Laat voor het eten

Fietsverhalen en fietsinformatie

Naar Rome

Foto hierboven: de Wesertalsperre bij Eupen, op weg naar Luxemburg via de route naar Rome, oktober 2015.

Alea iacta est. Het gaat gebeuren, komend voorjaar fiets ik naar Rome. Op zichzelf niet heel bijzonder, vele anderen deden dat al, waaronder ikzelf in een eerder leven. Maar voor mij is het iets groots. Vanaf het moment dat ik een aantal jaren geleden weer met bagagefietsen begon zit Rome in m’n hoofd.

Een deel van de route ken ik al een tijd. Toen Elsbeth en ik op 30 maart 1999 uit Amsterdam vertrokken en alles achterlieten op weg naar Kathmandu was Rome ons eerste doel. Voorbij Maastricht pikten we een route op van ene Paul Benjaminse, een route via Basel naar Rome. Het was niet meer dan een ingetekende lijn op een gekopieerde kaart, maar vrienden van ons vertelden dat deze lijn een beroemde en geroemde was, langs rustige paden en wegen. Een aanrader. Het was m’n eerste kennismaking met door anderen uitgezette routes, al gebruikten we geen routegids. De naam Benjaminse ging in m’n hoofd zitten, intrigerend, wachtend op een toekomstige kans. Want op onze reis verlieten we zijn route bij Morhange, waar we naar het zuidwesten afbogen omdat we via onze vrienden in de Drôme (bij Valence, Frankrijk) naar Rome gingen fietsen, en op een andere plaats de Alpen over zouden steken.

Hoge Venen in de herfst, Dirk fietst voorop.

Verrast

De route kwam weer bovendrijven aan het begin van m’n tweede bagagefietsleven. In oktober 2015 fietsten oudste zoon Dirk en ik van Maastricht naar Luxemburg-stad. Inderdaad, via de route van Benjaminse. Dit keer kocht ik de gids, deel 1 van Maastricht tot Basel, en gebruikte die voor de voorbereiding en voor het overzicht onderweg (de hoogteprofielen waren fijn om Dirk te kunnen coachen, “nog 50 meter omhoog en dan geen klimmen meer vandaag!”). Zoals hier al beschreven was ik aangenaam verrast door de routekeuze en de gids. Mijn aanvankelijke reserve over routes en routegidsen verdween, ik nam me voor om de route ooit helemaal te gaan volgen. Er zou een moment gaan komen waarbij ik niet in Luxembourg zou stoppen of bij Morhange af zou buigen, maar verder zou fietsen naar de stad aan de Tiber, waarheen alle wegen immers leiden.

Maar dat laatste vond ik niet aan de orde met jonge kinderen. Al geven Elsbeth en ik elkaar alle ruimte om te doen waar we gelukkig van worden, een paar weken weggaan met twee kinderen op de basisschool en een vrouw die zelf in het onderwijs zit (en ‘s morgens niet wat later op haar werk kan verschijnen) wilde ik niet. Dirk en Sietse werden ouder, mijn tochten steeds langer. Afgelopen oktober naar Berlijn, tien dagen fietsen, twaalf dagen van huis. De opmaat naar langer weg. Afgelopen april een nieuwe fiets gekocht en nieuwe plannen gemaakt. Met Elsbeth gepraat, agenda geopend. Het kan en het past. Beslissing genomen. Volgend jaar april. Ik kan nauwelijks meer slapen. Het gaat eindelijk gebeuren.

Reitsma of Benjaminse?

Er leiden vele routes naar Rome, waarvan in het Nederlandse taalgebied die van Reitsma en Benjaminse de bekendste zijn. Beide bejubeld, beide het resultaat van noest zoeken, proeffietsen, schrijven, kaarttekenen en updaten. Beide beschreven in mooi uitgevoerde gidsen. Dus welke wordt het? Ik heb geen tabel voor je met de plussen en minnen van beide routes. De verschillen tussen de routes heb ik wel gezocht in blogs en fietsverhalen, maar de keuze staat al eenentwintig jaar vast. Ik kies de route van Benjaminse, omdat die een deel van m’n fietshistorie is geworden. Ik heb nog even gespeeld met het idee om de ene route heen, en de andere route terug te fietsen, maar dan ben ik langer weg dan ik gezien werk en thuis inpasbaar vind.

De duur

Net als naar Parijs en Berlijn begin ik bij de voordeur. De beschreven route vanaf Maastricht is 1920 kilometer, tot Maastricht komen daar zo’n 200 kilometers bij. Het stuk door Nederland kan korter langs de diagonaal door de Betuwe en Brabant, maar ik gun mezelf het veel mooiere alternatief via het Maasdal dat ik vanaf de Limburgse grens tussen Malden en Mook ga volgen. Met wat extra kilometers van en naar campings en bakkers worden dat snel 2200 kilometer van voordeur tot Sint-Pieter. Het terrein is een mix: vlak, golvend, lage cols en een enkele Alpencol (Splügen). De ervaring leert dat, met de lichtomstandigheden vanaf half april, in gemengd terrein 110 kilometer gemiddeld per dag een prima afstand is. Dus heb ik 20 dagen nodig. Met een rustdag (annex uitloopdag) erbij worden dat drie weken. Deal.

Bloeiende magnolia aan de gracht in Amersfoort, 21 maart dit jaar.

De tijd

“The world is changed. I feel it in the water. I feel it in the earth. I smell it in the air.” Galadriel, met de stem van Cate Blanchett, begint zo het verhaal van The Fellowship of the Ring, in het mooiste intro van een speelfilm ooit. Elk jaar verandert de wereld begin april en begin november. In november slaan de milde oktoberdagen om in de donkere, kille en kouder wordende aanloop naar de grijze winter van december en begin januari. In een week tijd wordt het 10 graden kouder. Begin april is het gedaan met de winterverlengende koude en natte dagen van maart en wordt het in een week tijd 10 graden warmer. Elk jaar spreek ik mensen die verbaasd zijn dat het in maart nog geen lenteweer is. Dat is waarschijnlijk al zo sinds het koudste deel van de laatste kleine ijstijd, zo’n 300 jaar geleden. De omslag komt in april, even plotseling als welkom. Waren er al eerder krokussen (februari) en bloeiende magnolia’s (maart), pas in april komt de lichtgroene waas over de kale winterbomen en wordt de zon opnieuw geboren. Sinds jaar en dag vind ik april de mooiste maand om buiten te zijn. ‘s Morgens en ‘s avonds aangenaam fris, ‘s middags precies de goede temperatuur, ‘s nachts komt het niet onder nul (en wat dan nog). Dat alles in een herboren, groene en bloeiende wereld.

De zomer

Waarom niet in de zomer? Omdat ik fietsen dan minder leuk vind. Dat besef is de laatste jaren gegroeid. In juni vorig jaar fietste ik de Vlaamse parallel, vier dagen van Vlissingen tot Maastricht. Verreweg het grootste deel van die tocht in temperaturen van ver boven de dertig graden. Het gaat er niet om of (ik) dat kan, het gaat erom of dat het fietsen leuker maakt. Niet voor mij. De warmte eet een groot deel van mijn energie en aandacht op, als ik stop en de rijwind wegvalt slaat de warmte me in m’n gezicht, stilstaan is niet leuk meer. En dan hebben we het over Vlaanderen in juni, en niet over Italië in juli of augustus. In de warmte hebben mensen minder geduld, is het verkeer sneller geïrriteerd, is het licht te hard om foto’s te maken en is je lijf naast het fietsen veel energie kwijt met het koel blijven. Campings en fietspaden zijn vol en druk, het asfalt reflecteert de hitte, je blíjft bidons vullen. Ik heb ruim voldoende ervaring met het fietsen in die temperaturen, door grote stukken van Azië. Toen kon het niet anders, nu wel. Ik verkies de kalme wereld en de milde zon van april any time boven de drukke hete zomermaanden. Ik ben blij dat ik de vrijheid heb om die keuze te maken.

Het plan en de planning

Komend jaar hebben mijn beide mannen, inmiddels op dezelfde middelbare school, de laatste week van april en de eerste week van mei vakantie. Als ik drie weken wil fietsen is een week daarvóór starten het handigst voor thuis. Ook opdrachtgevers bewegen mee met de schoolvakanties, waardoor ik effectief maar een week uit de running ben. In de loop van april komt de natuur uit de knop en hoeft de dikke trui niet meer aan. Alles komt samen.

Al met al is het plan om half april te vertrekken. Als de wielen blijven draaien en de benen blijven trappen kom ik in de laatste week van april de Splügenpas tegen, op zo’n 2100 meter. Bij de planning is dat de enige onzekere, maar wel zeer bepalende, factor. Als die pas dicht is rijd ik om, ik bereid een plan B voor. Daarin is geen plaats voor trein of bus. Als ik naar Rome fiets, fiets ik alles naar Rome – tenzij alle passen vol metershoge sneeuw liggen, met Moeder Natuur valt niet te onderhandelen. Wat speurwerk op het internet leert dat de Splügenpas meestal eind april wordt opengeschoven. Die timing zou perfect zijn. Ik ben het liefst de eerste fietser die achter de sneeuwschuiver aan de pas over gaat. Misschien een stukje lopen, met m’n muts op en handschoenen aan, zolang ik er maar over kom.

Aan het eind van de eerste week van mei sta ik met een beetje geluk in Vaticaanstad. Na een picknick bij het Forum Romanum en het inleveren van m’n fiets bij het oppikpunt van Soetens neem ik de nachttrein terug naar Amersfoort. Vliegen binnen Europa vind ik niet meer anno nu, een internationale trein is bovendien meer avontuur.

Dat is het plan.


De voorbereiding

Mijn route naar de Noordkaap.

De droom en de realiteit

Het eerste plan voor een tocht bestaat uit flarden realiteit, aangevuld met m’n fantasie. Beelden van eerdere tochten, foto’s van anderen tijdens dezelfde tocht, herinneringen aan plekken die er misschien hetzelfde uitzien als wat ik ga doen. Elke tocht begint met een droom.

Dromen kloppen zelden. Toen ik al fietsend naar het noorden alle kaarten aan elkaar legde en mijn vinger voor het eerst de geplande weg liet volgen, bleek de route naar de Noordkaap honderden kilometers langer te zijn dan ik in Nederland had bedacht. Omdat ik op een bepaalde datum in Noord-Finland had afgesproken, om daar vrijwilligerswerk in de natuur te gaan doen, legden die honderden extra kilometers een grote druk op m’n ambitieuze schema. Het was de Kaap of het mislukken van m’n eerste fietstocht. Het werd de Kaap. Ik heb mezelf helemaal tot aan de grond gefietst, aan het einde van alles, verloren en stuk. Ik ben al fietsend weer opgestaan, sterker en steviger in het zadel dan ooit. Ik was koning toen ik de avond voorafgaande aan de startdatum bij het stuwmeer in Lokka aankwam, m’n tent opzette en in m’n nakie bij de sauna een halve liter Lapin Kulta dronk met de jonge Finse vrouwen die het internationale kamp zouden leiden. Als ik m’n droom niet had gehad, had ik daar nooit gezeten.

Les geleerd

Zo’n stukgaan-en-weer-heel-worden geschiedenis wordt na afloop een mooi verhaal, maar op het moment zelf wilde ik dat ik bij vertrek een realistischer beeld had gehad van de route en de lengte ervan. Wat me deels vrijpleit is dat dat toen veel lastiger was dan nu. In 1992 was er geen internet, geen Openfietsmap of GPS-navigatie. Los daarvan had ik mezelf weinig tijd gegeven om me voor te bereiden, tentamens en een verloren liefde eisten al mijn aandacht op. Ik had niets anders dan een stapel papieren kaarten in een achtertas.

Ik heb m’n les geleerd. Als m’n tocht een einddatum heeft ga ik op weg met een goed beeld van wat ik ga doen.

Overzicht

Eerst wil ik overzicht. Hoe lang is de route en hoe het terrein? Wat kom ik tegen? Dat is nodig voor het maken van een realistische planning, maar het is ook voorpret. Ik wil niet alleen het paarse lijntje op m’n GPS volgen, ik wil de landschappen begrijpen waar het doorheen gaat, de hoofdstukken onderscheiden waarin de route is ingedeeld. In gedachten fiets ik al door die landschappen, in gedachten ben ik al veel eerder naar Rome aan het fietsen dan volgend jaar april.

Optelsom

Hoe lang de route van Amersfoort naar het Sint-Pietersplein is weet ik met de lengte van de GPS-tracks. De tracks die je – een fijne service van de routemaker! – van de website van Benjaminse kunt downloaden. Ze zijn het startpunt, maar niet het hele antwoord. Benjaminse geeft op meerdere plaatsen route-alternatieven, die keuzes moet ik nog maken. Het stuk van Amersfoort naar Maastricht heb ik nog niet uitgezet. Maar de grootste onbekende factor is de oversteek van de Alpen.

Splügenpas (2115 meter, rode pijl) op de grens van Zwitserland (noord) en Italië (zuid). De donkerrode lijn is de Benjaminse-route naar Rome.

Plan B

Hoe meer ik het internet doorzoek en lees over Alpenpassen in de winter, hoe duidelijker het me wordt dat de kans op een gesloten Splügenpas in de vierde week van april aanzienlijk is. Het scheelt misschien maar een paar dagen, maar die dagen heb ik niet. Er moet echt een plan B komen voor de Alpenoversteek. Dat plan B zal onderweg waarschijnlijk plan A worden.

Wat zegt de routegids? Ik lees gids 2, over het deel van Basel naar Firenze, van voor tot achter en ontdek dat het voorgestelde alternatief voor de pas de treinreis van Thusis naar Samedan of (verderop in het dal) Sankt Moritz is, waarna je verder kunt fietsen naar Chiavenna (de Splügenpas ligt tussen Thusis en Chiavenna). Het alternatief is vooral bedoeld voor fietsers die de pas te inspannend of te koud vinden en dat deel van de oversteek liever met de trein doen.

Begrijpelijk

Maar we gingen toch fietsen naar Rome? Vanuit het perspectief van de routemaker begrijp ik de keuze. Verreweg de grootste mep Romefietsers fietst in de zomermaanden. Een alternatief voor de pas is dan alleen nodig bij geen zin in klimmen of kou. Dan voegt een andere, in dat deel van de Alpen waarschijnlijk even hoge, pas voor de meeste fietsers niets toe.

Maar jammer is het wel voor wie vroeg in het jaar naar Rome wil en ‘fietsen naar Rome = fietsen naar Rome’ niet als een vergezochte redenering beschouwt, maar als een real world equivalent van de tautologie. Dus moet ik op zoek naar een Alpenpas die het hele jaar wordt opengehouden en die liefst niet te ver omrijden is.

Julierpas (2284 meter, rode pijl) in Zwitserland. De groene lijn is mijn eigen plan B route tussen Thusis en Chiavenna (beide niet op dit kaartje).

Gedoe en Google

Dat is minder eenvoudig dan ik dacht. Het ideaalbeeld is dat een hobbyist of autoclub een kaartje heeft gemaakt met daarop alle Alpenpassen en wanneer ze open zijn. Dat kaartje vind ik niet. Er zijn wel kaartjes, maar incompleet. Er zijn wel complete paslijsten van ANWB-achtige instituten, maar daar staat – logisch misschien – alleen op of ze NU open zijn. In juli, tijdens m’n zoektocht, zijn ze dat allemaal, duh. Blijft over: elke pas tussen Zwitserland en Italië op de kaart opzoeken (hoe ver is dat om?) en daarna op Wikipedia checken of de pas het hele jaar open is. Gedoe.

Ik besluit een short cut te proberen. Google laten zoeken. Ik ben vast niet de eerste fietser die in april de Alpen over wil. Na een hoop combinaties van zoektermen vind ik een verhaal van twee fietsers (op die pagina een eindje naar beneden scrollen) die op weg naar Rome in april de Alpen zijn overgestoken. Twee ligfietsers, op een trike en op een tweewieler. De tweewieler is een Nazca. Dit is een teken van de kosmos, dit is de bedoeling. De pas heet de Julierpas.

Toegangswegen en bubbelwijn

Ik zoek en vind de pas op de kaart en op Wikipedia. 2284 Meter hoog, dus maar 169 meter hoger dan de Splügen. Hij ligt niet ver uit de route, op de weg van Thusis naar Silvaplana (5 km zuidwestelijk van St. Moritz). Wiki zegt dat hij het hele jaar door open is. Yes! Maar ik wacht nog even met de champagne, want op 11 km van Silvaplana, op de weg naar Chiavenna, ligt de Malojapas van 1815 meter hoog. Ook die is volgens Wikipedia het hele jaar open. Eigenlijk is dat logisch. Opgeteld zorgen een open Julier- en Malojapas voor een noord-zuidverbinding tussen Zwitserland en Italië die het hele jaar gebruikt kan worden. St. Moritz zou ’s winters anders te weinig toegangswegen hebben. Ik heb m’n plan B.

Links de Subtile, rechts de Fruitée. € 5,10 Bij de Intermarché.

De champagne blijft dicht – en bij de slijter. Een ijzersterk marketingsucces, maar een drinkbare variant kost een klein vermogen. De rest is een veel te dure vergissing. Wil je een witte bubbel die al vanaf zo’n 5 euro (Frankrijk) of 7,50 euro (Nederland) te hachelen is (ik durf ‘erg lekker’ aan), drink dan Clairette de Die. Wijntechnisch gezien ook champagne (gemaakt volgens hetzelfde, van de Romeinen geërfde, procédé), maar uit de Diois in plaats van uit het met alle macht als merknaam verdedigde Noord-Franse land. Die, het centrum van de Diois, is 45 minuten rijden vanaf waar ik dit zit te tikken. Maar een goede Clairette koop ik net zo gemakkelijk bij de Intermarché in Loriol, een kwartiertje fietsen. Of thuis bij de HEMA.

Maar hoeveel kilometers voegt mijn plan B toe aan de route van Benjaminse?

De tracks

Mijn GPS-en zijn van Garmin. Net als Basecamp, dat ik gebruik voor het uitzetten van routes, het aanpassen van tracks en het overzetten van tracks van desktop of laptop naar GPS. Gratis en het doet alles wat ik met routes en tracks wil doen. Garmin-only, dat wel.

Ik laad de GPS-track tussen Thusis en Chiavenna (met de Splügenpas) in Basecamp. De track blijkt ontdaan van alle data behalve de afstand. Begrijpelijk uit privacy-overwegingen, maar ook de hoogtedata ontbreken waardoor er geen hoogteprofiel van te maken is. In Thusis loopt de track bovendien niet gelijk met de route op de kaartjes in de routegids. Het is duidelijk een opgenomen track, te zien aan het zwabberen van de lijn op plekken waar de GPS-ontvangst minder goed was, zoals in stukken bos. In een dorp gaat de gedownloade track tegen eenrichtingsverkeer in (Google Streetview bevestigt het). De track maakt keuzes die alternatieven zijn voor de hoofdroute zijn, zoals shortcuts. Die keuzes wil ik onderweg liever zelf maken. Eigenlijk word ik helemaal niet blij van de track. Eigenlijk heb ik er vrijwel niets aan.

De beide Alpenoversteken en de passen waar ze overheen gaan.

Nieuwe route, nieuwe track

Ik kan de track corrigeren, zoals ik dat ook met de tracks naar Parijs en Berlijn heb gedaan, maar dat is tijdrovend omdat een track een kralensnoer van losse punten is. Ik probeer iets anders. Aan de hand van de kaartjes in de routegids zet ik, nog steeds in Basecamp, de route opnieuw uit. Als route, niet als track. Daarvoor hoef ik alleen maar op een paar strategische punten (zoals na splitsingen) te klikken, waarna het programma de route daartussen zelf op de juiste manier invult, daarbij de wegen en fietspaden volgend. Daarna zet ik de route om in een track. In een paar minuten heb ik een track die exact de route volgt, niet zwabbert en mét hoogteprofiel.

De truc herhaal ik voor plan B. Die route blijkt maar 30 kilometer langer te zijn, het hoogteprofiel laat geen gekke dingen zien (geen ‘tussenpasjes’, waarbij je gemaakte hoogtemeters weer verliest in aanloop naar de echte pas) en de Julierpas heeft een behoorlijk geleidelijk verloop – alleen het eerste stuk is 10 procent, de finale is 9,5 procent. M’n plan B is nu definitief gemaakt.

Wordt vervolgd.

Geef een reactie

Velden met een * zijn verplicht. Geen nood: je e-mailadres wordt niet gepubliceerd en is niet zichtbaar voor anderen.


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.