van voordeur tot Sint-Pieter. Het terrein is een mix: vlak, golvend, lage cols en een enkele Alpencol. De ervaring leert dat, met de lichtomstandigheden vanaf half april, in gemengd terrein 110 kilometer gemiddeld per dag een prima afstand is. Dus heb ik 20 dagen nodig. Met twee rust-/reservedagen erbij worden dat een dikke drie weken. Deal.

Bloeiende magnolia aan de gracht in Amersfoort, 21 maart 2020.

De tijd

“The world is changed. I feel it in the water. I feel it in the earth. I smell it in the air.” Galadriel, met de stem van Cate Blanchett, begint zo het verhaal van The Fellowship of the Ring, in het mooiste intro van een speelfilm ooit. Elk jaar verandert de wereld begin april en begin november. In november slaan de milde oktoberdagen om in de donkere, kille en kouder wordende aanloop naar de grijze winter van december en begin januari. In een week tijd wordt het 10 graden kouder. Begin april is het gedaan met de winterverlengende koude en natte dagen van maart en wordt het in een week tijd 10 graden warmer. Maart gaat door voor de maand waarin de lente begint, maar de omslag komt pas in april, even plotseling als welkom. Waren er al eerder krokussen (februari) en bloeiende magnolia’s (maart), pas in april komt de lichtgroene waas over de kale winterbomen en wordt de zon opnieuw geboren. Sinds jaar en dag vind ik april de mooiste maand om buiten te zijn. ‘s Morgens en ‘s avonds aangenaam fris, ‘s middags precies de goede temperatuur, ‘s nachts komt het niet onder nul (en wat dan nog). Dat alles in een herboren, groene en bloeiende wereld.

De zomer

Waarom niet in de zomer? Omdat ik fietsen dan minder leuk vind. Dat besef is de laatste jaren gegroeid. In juni vorig jaar fietste ik de Vlaamse parallel, vier dagen van Vlissingen tot Maastricht. Een groot deel van die tocht in temperaturen boven de dertig graden. Het gaat er niet om of (ik) dat kan, het gaat erom of dat het fietsen leuker maakt. Niet voor mij. De warmte eet een groot deel van mijn energie en aandacht op, als ik stop en de rijwind wegvalt slaat de warmte me in m’n gezicht, stilstaan is niet leuk meer. En dan hebben we het over Vlaanderen in juni, en niet over Italië in juli of augustus. In de warmte hebben mensen minder geduld, is het verkeer sneller geïrriteerd, is het licht te hard om foto’s te maken en is je lijf naast het fietsen veel energie kwijt met het koel blijven. Campings en fietspaden zijn vol en druk, het asfalt reflecteert de hitte, je blíjft bidons vullen. Ik heb ruim voldoende ervaring met het fietsen in die temperaturen, door grote stukken van Azië. Toen kon het niet anders, nu wel. Ik verkies de kalme wereld en de milde zon van april any time boven de drukke hete zomermaanden. Ik ben blij dat ik de vrijheid heb om die keuze te maken.

Juli of oktober

Inmiddels (het is begin april 2021 als ik dit schrijf) is het al een tijdje duidelijk dat de Europese grenzen eind april nog gesloten zullen zijn voor alle niet-essentiële reizen. En dan heb ik het nog niet over quarantaine-verplichtingen en het kunnen laten zien van een negatieve COVID-19 test bij grensovergangen. Ik hoop nu op een tocht die begin juli start, maar houd ook rekening met een tocht in oktober. Ik heb – net als iedereen – op dit moment geen enkele zekerheid dat ik in juli wel zonder gedoe de grenzen over kan. Ik zal het hoofd moeten buigen en moeten afwachten hoe dingen zich ontwikkelen.

Toch laat ik deze alinea’s staan. Mijn voorkeur voor een vertrek eind april-begin mei blijft bestaan, al zal dat in 2021 niet gebeuren. Een tocht in juli blijft tweede keus, maar er zijn ook lichtpunten: in mei regent het vaak en veel in de Alpen en in Noord-Italië, in juli is er aanmerkelijk minder neerslag. In het midden van de zomer is alles waar een tent mag staan open. Ook het geopend zijn van de Splügenpas is (landslides en ander natuurgeweld daargelaten) geen issue. Als ook de zomer van 2021 geen optie blijkt wordt Rome de herfsttocht van dit jaar. Samen met het voorjaar het beste seizoen om te fietsen. Maar in alle eerlijkheid: dát ik op een gegeven moment kan gaan is voor mij het allerbelangrijkste. Al is dat in december, al moet ik met vijf lagen wol de Alpen over, als ik maar kan fietsen. Dat is wat deze vreemde tijd ook doet: ik realiseer me dat wat ik had niet vanzelfsprekend is, en ik zal de dingen die weer terugkomen extra gaan waarderen. Kieskeurig zijn is een voorrecht, geen recht. Daar kan ik heel goed mee leven.

Het plan en de planning

In 2021 hebben mijn beide mannen, inmiddels op dezelfde middelbare school, de laatste week van april en de eerste week van mei vakantie. Elsbeth – leerkracht op een andere school – heeft ook twee weken, maar begint een week later. Drie weken fietsen is in die periode dus heel goed in te passen. Ook opdrachtgevers bewegen mee met de schoolvakanties, waardoor ik effectief maar een week uit de running ben. In de loop van april komt de natuur uit de knop en hoeft de dikke trui niet meer aan. Alles komt samen.

Al met al is het plan om in de laatste week van april te vertrekken. Als de wielen blijven draaien en de benen blijven trappen kom ik begin mei de Splügenpas tegen, op zo’n 2100 meter. Bij de planning is dat de enige onzekere, maar wel zeer bepalende, factor. Als die pas dicht is rijd ik om, ik bereid een plan B voor. Daarin is geen plaats voor trein of bus. Als ik naar Rome fiets, fiets ik alles naar Rome – tenzij alle passen vol metershoge sneeuw liggen, met Moeder Natuur valt niet te onderhandelen. Wat speurwerk op het internet leert dat de Splügenpas meestal begin mei wordt opengeschoven. Die timing zou perfect zijn. Ik ben het liefst de eerste fietser die achter de sneeuwschuiver aan de pas over gaat. Misschien een stukje lopen, met m’n muts op en handschoenen aan, zolang ik er maar over kom.

Halverwege mei sta ik met een beetje geluk in Vaticaanstad. Na een picknick bij het Forum Romanum en het inleveren van m’n fiets bij het oppikpunt van Soetens neem ik de trein terug naar Amersfoort. Vliegen binnen Europa vind ik niet meer anno nu, een internationale trein is veel meer avontuur.

Dat is het plan.


De voorbereiding: de grote lijnen

Mijn route naar de Noordkaap.

De droom en de realiteit

Het eerste plan voor een tocht bestaat uit flarden realiteit, aangevuld met fantasie. Beelden van eerdere tochten, foto’s en video’s van anderen op dezelfde tocht, herinneringen aan plekken die er misschien hetzelfde uitzien als wat ik ga doen. Elke tocht begint met een droom.

Dromen kloppen zelden. Toen ik al fietsend naar het noorden alle kaarten aan elkaar legde en mijn vinger voor het eerst de geplande weg liet volgen, bleek de route naar de Noordkaap honderden kilometers langer te zijn dan ik in Nederland had bedacht. Omdat ik op een bepaalde datum in Noord-Finland had afgesproken, om daar vrijwilligerswerk in de natuur te gaan doen, legden die honderden extra kilometers een grote druk op m’n toch al ambitieuze schema. Het was de Kaap of het mislukken van m’n eerste fietstocht. Het werd de Kaap. Ik heb mezelf helemaal tot aan de grond gefietst, aan het einde van alles, verloren en stuk. Ik ben al fietsend weer opgestaan, sterker en steviger in het zadel dan ooit. Ik was onoverwinnelijk toen ik de avond voorafgaande aan de startdatum bij het stuwmeer in Lokka aankwam, m’n tent opzette en in m’n nakie bij de sauna een halve liter Lapin Kulta dronk met de jonge (en al even naakte – dat je geen vreemde dingen gaat denken) Finse vrouwen die het internationale kamp zouden leiden. Als ik m’n droom niet had gehad, had ik daar nooit gezeten.

Les geleerd

Zo’n stukgaan-en-weer-heel-worden geschiedenis wordt naderhand een mooi verhaal, maar op het moment zelf wilde ik dat ik bij vertrek een realistischer beeld had gehad van de route en de lengte ervan. Wat me deels vrijpleit is dat dat toen veel lastiger was dan nu. In 1992 was er geen internet, geen Openfietsmap of gps-navigatie. Los daarvan had ik mezelf weinig tijd gegeven om me voor te bereiden, tentamens en een verloren liefde eisten al mijn aandacht op. M’n maatfiets was pas een paar weken voor vertrek klaar. Ik had niets anders dan een stapel papieren kaarten in een achtertas.

Ik heb m’n les geleerd. Als m’n tocht een einddatum heeft ga ik op weg met een goed beeld van wat ik ga doen.

Overzicht

Eerst wil ik overzicht. Hoe lang is de route en hoe is het terrein? Wat kom ik tegen? Dat is nodig voor het maken van een realistische planning, en het is voorpret. Ik wil niet alleen het paarse lijntje op m’n gps volgen, ik wil de landschappen begrijpen waar het doorheen gaat, de hoofdstukken onderscheiden waarin de route is ingedeeld. In gedachten fiets ik al door die landschappen, in gedachten ben ik al veel eerder naar Rome aan het fietsen dan volgend jaar april.

Optelsom

Hoe lang de route van Amersfoort naar het Sint-Pietersplein is weet ik met de lengte van de gps-tracks. De track-lengtes vormen echter niet het hele antwoord. Benjaminse geeft op meerdere plaatsen route-alternatieven, die keuzes moet ik maken. Het stuk van Amersfoort naar Maastricht heb ik nog niet uitgezet. Maar de grootste onbekende factor is de oversteek van de Alpen.

(Klik om te vergroten) Splügenpas (2113 meter, rode pijl) op de grens van Zwitserland (noord) en Italië (zuid). De donkerrode lijn is de Benjaminse-route naar Rome.

Plan B

Hoe meer ik het internet doorzoek en lees over Alpenpassen in de winter, hoe duidelijker het me wordt dat de kans op een gesloten Splügenpas in de eerste week van mei reëel is. Het scheelt misschien maar een paar dagen, maar die dagen heb ik niet. Er moet echt een plan B komen voor de Alpenoversteek. Dat plan B zal onderweg waarschijnlijk plan A worden.

Wat zegt de routegids? Ik lees gids 2, over het deel van Basel naar Firenze, van voor tot achter en ontdek dat het voorgestelde alternatief voor de pas de treinreis is van Thusis naar Samedan of – verderop in het Engadin, het dal waar de Inn doorheen stroomt – Sankt Moritz, waarna je verder kunt fietsen naar Chiavenna (de Splügenpas ligt tussen Thusis en Chiavenna). Het alternatief is vooral bedoeld voor fietsers die de pas te inspannend of te koud vinden en de Alpenoversteek liever met de trein doen.

Begrijpelijk

Maar we gingen toch fietsen naar Rome? Vanuit het perspectief van de routemaker begrijp ik de keuze. Verreweg de meeste Romefietsers fietsen in de zomermaanden. Een alternatief voor de pas is voor hen alleen nodig bij geen zin in klimmen of kou, niet bij een gesloten pas. Dan voegt een andere, in dat deel van de Alpen waarschijnlijk even hoge, pas niets toe.

Maar jammer is het wel voor wie vroeg in het jaar naar Rome wil en ‘fietsen naar Rome = fietsen naar Rome’ niet als een vergezochte redenering beschouwt, maar als een real world equivalent van de tautologie. Dus moet ik op zoek naar een Alpenpas die het hele jaar wordt opengehouden en die liefst niet te ver omrijden is.

(Klik om te vergroten) Julierpas (2284 meter, rode pijl) in Zwitserland. De groene lijn is mijn eigen plan B route tussen Thusis en Chiavenna (beide niet op dit kaartje).

Gedoe en Google

Dat is minder eenvoudig dan ik dacht. Het ideaalbeeld is dat een hobbyist of autoclub een kaartje heeft gemaakt met daarop alle Alpenpassen en wanneer ze open zijn. Dat kaartje vind ik niet. Er zijn wel kaartjes, maar incompleet. Er zijn wel complete paslijsten van ANWB-achtige instituten, maar daar staat – logisch misschien – alleen op of ze NU open zijn. In juli, tijdens m’n speurtocht, zijn ze dat allemaal. Duh. Blijft over: elke pas tussen Zwitserland en Italië op de kaart opzoeken (hoe ver is dat om?) en daarna op Wikipedia checken of de pas het hele jaar open is. Gedoe.

Ik besluit een short cut te proberen. Google laten zoeken. Ik ben vast niet de eerste fietser die in april de Alpen over wil. Na een hoop vruchteloze combinaties van zoektermen vind ik een verhaal van twee fietsers (op die pagina naar beneden scrollen) die op weg naar Rome in april de Alpen zijn overgestoken. Twee ligfietsers, op een trike en op een tweewieler. De tweewieler is een Nazca. Dit is een teken van de kosmos, dit is de bedoeling. De pas heet de Julierpas.

Toegangswegen en bubbelwijn

Ik zoek en vind de pas op de kaart en op Wikipedia. 2284 Meter hoog, dus maar 169 meter hoger dan de Splügen. Hij ligt niet ver uit de route, op de weg van Thusis naar Silvaplana (5 km zuidwestelijk van St. Moritz). Wiki zegt dat hij het hele jaar door open is. Yes! Maar ik wacht nog even met de champagne, want op 11 km van Silvaplana, op de weg naar Chiavenna, ligt de Malojapas van 1815 meter hoog. Ook die is volgens Wikipedia het hele jaar open. Eigenlijk is dat logisch. Opgeteld zorgen een open Julier- en Malojapas voor een noord-zuidverbinding tussen Zwitserland en Italië die het hele jaar gebruikt kan worden. St. Moritz zou ’s winters anders te weinig toegangswegen hebben. Plan B komt in zicht.

Clairette de Die. Links de Subtile, rechts de Fruitée. € 5,10 Bij de Intermarché. Bij de Intermarché in Loriol staan ze helemaal links achterin.

De champagne blijft dicht – en bij de slijter. Een ijzersterk marketingsucces, maar een drinkbare variant kost meerdere tientjes. De rest is een veel te dure vergissing. Vreemd genoeg zorgt de prijs voor het succes. Je geliefde of oudejaarsparty-gasten weten dat je zo’n fles niet voor zeven euro bij de Gall hebt gehaald, maar voor veel meer. Jij hebt the real thing voor hen gekocht, ze zijn die investering waard. Champagne koop je niet voor de smaak, maar voor het moment. Ondertussen lachen de Champagnehuizen zich een krul in de l… wijnstok.

Wil je een witte bubbel die al vanaf zo’n 5 euro (Frankrijk) of 7,50 euro (Nederland) te hachelen is (ik durf ‘lekker!’ aan), drink dan Clairette de Die. Wijntechnisch gezien ook champagne (gemaakt volgens hetzelfde, van de Romeinen geërfde, procédé), maar uit de Diois in plaats van uit het met alle macht als merknaam verdedigde Noord-Franse land. Die, het centrum van de Diois, is 45 minuten rijden vanaf waar ik dit zit te tikken. Maar een goede Clairette koop ik net zo gemakkelijk bij de Intermarché in Loriol, een kwartiertje fietsen. Of thuis bij de HEMA.

Maar hoeveel kilometers voegt mijn plan B toe aan de route van Benjaminse?

De tracks

Ik gebruik BaseCamp (Garmin, gratis) voor het uitzetten van routes, het maken en aanpassen van tracks en het overzetten van tracks van desktop of laptop naar gps. Het doet alles wat ik met routes en tracks wil.

Ik laad de gedownloade gps-track tussen Thusis en Chiavenna (het routedeel met de Splügenpas) in BaseCamp. De track blijkt gestript van alle data behalve de afstand. Waarschijnlijk uit privacy-overwegingen – een opgenomen track bevat datum en tijd van elk routepunt – maar ook de hoogtedata ontbreken, en daarmee het hoogteprofiel. Dat het een opgenomen track is blijkt uit het zwabberen van de lijn op plekken waar de gps-ontvangst minder goed was (zoals in stukken bos) en in tunnels, waar de track de weg letterlijk kwijt is. In Thusis volgt de track de route niet, in Campodolcino gaat de gedownloade track een stuk tegen eenrichtingsverkeer in. Eigenlijk word ik er helemaal niet blij van.

(Klik om te vergroten) De beide Alpenoversteken met de passen waar ze overheen gaan.

Nieuwe route, nieuwe track

Tracks die onduidelijk zijn of afwijken van de route zijn niet nuttig. Een track moet kloppen, zo eenvoudig is het. Gps-navigatie kies je voor de flow, om niet steeds stil te hoeven staan voor het raadplegen van kaart of routegids. Vooral heel fijn op stukken met veel wegen en keuzemomenten, zoals in steden. Op die schilderachtige vijfsprong op de oktober-stille Veluwezoom stop je waarschijnlijk sowieso, maar stilstaan in het fiets-spitsverkeer middenin Münster of Parijs geeft geen aanleiding tot grote verkeersblijheid.

De track Thusis-Chiavenna vormt geen uitzondering. Tracks worden meestal gezien als het kersje, zelden als een deel van de taart. Naar zowel Parijs als Berlijn heb ik de door de routemaker beschikbaar gestelde tracks gedownload die kruisingen diagonaal overstaken of dwars door fabriekshallen gingen. Ook in de tracks naar Rome zitten regelmatig fouten. Benjaminse maakt zelf dit voorbehoud: ‘De uitgeverij stelt gps-tracks van derden beschikbaar aan andere fietsers. De uitgeverij is inhoudelijk niet verantwoordelijk voor deze gps-tracks.’ Op een grote kaart geeft dat geen onduidelijkheid maar op een klein gps-scherm sta je alsnog stil, in verwarring of je het fietspad via de onderdoorgang moet nemen of het fietspad haaks links. Neem je de verkeerde, dan kom je daar pas een halve kilometer later achter. Aan de verkeerde kant van de doorgaande weg. Tracks kun je niet half doen.

Ik kan de track corrigeren, zoals ik dat ook met de tracks naar Parijs en Berlijn heb gedaan. Maar met een route van bijna 2200 kilometer is dat enorm tijdrovend, een track is een kralensnoer van losse punten. Ik probeer iets anders. Aan de hand van de kaartjes in de routegids zet ik, nog steeds in BaseCamp, de route tussen Thusis en Chiavenna opnieuw uit. In eerste instantie als route, niet als track (zie voor het verschil de pagina over routes, routegidsen en fietsnavigatie). Daarvoor hoef ik alleen maar op een beperkt aantal punten op de kaart te klikken, waarna het programma de route daartussen zelf op de juiste manier invult, daarbij de wegen en fietspaden volgend. Daarna zet ik de route om in een track. In een paar minuten heb ik een track Thusis-Splügenpas-Chiavenna die exact de route volgt, niet zwabbert en mét hoogteprofiel. Grote blij.

De truc herhaal ik voor plan B, Thusis-Chiavenna via de Julier- en Malojapassen. Die route blijkt maar 30 kilometer langer te zijn, het hoogteprofiel laat geen gekke dingen zien (geen tussenpasjes waarbij je gemaakte hoogtemeters weer verliest) en de Julierpas heeft een behoorlijk geleidelijk verloop – alleen het eerste stuk is 10 procent, de finale is 9,5 procent. M’n plan B is nu definitief gemaakt.


De voorbereiding: tocht en tracks

Herfstplaatje tussendoor. Licht door de bomen, rondje Garderen.

Met de komst van de herfst ga ik verder met de voorbereiding. Rome gaat weer leven. Terwijl de dagen korter worden en de natuur verkleurt sla ik de drie routegidsen van Paul Benjaminse open. Nu ik een beeld heb van de grote lijnen van de route is het tijd geworden om virtueel op de fiets te stappen en de rode kaartlijnen van Benjaminse te vertalen naar echte wegen, landschappen en routekeuzes. Ik ga de tracks maken. Net zoals ik dat gedaan heb met de Alpenoversteek ga ik, terwijl ik de kaartjes en beschrijvingen in de gidsen volg, in BaseCamp de route uitzetten op Openfietsmap-kaarten (OFM-kaarten) en er daarna tracks van maken. In die tracks verwerk ik meteen mijn keuzes bij route-alternatieven.

Een geweldige escape

Voordat je denkt ‘dat soort perfectionisme kun je toch laten behandelen? Iemand bellen, met iemand praten misschien?’ kan ik je zorg iets temperen want er is nog een reden waarom ik dit doe. Behalve tracks die kloppen levert het volgen van de route ook een voorpret op alsof ik al op die fiets zit. In deze blijf-in-Nederland tijden is dat een geweldige escape. Behalve de stukjes door Duitsland (daar mag Google niet fotograferend rondrijden) kun je bijna de hele route via Google Street View volgen. Dat doen zou beslist meer reden geven om hulp in te schakelen, maar op dit punt kan ik je geruststellen: zover ga ik niet. Ik doe dat als de track en de OFM-kaart ruzie hebben of als de routebeschrijving iets anders zegt dan de track doet. Als de kaart bijvoorbeeld aangeeft dat de track tegen de rijrichting in gaat (niet handig, maar dat gebeurt soms) ga ik via Street View naar dat punt om te zien hoeveel kwaad dat kan. In een doodstil dorp geen, in een stad leg ik de track om. Ik zit ineens op de route, alleen de rijwind, de geuren en de schaduw van m’n fiets en mij ontbreken. De grijze lockdown-wolk vervliegt in de Italiaanse zon, m’n hart wordt licht, ik ben er, ik ben er even.

Zo volg ik de route tot aan de Sint-Pieter, aan de hand van de gidsen, OFM-kaarten, wikipedia (voor de achtergrondverhalen) en Google Street View, en zet deze in BaseCamp opnieuw uit. Hieronder geef ik je m’n bevindingen, er zijn een paar dingen waar je iets aan zou kunnen hebben.

De tracks naar Rome
De tracks die je kunt downloaden zijn niet van Benjaminse, hij heeft geen bemoeienis met de inhoud. Ik voel me daarom vrij om daar wat advies over te geven:

  • Op de downloadpagina staat de tip om, als je de route in omgekeerde richting (Rome – Maastricht) wilt fietsen, de tracks om te keren op gpsies.com. GPSies bestaat vanaf augustus 2019 niet meer en is overgenomen door AllTrails. Door de uitgeklede functionaliteit zijn voormalig GPSies-gebruikers daar erg negatief over. Geen nood. Met bijvoorbeeld BaseCamp kun je een gps-track met een enkele muisklik omkeren. BaseCamp vereist, hoe verademend, geen account en is gratis te downloaden en te gebruiken.
  • Met het omkeren van een track ben je er niet. In meerdere dorpen en steden op de route is sprake van eenrichtingsverkeer. Siena is daar een duidelijk voorbeeld van. Het simpelweg omkeren van een track betekent dat je op bepaalde punten tegen de rijrichting in fietst. Ik hou daar niet van. In steden is het gevaarlijk, anderen hebben er last van en daarom vind ik het niet horen bij het te gast zijn in een land. Op OFM-kaarten staat aangegeven op welke wegen eenrichtingsverkeer geldt, wanneer nodig pas ik de track daar op aan.
  • Wanneer je van een routedeel de gps-tracks hebt gedownload en uitgepakt levert dat een lijst met genummerde gpx-bestanden op. De nummering loopt op van het begin tot het einde van het routedeel en is overzichtelijk. Maar die gpx-bestanden zijn niet de tracks zelf, maar pakketjes waar de tracks in zitten. Wanneer je het gpx-bestand in een routeprogramma opent, zie je de eigenlijke track. Die heeft geen nummer. Voorbeeld: het bestand 1-1B-Maastricht-direct-StVith.gpx bevat de track Maastricht-direct-St.Vith on GPSies.com. Behalve dat ‘on GPSies.com’ de tracknaam op je gps onnodig langer maakt, is het ontbreken van een nummer niet handig voor het overzicht – bijvoorbeeld als je thuis alle tracks op je gps zet. De tracks die ik maak en gebruik geef ik in BaseCamp een korte naam en een nummer, zodat ze in m’n gps in de goede volgorde staan. M’n eerste twee tracks heten bijvoorbeeld NR01-Aft-Mstr-217km en NR02-Mstr-Viand-177km (NR = Naar Rome, geniaal).

Deel 0, gids en kaart-ringband.

Van start tot finish

Onbegrensd fietsen van Amsterdam naar Rome loopt van Maastricht (niet van Amsterdam) naar Vaticaanstad. De route van Amsterdam naar Maastricht – of bijvoorbeeld vanaf Den Haag, Rotterdam of Amersfoort – heeft Benjaminse opgenomen in deel 0 – De wegen naar het zuiden. Dat is een oudere (pre-2009) uitgave, bestaande uit een gids en een kaart-ringband, die nog te bestellen zijn en waarvan Benjaminse downloadbare updates ter beschikking stelt. Wanneer ik de lengte van mijn eigen tracks bij elkaar optel beslaat de route van Maastricht tot Vaticaanstad 1948 kilometer. Omdat ik bij m’n voordeur in Amersfoort start komen daar 217 kilometer bij, waarbij ik de route uit deel 0 grotendeels volg. Ik heb 2165 kilometer voor de boeg.

Het aantal van 1948 routekilometers is variabel, onderweg zijn er voor bepaalde trajecten meerdere routevarianten. Ik heb bij het opnieuw uitzetten steeds gekozen voor de hoofdroute. Wanneer die onverhard is en Benjaminse een verharde (en minder mooie) variant geeft, blijf ik doorhobbelen via de hoofdroute. Idem bij varianten die minder klimmen of korter maar minder mooi zijn. Ik kom voor het mooie en ik kom voor het avontuur.

De route is verdeeld in drie delen, elk daarvan beschreven in een routegids die je bij Benjaminse Uitgeverij of bijvoorbeeld bij de Fietsvakantiewinkel kunt bestellen. Dat zijn wat afstand betreft geen gelijke delen, ze beslaan respectievelijk 614 km (deel 1, Maastricht – Basel), 991 km (deel 2, Basel – Florence) en 343 km (Florence – Rome). Van de hele route en (bijna) al z’n varianten zijn gps-tracks gratis te downloaden.

Route-varianten en overzicht

Je zou het een handelsmerk van Benjaminse kunnen noemen dat hij meer dan eens een alternatief geeft voor delen van de route. Als routemaker maakt hij het graag iedere fietser naar de zin. Als je een sidetour naar een grote stad in de buurt wilt maken is daar een routekaartje voor. Idem als je liever alleen verhard rijdt (met een racefiets) of liever minder hoogtemeters maakt. De gidsen zijn zo opgesteld dat je de route zelfs in tegengestelde richting kunt fietsen. Dat verdient een groot compliment, want daar kruipt veel extra werk in. Maar voor de overzichtelijkheid van de routegidsen is het – sorry Paul – funest. Bij het thuis volgen van de route was ik voortdurend aan het puzzelen. Vooruit- en terugbladeren. Ontdekken welk kaartje bij welke beschrijving hoort. Uitvinden waar de beschrijving van een variant stopt en waar de hoofdroute weer verder gaat. De – mooie en gelet op het detailniveau toch verrassend duidelijke – kaartjes staan nooit bij de begeleidende teksten. De bladzijde-nummering is er nu weer wel, dan weer niet. En kaartbladen volgen een andere nummering. De eindredactie lijkt soms te haperen, er staan veel slordigheden in de hoofdtekst en soms ook in de route-aanwijzingen bij de kaartjes. Deel 3 heeft door overzichtskaartjes en de manier van indelen een veel duidelijker structuur.

Daarmee ben ik meteen aan het eind van wat ik te zeuren heb. Want er is een reden waarom ik het gepuzzel en gezoek voor lief neem. Benjaminse is als die docent waarvan je geen enkel college wilt missen. Al zijn z’n dictaten soms wat rommelig, als hij college geeft stap je in zijn wereld. Z’n enthousiasme is aanstekelijk, z’n vakkennis onbetwijfeld. Benjaminse is een verteller, fietser, geschiedenis-liefhebber en routekenner op elke bladzijde. Voor mij maakt dat veel goed, genoeg om z’n routeverhaal met plezier te volgen. Een overzichtelijker gids zou echter meer recht doen aan de kwaliteit van dat verhaal.

De routegidsen van Maastricht naar Rome

KenmerkDeel 1Deel 2Deel 3Totaal
Titel gidsOnbegrensd fietsen van Amsterdam naar Rome
Deel 1: Maastricht - Basel
Onbegrensd fietsen van Amsterdam naar Rome
Deel 2: Basel - Florence
Onbegrensd fietsen door Toscane en Umbrië naar Rome
Amsterdam - Rome deel 3
Gebruikte editieAchtste, juli 2020Zesde, april 2019Vijfde, april 2019
Gewicht gids324 g396 g410 g1130 g
Routedeel (hoofdroute)Maastricht - Hoge Venen - Ardennen - oostrand Luxemburg - Elzas - Vogezen - BaselBasel - de Rijn - Bodensee - de Rijn - Liechtenstein - Chur - Splügenpas - Lago di Como - Bergamo - Lago d'Iseo - Brescia - Mantova - Modena - Apennijnen - Pistoia - San GimignanoSan Gimignano - Poggibonsi - Siena - Montepulciano (bijna) - Orvieto - Rome - VaticaanstadMaastricht - Vaticaanstad
LandenNederland, België, Duitsland, Luxemburg, Frankrijk, ZwitserlandZwitserland, Oostenrijk, Liechtenstein, ItaliëItalië, Vaticaanstad10 Landen
Afstand (hoofdroute, mijn tracks)614 km991 km343 km1948 km
Hoogtemeters (opgenomen tracks)volgtvolgtvolgtvolgt
OFM-kaartenEuropa W (West)Europa W (West) + Europa C (Central) + Europa SE (Southeast) of Alps + Europa SE (Southeast)Europa SE (Southeast)3 OFM-kaarten
BijzonderhedenCol du Donon (727 m) in de Vogezen.Splügenpas (2113 m) op de grens van Zwitserland en Italië, gesloten (sneeuw, er wordt niet geschoven) van november tot begin mei.
De hoofdroute loopt niet via Firenze (Florence).
Meerdere routevarianten beschreven door Toscana en Umbrië.

Deel 1: Maastricht – Basel

Bij de voordeur stap ik op m’n fiets. Plannen zijn al een jaar niets meer waard, maar ik zou willen dat het dan vrijdag 23 april is, niet later dan half zeven in de ochtend, met gele zonnestralen die m’n fiets als schaduw op de muur tekenen. Op vrijdag is Elsbeth vrij, maar ze zal naar beneden gekomen zijn omdat ze is wie ze is, de vrouw die maakte dat het leven mij toelachte toen ik haar ontmoette. De jongens zullen nog slapen, over het fietspad langs het spoor rijdt een fietser, vroeg op weg naar z’n werk. De stille wijk zal naar voorjaar ruiken, in de tuinen zijn de pasgeboren blaadjes helgroen. Bij het wakker worden heb ik de vogels gehoord, de mooiste muziek om de dag mee te beginnen. Ik zal me bevoorrecht voelen, zoals altijd als ik ga fietsen.

De uiterwaarden van de Lek, op de ochtend van m’n vertrek naar Parijs.

De aanloop
Op de eerste dag wil ik zover mogelijk komen, net als naar Parijs. Hier kan ik kilometers maken. Hier halen heuvels de snelheid er nog niet uit, zal ik de meeste historische gebouwen voorbijrijden omdat ik ze ken en zal de route ook zonder gps als vanzelf onder m’n banden wegrollen. Maar het belangrijkste is mijn honger naar wat er gaat komen. Na mezelf meer dan een half jaar te hebben overtuigd dat er niets mis is met aardappels met sperziebonen, dat je kunt variëren door de aardappels te bakken of de bonen te laten zwemmen in Thaise curry, na steeds de voorraadkast te hebben gecheckt om daar alleen aardappels en bonen te vinden, staat de tafel nu vol met al het andere eten dat zo lang buiten bereik was. Ik wil aan die tafel gaan zitten en me verliezen in smaken en geuren, me willoos laten verleiden, me overgeven aan m’n zintuigen en de maaltijd vieren.

Ik begin thuis – niet in Maastricht. De rit naar het restaurant met de tafel hoort erbij, om tijdens de aanloop te kunnen fantaseren over wat er op die tafel staat en hoe het zal zijn om opnieuw de gerechten te proeven waarnaar ik zo heb verlangd. Als ik vroeger op reis ging wilde ik alleen zijn als ik de trein naar Schiphol nam. Uitzwaaien hoeft niet voor mij, afscheid nemen heeft niets vrolijks terwijl ik bij m’n vertrek de gelukkigste mens van de wereld ben. Die aanloop wilde ik beleven en de tijd geven, zonder de afleiding van een afscheid. Het laatste stuk van de treinreis was een vast ritueel. De voorlaatste stop bij (destijds) station Amsterdam Zuid WTC. Even daarna het Nissan-gebouw met z’n rare uitstulping bovenin, dan ben ik er bijna. Wachten tot het moment waarop de trein de helling afgaat, naar het donker van de Schipholtunnel. Uitstappen terwijl m’n lijft tintelt door het vooruitzicht. Reizen, weg, liefst voor eeuwig, dieper kunnen ademhalen, intenser kunnen leven.

Ik stap op, weer alleen in die trein, op weg naar het begin van de reis.

De route (tracks) van deel 1, tussen Amersfoort en Basel, in BaseCamp.

De start
In Mestreech, de stad waar m’n ouders elkaar voor het eerst zagen, de stad die zowel Limburgs, Duits als Belgisch is, zal ik bij het station naar het trapje aan het eind van perron 1 gaan. Daar liggen herinneringen die ik zal beleven als ik er ben, daar start de route.

Oudste zoon Dirk, fietsend door de velden van het Plateau van Margraten.

Op weg naar de oostrand van de stad fiets ik over het tunneldak van de KWA-tunnel. Die ken ik door m’n betrokkenheid bij het project van voor tot achter, maar op het dak ervan, waar de Groene Loper wordt aangelegd, ben ik al een paar jaar niet meer geweest. De stad uit, schuin rechtsaf de woonwijk van Bemelen in. De boom met de maretak, linksaf naar de eerste klim van de route, langs de mergelgroeve omhoog naar het plateau van Margraten. Ik zal om me heen kijken en met alles in me voelen dat het begonnen is. Ik ben aan het doen waar ik lang naar uitgekeken heb, dit keer zal ik de hele route fietsen tot de grote stad in Midden-Italië. Dat is wat ik nu denk. Als ik er eenmaal sta bestaat de aanloop ernaartoe niet meer, de overdenkingen thuis en het verlangen van jaren. Dan is er alleen het hier en nu, m’n fiets en het land om me heen. Dan ben ik gewoon zielsgelukkig.

Via het smalle fietspad door de velden ga ik op weg naar de grens met België, waar ik in het gewest Wallonië ben dat hier een zonderlinge talenmix heeft. Bij Sippenaeken nog een flinter Limburgs, dan even Franstalig, maar al gauw zal ik de Duitstalige Oostkantons binnenfietsen. Na Plombières lijkt me het onverharde pad langs de Gueule leuker dan het verharde alternatief, na het oversteken van het spoor zuid van Hergenrath volg ik de hoofdroute, bovenlangs via Eynatten naar Raeren.

De downloadbare track gaat niet langs de Geule en volgt na Hergenrath niet de hoofdroute maar het alternatief via Walhorn. In orde als je toch al voor dat alternatief gekozen had, maar realiseer je dat de downloadbare tracks die keuze soms voor je maken – hier en ook op andere momenten. Check of dat is wat je wilt, de hoofdroute heet zo omdat dat volgens Benjaminse de mooiere variant is. Zo heel vaak fiets je waarschijnlijk niet naar Rome, dus sta zelf aan het roer.

In Raeren sta ik voor de eerste echte routekeuze: ga ik via de Hoge Venen naar Sourbrodt of neem ik de Vennbahn. Ik ken beide stukken goed (onder andere deze korte tocht geeft je een indruk), beide kanten op, en twijfel niet.

Vennbahn of toch niet: de eerste keuze
De Vennbahn is een van de vele Belgische buiten gebruik gestelde spoortracés waarvan een fietspad gemaakt is. Als je een langeafstandsroute fietst in België kom je er gegarandeerd een tegen. De Vennbahn-radweg is bijzonder door z’n lengte (125 km), doordat hij het Duitse Aachen (maar een kleine twee uur fietsen vanaf station Maastricht) verbindt met Troisvierges in Noord-Luxemburg en omdat hij verzorgd en laagdrempelig is. Duidelijke website, biljart-asfalt, nergens auto’s en hier en daar een wagon-met-terras langs het pad. En niet meer dan een paar procentjes naar boven of naar beneden. Een droomfietspad waar veel fietsers voor kiezen. Het heeft echter een belangrijk nadeel: er gebeurt helemaal niets.

De Vennbahn is alles, maar geen avontuur. Kies ‘m als je dagdromend en onbezorgd kilometers lang over perfect asfalt en in grote lussen door het land wilt fietsen. Bos, bomenhagen en doorkijkjes over de glooiende velden. Hier en daar een wagon of seinpaal als groen uitgeslagen museumstuk langs het pad. Een enkele hoempapa-band die in een feesttent leven in de brouwerij brengt. In de zomer ritsen fietsers. Terrassen waar je, een plekje zoekend, een tijd op je cola moet wachten. Als dat is waar je voor komt: doen. Maar voor mooie natuur en meer avontuur kun je beter via de Hoge Venen gaan, onvergelijkbaar veel beter.

De Hoge Venen in mei, bijna op het hoogste punt. Het ree-silhouet links in de berm is nep – helaas.

Symbool
Daarvoor moet je wel aan het werk, na Raeren gaat de rustige weg meteen omhoog. Een paar kilometer verderop zal ik het dichte bos in fietsen totdat ik op 360 meter hoogte het stuwmeer van de Wesertalsperre tegenkom. Ter hoogte van de dam zou ik de route even kunnen verlaten en de afdaling kunnen maken naar Eupen, naar de Konditoreien in het centrum die bijna elke omweg waard zijn. Bijna, want de klim terug omhoog is bruut, de omweg zo’n 10 kilometer. Slappe hap Peeters, maar toch denk ik dat ik Eupen dit keer oversla. Voorbij de dam kom ik de slagboom tegen die een symbool werd. Daar voorbij begint een nieuw hoofdstuk.

Het pad klimt verder langs de Getzbach en maakt na verloop van tijd een scherpe knik naar rechts. Vanaf hier raadt Benjaminse (in een update) een alternatieve route aan omdat het pad slechter is geworden. Is genoteerd, maar ik ga verder omhoog, via het korte rechts-linksje over een doorgaande asfaltweg bij Haus Ternell, waar je goed kunt eten (en Duits kunt praten). Daarna zal ik verder gaan door de grote bossen, over zandwegen en gravelpaden, met een kleine houten brug over de Miesbach en dan over een stukje puinweg de echte venen in. De klimspieren mogen definitief uit het vet. Ik ben dan waarschijnlijk al een hele tijd alleen, wielrenners zijn lang daarvoor afgehaakt en ook e-bikers wagen zich hier niet. Maar ik zal me laven aan de stilte, aan de uitzichten over een van de laatste stukken hoogveen en aan de bomen die geuren in het voorjaar. Als ik tenminste ondertussen niet zeiknat aan het regenen ben. Hier tik ik het hoogste punt van de venen aan, op zo’n 640 meter en niet ver van het Signal de Botrange, het hoogste punt van België. M’n fiets zit misschien onder de modder, de boswegen hebben me laten denderen (misschien wel laten vloeken), m’n benen hebben beslist geen strandvakantie gehad, maar dit stuk natuur is het steeds waard geweest. Ik zal suizend afdalen naar Sourbrodt, waar ik de Vennbahn weer tegenkom.

De Vennbahn-radweg na Sourbrodt. In de herfstvakantie op weg naar Luxemburg-stad via de Rome-route.

Op weg naar Burg Reuland.

Korter of mooier
Vanaf Weywertz kun je over stukken Vennbahn recht naar het zuiden, via Sankt Vith. Ik kies echter voor de mooiere, wat langere variant via Büllingen en Schönberg, waaraan ik goede herinneringen heb. Ze zullen terugkomen in het verhaal van de tocht, ik ben benieuwd wat ik ervan ga herkennen.

Van deze laatste variant (Weywertz – Büllingen – Honsfeld – Holzheim – Schönberg) bestaat geen downloadbare track. Laat je niet ontmoedigen en maak ‘m zelf, net als ik. Weet wat je doet door via St. Vith te gaan: op de camping daar hebben ze muziek in het sanitairgebouw. Zelf weten.

Na Burg Reuland ga ik richting Dasburg, waar ik fietsend door het dal van de Our – hier de grens tussen Duitsland en Luxemburg – meerdere keren van land zal wisselen. Ook dit herinner ik me als een mooi en afwisselend stuk. In de verte doemt, op een heuveltop boven het landschap uit, het kasteel van Vianden op.

Geen zorgen
Misschien dat je, hier aanbeland, denkt ‘wacht even, gaat hij echt de hele route…?’ No worries, dat ga ik niet doen. In 2015 ben ik met Dirk tot Junglinster gefietst, 35 routekilometers voorbij Vianden, aan het eind van het prachtige klimstuk door het dal van de Schwarze Ernz, en ben daar afgeslagen naar Luxemburg-stad. In 1999 fietsten Elsbeth en ik verder over de route tot aan Morhange in Noord-Frankrijk, om daar af te zwenken richting Dijon en Lyon. M’n kennis van de route begint dus na Junglinster te vervagen en houdt een ruime dagetappe daarna helemaal op. Gelukkig maar. Een route dubbelen heeft twee gezichten, maar is uiteindelijk geen goed plan. Ik weet nu al dat het herkennen van punten langs de route me blij zal maken, omdat de herinnering me terug zal voeren naar de tocht met Dirk en naar de reis die ik met Elsbeth maakte. Dat zijn zoete herinneringen. Maar, ik heb het al eerder geschreven, de tochten van destijds waren zo mooi omdat ik aan het ontdekken was. Plaatsen waar ik nog niet eerder geweest was, onbekende landschappen en onverwacht mooie klimmen en dalen. Het gevoel een ontdekkingsreiziger te zijn, autonoom en op eigen kracht, is voor mij de kern van het fietsen. Die kern gaat verloren als ik een route voor de tweede keer fiets. Dat kan nog steeds een mooie ervaring zijn, maar er ontbreekt iets. Ik ben op zoek naar herkenningspunten en niet aan het ontdekken. Voor de ervaring van het op reis zijn moet ik nieuwe dingen doen, niet bezig zijn met de oude.

In alle eeuwigheid Amen. Einde filosofische omzwerving.

Ik ga verder met m’n virtuele verkenning en met de dingen die ik daarbij tegenkwam. Zonder herinneringen, maar met een enkele fantasie over hoe het straks zal zijn om de tocht te fietsen. Fantasie houdt de hoop en het vooruitzicht in leven.

Wordt vervolgd.

2 reacties

  1. Wat een mooie site Piet. Leuk voornemen om naar Rome te fietsen. Zelf heb ik in 2015 de Benjaminse route tot Basel gereden. Wilde een jaar later het tweede deel rijden maar dat is er niet van gekomen. Heb toen een rondrit door Zwitserland gemaakt. Een kleine impressie (helaas niet zo mooi als jouw site) kun je vinden via de link die ik meestuur.

    Herkenbaar wat je schrijft over droom en realiteit, en dat je toch snel te krap plant. Of dat je niet de ruimte vindt om lange tijd van huis te gaan, omdat je gezin je nu eenmaal niet kan missen. Mooi dat je het nu toch georganiseerd krijgt. Ben heel benieuwd naar jouw ervaringen straks. En of het de moeite waard is om deze route zelf ook nog eens helemaal uit te rijden.

    • Bedankt John, ik ben je impressies aan het lezen, mooi. Ik durf er door het afgelopen jaar nog niet helemaal op te rekenen dat ik kan gaan, maar dat weerhoudt me niet om verder te gaan met de voorbereidingen. Ik blijf fantaseren over wat ik tegen ga komen, dat houdt het plan levend. Laten we in 2021 vooral nieuwe plannen blijven maken en alle annuleer-treurnis van ons afschudden. Daar is de wereld vanaf de fiets écht te mooi voor!

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.