Laat voor het eten

Fietsverhalen en fietsinformatie

Routes en routegidsen

Fietsroutes en ik
Ik heb geen lange geschiedenis met door anderen uitgezette fietsroutes. In mijn eerste fietsperiode hadden routes en routegidsen niet m’n aandacht. Ik fietste naar de Noordkaap, naar en door Azië, van west naar oost door Frankrijk, en koos al fietsend op een papieren kaart de route. Op de reis naar Nepal hadden we wel een – heel vroege generatie – GPS bij ons, maar die was er vooral voor om te bepalen waar we zaten toen we in China op luchtvaartkaarten fietsten met een schaal van 1:1.000.000. Positie bepalen en die terugvinden op de kaart (shit, zijn we daar nog maar!). Toen ik na mijn dark ages opnieuw met fietsen begon waren er inmiddels GPS-en waarop ook de kaart geladen werd. Ik kocht een Garmin, die me al vele jaren goede diensten bewijst.

Eerste kennismaking
Met het opnieuw rijden van meerdaagse tochten kwamen de fietsroutes in beeld. Eigenlijk vond ik uitgezette routes niks. Truttig en waar blijft het avontuur? Maar het plan ontstond om oudste zoon Dirk, die als wielrenner had laten zien dat hij kon fietsen, het edele ambacht van het bagagefietsen bij te brengen. Ik wilde een tocht die tot de verbeelding sprak, maar die voor hem – hij was nog geen tien – uitvoerbaar was. De routes van Paul Benjaminse hadden de naam dat ze klimmen zoveel mogelijk vermeden en fietspaden en autoluwe wegen opzochten. Met zo’n route was er avontuur, maar leek het risico op stranden of op een zoon die daarna nooit meer met bagage wilde fietsen niet al te groot. En ik hoefde het niet te bedenken, want dat was al gedaan. In de herfstvakantie van 2015 fietsten Dirk en ik in vier dagen van gemiddeld 65 kilometer van Maastricht naar Luxemburg-stad, via Benjaminse’s fietsroute naar Rome, mét routegids. Het werd een succes, en veranderde voorgoed mijn mening over routes en gidsen.

Voors en tegens
Wat vooral indruk maakte, is dat de routemaker duidelijk veel tijd (en testkilometers) had gestopt in het vinden van autoluwe of autovrije paden en wegen. Paden en wegen die ik zelf waarschijnlijk niet gevonden had, in elk geval niet allemaal, en niet in de tijd die ik zelf aan het uitzetten van een route besteed. Een groot pluspunt. Na vele duizenden kilometers over doorgaande wegen tijdens m’n fietsreizen – omdat de kaart niet gedetailleerd was, of omdat er geen alternatieven waren – was de tocht naar Luxemburg voor mij een nieuwe ervaring. Ik gaf de routemaker een dikke duim omhoog en bedacht dat ik voortaan niet anders meer wilde dan fietsen over dit soort wegen.

Ik ben routes niet gaan zien als blauwdruk voor elke tocht of reis. Ik blijf ook m’n eigen weg gaan. Routes hebben de neiging om klimmen zoveel mogelijk te vermijden. Dat is soms prettig, bijvoorbeeld bij het fietsen met kinderen, maar je ontzegt jezelf ook highlights in het landschap. Je hoeft minder hard te werken, maar je mist ook de beloningen voor dat harde werken. Hoogtes brengen uitzichten, landschappen waar je ver in kunt kijken, leven in de brouwerij. En er is niets mis met hard werken. Routes fiets ik als m’n tijd beperkt is en ik die tijd optimaal wil besteden: met een route weet ik of de tocht past in het aantal dagen dat ik heb. Op die dagen zijn de wegen rustig en het landschap is waarschijnlijk de moeite waard. Soms is weten wat je te wachten staat heel aangenaam.

Fietsen naar Luxemburg, over autovrije wegen.

Op weg naar Luxemburg, over autovrije wegen die ik zelf niet gevonden zou hebben. Dirk is al vooruit, tussen de schuur en het linker gesloten-bord.

Daarna ben ik vaker fietsroutes gaan volgen. Omdat ik er benieuwd naar was, maar ook om weer aan te sluiten bij de fiets-community van nu. In mijn eerste fietsperiode zat ik daar middenin. We kwamen medefietsers tegen op hot spots: Istanbul, Esfahan (het Amir Kabir hostel, ha, het bestaat nog!), Delhi, Kathmandu. Ik ging naar fietsweekenden, fietste tochten met vrienden, de groep was er. Die ben ik in m’n stille jaren kwijtgeraakt. Met het fietsen van routes zoek ik die weer op. Ik kies klassiekers waarover blogs en websites vol staan, om zelf deel uit te gaan maken van die verhalen. Eerst de Waalse RV’s en vorig najaar Benjaminse achterna, naar Parijs. Dit najaar de Europese route naar Berlijn. En om het drieluik vol te maken in de nabije toekomst de oer-fietsroute onder Nederlandse fietsers, die naar Rome. Dan ben ik er weer.

Moet het mee?
Routegidsen zijn, in elk geval voor lichtgewicht-bagagefietsers, zwaar. Dat werd me duidelijk bij de gids van de route naar Berlijn. Lieve help. Volgens de keukenweegschaal weegt het ding 398 gram. Waarmee zich direct de vraag voordoet: moet het mee? En wat is überhaupt de toegevoegde waarde van een routegids? U wilt mij, als gecertificeerd filosoof, deze zingevingsvragen vast vergeven.

Koffiestop met routegids.

Koffiestop op weg naar Parijs. Met chocola en routegids. Wat kom ik tegen, waar moet ik op letten in het landschap.

Navigeren: gids, kaart of GPS
Nee, voor de navigatie moet het niet mee. Waar ik links- of rechtsaf moet haal ik niet al bladzijde-omslaand uit een gids. En ook niet van een papieren kaart. Vóór de komst van maatje Garmin wel, nu niet meer, en ik ben blij dat dat niet meer hoeft. Niet omdat ik niet van kaarten houd (m’n kast ligt er vol mee), maar omdat je positie bepalen op een kaart meer tijd en aandacht vraagt dan bij GPS-navigatie. Af en toe stoppen vind ik aangenaam, maar stoppen om op de kaart te kijken vind ik niet nuttig, en hinderlijk als ik in een cadans zit (of kilometers wil maken). Op het platteland of in het bos speelt dat niet, maar in een bebouwde omgeving is het zelfs met een 1:75.000 kaart – beslist geen gekke schaal voor een fietskaart – een gemier om te ontdekken of het deze of de volgende straat rechts is. Al die aandacht besteed ik liever aan het fietsend om me heen kijken. Op een GPS beweegt je positie mee op de kaart, bij voorkeur langs de gekleurde lijn die de route aangeeft. Nader je de bebouwde kom of een zevensprong in het bos, dan zoom je even verder in en ga je in een vloeiende beweging de goede kant op. Zelf wil ik niet meer terug naar een kaart, laat staan naar het volgen van route-aanwijzingen. Je blijft stoppen.

Dat iemand toch de voorkeur geeft aan een kaart kan ik nog volgen, maar wat ik écht niet begrijp is dat routes nog steeds met bordjes worden aangegeven. Buiten het bordjes-woud dat dit op kruispunten oplevert (ga eens in België kijken, je schrikt je rot) en de inspanning die het onderhoud vergt, ben je dan helemáál bezig met een speurtocht in plaats van met het land om je heen. Mis je een bordje (of is het gesloopt), dan mag je alsnog terug naar de kaart of de gids. Gedoe, en onnodig. Ik wil fietsen, niet spoorzoeken.

Overzicht
Maar… GPS-en hebben ook een nadeel. Je mist het overzicht. Als onderweg in het buitenland de TomTom overlijdt moet menig automobilist direct aan de zuurstof, geen énkel idee waar ze zijn. Kaarten zijn en blijven handig voor de context, het grote plaatje. Wat ben ik aan het doen (een dal aan het volgen, een gebergte aan het oversteken, naar de enige brug over de rivier aan het fietsen) en wat is een alternatief wanneer de geplande route ophoudt (wegwerkzaamheden) of niet bevalt. Je kunt de GPS een nieuwe route laten bepalen, maar met het overzicht van een kaart zie je in één oogopslag de voors en tegens van de alternatieven.

Voorbeeldpagina's routegids naar Berlijn.

Twee pagina’s uit de gids van de R1 Arnhem-Berlijn-Oder: rechts een routedeel langs de noordrand van de Harz, links onder andere een beschrijving van de Hexentanzplatz, van waaruit je de kloof van het Bodetal (linksonder Thale op het kaartje) kunt zien liggen. Door wat ik, geïnspireerd door de gids, zelf over de Harz heb gelezen heb ik besloten om van de route af te wijken om meer van de Harz te zien.

Meerwaarde
Een routegids heeft een meerwaarde, anders had-ie nog bij de Fietsvakantiewinkel in het magazijn gelegen: context en voorbereiding. Bij een routegids heeft iemand veel moeite gedaan om de geschiedenis en de geografie van een gebied uit te vogelen en te beschrijven. Waardoor de dingen die ik onderweg zie betekenis krijgen en op hun plaats vallen, en waardoor ik thuis kan bedenken wat ik onderweg niet wil missen. Onderweg naar Luxemburg en naar Parijs heb ik dat zo ervaren. Bij een route met routegids haal je meer uit wat je ziet en waar je bent.

Gedateerd
Een geprezen eigenschap van een routegids is dat deze kant-en-klare lijsten bevat van plekken waar je onderweg wat aan hebt. Die pré is gedateerd. Toen het gebruik van mobiele data buiten Nederland nog een klein vermogen kostte was dat een voordeel. Nu niet meer. Met je telefoon en Google vind je alles wat je zoekt. Met apps als Naviki vind je alle fiets-gerelateerde dingen langs je route – en ook de route zelf (als die beschreven of bewegwijzerd is) of een ter plekke geïmproviseerde aanpassing daarvan als een weg is opgebroken. Onzin? Nah. Bij het bepalen van m’n eerste overnachtingsplek op weg naar Berlijn, in de buurt van Vorden, ontdekte ik op Google en de Openfietsmap die ik op m’n Mac-desktop en GPS gebruik een camping – nota bene aan de route – die op de gewenste afstand van Amersfoort lag en tot eind oktober open was. Even in de routegids (nieuwste editie, uit 2018) kijken. De camping staat niet in de lijst van overnachtingsplekken bij Vorden. Een heel stuk verder op de route vind ik in de lijst achterin een camping die (hemelsbreed) zo’n drie kilometer van de route ligt. Volgens de gids. Dat wordt over de weg ongeveer vijf kilometer, goed te doen. De camping (‘t is echt dezelfde) ligt niet in de búurt van de route, en meer dan tien kilometer over de weg. Het was de eerste camping die ik uit een van de lijsten koos, en ik was er meteen klaar mee. Papieren lijsten in papieren gidsen? No further questions, your honour.

Geef een reactie

Velden met een * zijn verplicht. Geen nood: je e-mailadres wordt niet gepubliceerd en is niet zichtbaar voor anderen.


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.