Laat voor het eten

Fietsverhalen en fietsinformatie

Routes, routegidsen en fietsnavigatie

Garmin eTrex 30, waarmee ik van 2013 tot 2020 m’n tochten fietste. Zonder stroometend touchscreen (wel klein), hield het daardoor 24 echte uren vol op twee penlites (AA’s). Z’n opvolger op m’n stuur is de Garmin Oregon 700, ook op penlites.

Fietsroutes en ik

Ik heb geen lange geschiedenis met door anderen uitgezette fietsroutes. In mijn eerste fietsperiode hadden routes en routegidsen niet m’n aandacht. Ik fietste naar de Noordkaap, naar en door Azië, van west naar oost door Frankrijk, en koos al fietsend op een papieren kaart de route. Op de reis naar Nepal hadden we wel een – heel vroege generatie – GPS bij ons, maar die was er vooral voor om te bepalen waar we zaten toen we in China op luchtvaartkaarten fietsten met een schaal van 1:1.000.000. Positie bepalen en die terugvinden op de kaart (shit, zijn we daar nog maar!). Toen ik na mijn dark ages opnieuw met fietsen begon waren er inmiddels GPS-en waarop ook de kaart geladen werd. Ik kocht een Garmin, die me al vele jaren goede diensten bewijst.

Eerste kennismaking

Met het opnieuw rijden van meerdaagse tochten kwamen de fietsroutes in beeld. Eigenlijk vond ik uitgezette routes niks. Truttig en waar blijft het avontuur? Maar het plan ontstond om oudste zoon Dirk, die als wielrenner had laten zien dat hij kon fietsen, het edele ambacht van het bagagefietsen bij te brengen. Ik wilde een tocht die tot de verbeelding sprak, maar die voor hem – hij was nog geen tien – uitvoerbaar was. De routes van Paul Benjaminse hadden de naam dat ze klimmen zoveel mogelijk vermeden en fietspaden en autoluwe wegen opzochten. Met zo’n route was er avontuur, maar leek het risico op stranden of op een zoon die daarna nooit meer met bagage wilde fietsen niet al te groot. En ik hoefde het niet te bedenken, want dat was al gedaan. In de herfstvakantie van 2015 fietsten Dirk en ik in vier dagen van gemiddeld 65 kilometer van Maastricht naar Luxemburg-stad, via Benjaminse’s fietsroute naar Rome, mét routegids. Het werd een succes, en veranderde voorgoed mijn mening over routes en gidsen.

Voors en tegens

Wat vooral indruk maakte, is dat de routemaker duidelijk veel tijd (en testkilometers) had gestopt in het vinden van autoluwe of autovrije paden en wegen. Paden en wegen die ik zelf waarschijnlijk niet gevonden had, in elk geval niet allemaal, en niet in de tijd die ik zelf aan het uitzetten van een route besteed. Een groot pluspunt. Na vele duizenden kilometers over doorgaande wegen tijdens m’n fietsreizen – omdat de kaart niet gedetailleerd was, of omdat er geen alternatieven waren – was de tocht naar Luxemburg voor mij een nieuwe ervaring. Ik gaf de routemaker een dikke duim omhoog en bedacht dat ik voortaan niet anders meer wilde dan fietsen over dit soort wegen.

Ik ben routes niet gaan zien als blauwdruk voor elke tocht. Naast het voordeel van het vele voorwerk (autoluwe wegen vinden en de mooiste routevariant ontdekken) hebben routes namelijk ook een nadeel: het streven om zo laagdrempelig mogelijk te zijn. Logisch, als routemaker wil je zoveel mogelijk fietsers kennis laten maken met het reizen op de fiets. Maar daardoor hebben routes bijvoorbeeld de neiging om klimmen zoveel mogelijk te vermijden. Een enkele keer is dat prettig, bijvoorbeeld bij het fietsen met kinderen. Maar klimmen brengt ook reliëf en avontuur aan in de tocht: hoogtes, landschappen waar je ver in kunt kijken, ander weer (misschien wel sneeuw), inspanning, natuur, uitzichten en de beloning als je boven bent. Ik houd van dat reliëf, van het harde werken en van de beloning die het landschap je ervoor geeft.

Routes fiets ik als m’n tijd beperkt is en ik die tijd optimaal wil besteden: met een route weet ik of de tocht past in het aantal dagen dat ik heb. Op die dagen zijn de wegen rustig en het landschap de moeite waard. En ik fiets routes om de beleving ervan. Waarom zou iemand Parijs-Roubaix willen fietsen, over de slechtste wegen van Noord-Frankrijk? Omdat het een begrip is, omdat je ergens deelgenoot van word. Al ga ik graag m’n eigen weg, ik vind het af en toe gaaf om die deelgenoot te zijn. Naar Parijs, naar Berlijn, naar Rome.

Fietsen naar Luxemburg, over autovrije wegen.

Op weg naar Luxemburg, over autovrije wegen die ik zelf niet gevonden zou hebben. Dirk is al vooruit, tussen de schuur en het linker gesloten-bord.

Na Maastricht-Luxemburg met Dirk ben ik vaker fietsroutes gaan volgen. Omdat ik er benieuwd naar was, maar ook om weer aan te sluiten bij de fiets-community van nu. In mijn eerste fietsperiode zat ik daar middenin. We kwamen medefietsers tegen op hot spots: Istanbul, Esfahan (het Amir Kabir hostel, ha, het bestaat nog!), Delhi, Kathmandu. Ik ging naar fietsweekenden, fietste tochten met vrienden, de groep was er. Die ben ik in m’n stille jaren kwijtgeraakt. Met het fietsen van routes zoek ik die weer op. Ik kies klassiekers waarover blogs en websites vol staan, om zelf deel uit te gaan maken van die verhalen. Eerst de Waalse RV’s en in oktober 2018 Benjaminse achterna, naar Parijs. In de herfst van 2019 de Europese route naar Berlijn. En om het drieluik vol te maken in april 2021 de oer-fietsroute onder Nederlandse fietsers, die naar Rome. Dan ben ik er weer.

Moet het mee?

Routegidsen zijn, in elk geval voor lichtgewicht-bagagefietsers, zwaar. Dat werd me duidelijk bij de gids van de route naar Berlijn. Lieve help. Volgens de keukenweegschaal weegt het ding 398 gram. Waarmee zich direct de vraag voordoet: moet het mee? En wat is überhaupt de toegevoegde waarde van een routegids? U wilt mij, als gecertificeerd filosoof, deze zingevingsvragen vast vergeven.

Koffiestop met routegids.

Koffiestop op weg naar Parijs. Met chocola en routegids. Wat kom ik tegen, waar moet ik op letten in het landschap.

Navigeren: gids, kaart of GPS

Nee, voor de navigatie moet het niet mee. Waar ik links- of rechtsaf moet haal ik niet al bladzijde-omslaand uit een gids. En ook niet van een papieren kaart. Vóór de komst van maatje Garmin wel, nu niet meer, en ik ben blij dat dat niet meer hoeft. Niet omdat ik niet van kaarten houd (m’n kast ligt er vol mee), maar omdat je positie bepalen op een kaart meer tijd en aandacht vraagt dan bij GPS-navigatie. Af en toe stoppen vind ik aangenaam, maar stoppen om op de kaart te kijken vind ik niet nuttig, en hinderlijk als ik in een cadans zit (of kilometers wil maken). Op het platteland of in het bos speelt dat niet, maar in een bebouwde omgeving is het zelfs met een 1:75.000 kaart – beslist geen gekke schaal voor een fietskaart – een gemier om te ontdekken of het deze of de volgende straat rechts is. Al die aandacht besteed ik liever aan het fietsend om me heen kijken. Op een GPS beweegt je positie mee op de kaart, bij voorkeur langs de gekleurde lijn die de route aangeeft. Nader je de bebouwde kom of een zevensprong in het bos, dan zoom je even verder in en ga je in een vloeiende beweging de goede kant op. Zelf wil ik niet meer terug naar een kaart, laat staan naar het volgen van route-aanwijzingen. Je blijft stoppen.

Dat iemand toch de voorkeur geeft aan een kaart kan ik nog volgen, maar wat ik écht niet begrijp is dat routes nog steeds met bordjes worden aangegeven. Buiten het bordjes-woud dat dit op kruispunten oplevert (ga eens in België kijken, je schrikt je rot) en de inspanning die het onderhoud vergt, ben je dan helemáál bezig met een speurtocht in plaats van met het land om je heen. Mis je een bordje (of is het gesloopt), dan mag je alsnog terug naar de kaart of de gids. Gedoe, en onnodig. Ik wil fietsen, niet spoorzoeken.

Overzicht

Maar… GPS-en hebben ook een nadeel. Je mist het overzicht. Als onderweg in het buitenland de TomTom overlijdt moet menig automobilist direct aan de zuurstof, geen énkel idee waar ze zijn. Kaarten zijn en blijven handig voor de context, het grote plaatje. Wat ben ik aan het doen (een dal aan het volgen, een gebergte aan het oversteken, naar de enige brug over de rivier aan het fietsen) en wat is een alternatief wanneer de geplande route ophoudt (wegwerkzaamheden) of niet bevalt. Je kunt de GPS een nieuwe route laten bepalen, maar met het overzicht van een kaart zie je in één oogopslag de voors en tegens van de alternatieven.

Voorbeeldpagina's routegids naar Berlijn.

Twee pagina’s uit de gids van de R1 Arnhem-Berlijn-Oder. Op de rechterpagina een deel van de route langs de noordrand van de Harz, aan de linkerkant onder andere een beschrijving van de Hexentanzplatz, van waaruit je de kloof van het Bodetal (linksonder Thale op het kaartje) kunt zien liggen. De gids inspireerde me om meer van de Harz te willen zien (en van de route af te wijken).

Meerwaarde

Een routegids heeft een meerwaarde, anders had-ie nog bij de Fietsvakantiewinkel in het magazijn gelegen: context en voorbereiding. Bij een routegids heeft iemand veel moeite gedaan om de geschiedenis en de geografie van een gebied uit te vogelen en te beschrijven. Waardoor de dingen die ik onderweg zie betekenis krijgen en op hun plaats vallen, en waardoor ik thuis kan bedenken wat ik onderweg niet wil missen. Onderweg naar Luxemburg en naar Parijs heb ik dat zo ervaren. Bij een route met routegids haal je meer uit wat je ziet en waar je bent.

Gedateerd

Een geprezen eigenschap van een routegids is dat deze kant-en-klare lijsten bevat van plekken waar je onderweg wat aan hebt. Die pré is gedateerd. Toen het gebruik van mobiele data buiten Nederland nog een klein vermogen kostte was dat een voordeel. Nu niet meer. Met je telefoon en Google vind je alles wat je zoekt. Met apps als Naviki vind je alle fiets-gerelateerde dingen langs je route – en ook de route zelf (als die beschreven of bewegwijzerd is) of een ter plekke geïmproviseerde aanpassing daarvan als een weg is opgebroken. Onzin? Nah. Bij het bepalen van m’n eerste overnachtingsplek op weg naar Berlijn, in de buurt van Vorden, ontdekte ik op Google en de Openfietsmap die ik op m’n Mac-desktop en GPS gebruik een camping – nota bene aan de route – die op de gewenste afstand van Amersfoort lag en tot eind oktober open was. Even in de routegids (nieuwste editie, uit 2018) kijken. De camping staat niet in de lijst van overnachtingsplekken bij Vorden. Een heel stuk verder op de route vind ik in de lijst achterin een camping die (hemelsbreed) zo’n drie kilometer van de route ligt. Volgens de gids. Dat wordt over de weg ongeveer vijf kilometer, goed te doen. De camping (‘t is echt dezelfde) ligt niet in de búurt van de route, en meer dan tien kilometer over de weg. Het was de eerste camping die ik uit een van de lijsten koos, en ik was er meteen klaar mee. Papieren lijsten in papieren gidsen? No further questions, your honour.


Fietsnavigatie

Routes, tracks en digitale fietskaarten
Wat is het verschil tussen een route en een track? Om maar eens iets te noemen. Er zijn op het internet (en in webshops) heel veel goede GPS-handleidingen te vinden, dat laat ik daarom in de goede handen van anderen. Maar een paar basics van fietsnavigatie uitleggen kan geen kwaad. Uiteindelijk hoef je geen hele handleiding te lezen om een fiets-GPS te kunnen gebruiken. Voor je autonavigatie heb je dat waarschijnlijk ook niet gedaan.
Routes
In GPS-taal is er een wezenlijk verschil tussen een route en een track. Een track is vrijwel altijd afgeleid van een route, daarom begin ik met het verschijnsel (GPS-)route. Een route is een lijn op de kaart tussen start- en eindpunt van je fietstocht. Open deur? Niet helemaal. Want die route bestaat maar uit een paar punten, waartussen je GPS (of de app op je telefoon/het programma op je computer) zelf de lijn – de route – tekent. Die punten liggen vast, maar de lijn ertussen niet. Die hangt af van de kaart die de GPS (of de app/het programma) gebruikt. Als je op je GPS van kaart zou wisselen, waarbij de ene kaart bijvoorbeeld minder gedetailleerd is dan de andere, dan zal de route tussen de punten er anders uitzien.
Routable maps
Om een route te kunnen maken of te kunnen lezen heb je twee dingen nodig: (1) een programma of app en (2) een routable map. Dat is een digitale topografische kaart die met het programma communiceert: de kaart ‘vertelt’ het programma waar de wegen lopen en – nog handiger – wat voor wegen dat zijn (zoals een snelweg of een fietspad). Een kaart die niet routable is, is voor het programma niets anders dan een verzameling kleuren en lijntjes. Je kunt daar geen routes op uitzetten.
Bij het uitzetten van een route klik je op de kaart achtereenvolgens op het startpunt en op het eindpunt van de tocht die je wilt gaan fietsen. Het programma, en daarin zit ‘m het gemak, maakt daarna een route tussen beide punten, daarbij keurig de wegen volgend. Welke wegen het programma kiest hangt af van het profiel dat je hebt gekozen. Bij ‘auto’ heeft het programma de keuze uit alle wegen die voor auto’s toegankelijk zijn, bij ‘fietsen’ vermijdt het programma bijvoorbeeld snelwegen en wandelpaden en kiest het waar mogelijk de fietspaden. Welke profielen er zijn en hoe ze heten hangt af van het gebruikte programma. Bij het bepalen van de route tussen start- en eindpunt geef je het programma net zoveel vrijheid als je zelf wilt. Dat doe je door niet meteen op het eindpunt te klikken, maar op punten tussen start- en eindpunt waarvan je wilt dat de route daar langs gaat. Tussen de aangeklikte punten vult het programma de route in. Zo kun je een grote stad vermijden of zoveel mogelijk door het bos fietsen. Door te experimenteren met het aanklikken van punten ontstaat uiteindelijk de route die je wilt gaan fietsen.
Het op deze manier uitzetten van een route gaat razendsnel. Wanneer programma en kaart in orde zijn heb je in no-time een fietsbare route. Die route kun je vervolgens overzetten op je GPS. Maar… toch is dat niet handig. Ik doe dat nooit. Een route is namelijk dynamisch. Het enige dat vastligt zijn de punten die je hebt aangeklikt, de rest wordt ingevuld door de GPS. Is de kaart in je GPS een andere dan in het programma waarin je de route gemaakt hebt, dan zal de route er anders uit gaan zien. Dat wil ik niet, omdat ik m’n redenen heb om voor een bepaalde route te kiezen (bijvoorbeeld omdat ik naar Rome wil fietsen volgens de route van Benjaminse).
Tracks
De oplossing is de route na het maken om te zetten in een track (spoor). Een track is niet dynamisch, een track is een ‘dom’ kralensnoer van heel veel routepunten, dat er op elke kaart hetzelfde uitziet. Bij het omzetten van route naar track vult het programma die tussenliggende routepunten in, zich daarbij aan de uitgezette route houdend. Wanneer je de track overzet naar je GPS blijft deze ongewijzigd. Daarom stellen routemakers tracks van hun route beschikbaar, geen routes.

Zuidoosthoek van de Leusderheide, met links van het midden de Pyramide van Austerlitz. Links de Openfietsmap, rechts Google Maps. Op de OFM zijn vrijliggende fietspaden rood en fietsroutes blauw gestippeld.

Fietskaarten
Openfietsmap (klopt, een samentrekking van Nederlands en Engels) zijn zeer gedetailleerde digitale fietskaarten die zijn gebaseerd op Openstreetmap (vandaar de variatie ‘fietsmap’), kortweg OSM. OSM is net als Wikipedia een open source community-project waarbij vrijwilligers kosteloos de kaarten maken, verbeteren en updaten. De gratis te downloaden Openfietsmap-kaarten zijn erg goed. Alle fietspaden en fietsroutes staan erop, ze zijn routable en worden regelmatig bijgewerkt. De enige ‘maar’ is dat ze alleen werken op GPS-en van Garmin. Hoe volledig ze zijn hangt – heb ik gemerkt – af van het gebied. In Nederland zijn ze nagenoeg foutloos, maar fietsend langs de Maas tussen Namur en Dinant merkte ik dat bepaalde bebouwing langs de rivier niet op de kaart stond. De kwaliteit van de kaarten in z’n algemeenheid is echter zo goed dat ik nog geen behoefte heb gehad om een alternatief te zoeken. Openfietsmap-kaarten zijn beschikbaar voor zowel Basecamp als voor GPS. In Basecamp maak ik de route, die ik als track overzet op m’n GPS, waarop precies dezelfde kaart staat.

En Google dan? Probeer maar. (Fiets)paden ontbreken, in steden is de kaart overwoekerd met bedrijfsnamen en er zijn geen kaartkleuren voor (bijvoorbeeld) wel of geen bos. En alle kaartmateriaal staat online. Om in een stad snel een winkel te vinden ideaal, om tochten mee te fietsen totaal ongeschikt.

Navigeren met je telefoon
Navigeren met je telefoon scheelt het meenemen van een GPS. Met een standaard kaart-app kleven daar echter twee nadelen aan: het vreet stroom en het vreet mobiele data.* Toen datagebruik in het buitenland nog de prijs van kaviaar had was dat geen optie, maar ook nu is je databundel waarschijnlijk beperkt. Kaarten als die van Google of Apple kunnen bovendien geen GPS-tracks lezen. Dus wat dan?

Mijn ideale fietsnavigeer-app:

  • Kan tracks lezen, en liefst ook maken als ik onderweg m’n routes uitzet of om moet gooien.
    Want Ik navigeer met tracks, omdat (zie hierboven) ik daarmee zelf m’n route kan bepalen. Bij on the fly navigeren (zoals bij autonavigatie) bepaalt het programma je route tussen startpunt en bestemming.
  • Gebruikt (thuis gedownloade) offline kaarten.
    Want Online kaarten slaan gaten in je databundel, die ik liever gebruik voor andere doeleinden. Maar de GPS-module in je telefoon dan? Het contact met navigatiesatellieten geldt niet als dataverkeer, zelfs in de vliegtuigmodus blijft de GPS op je telefoon gewoon werken.
  • Geeft informatie die voor een fietser belangrijk is (dedicated fietspaden, wegkwaliteit, fietsroutes, knooppunten).
    Want Belangrijk voor de routekeuze (fietspaden, wegkwaliteit), handig bij het navigeren (fietsroutes, knooppunten).
  • Doet het ook buiten Nederland.
    Want Lange tochten gaan de grens over.
  • Is gebaseerd op gedetailleerd kaartmateriaal.
    Want Het detailniveau van online kaarten is – om datagebruik te beperken en ook met traag internet te blijven functioneren – beperkt. Goed genoeg om te navigeren, maar voor mij te mager om de omgeving te kunnen ontdekken. Dat laatste vind ik belangrijk, ik ben een kaartliefhebber.

Er is een hele zut aan fietsnavigeer-apps, maar een deel ervan doet het alleen in Nederland. Internationale apps als Naviki, Komoot en Strava maken gebruik van online kaarten, maar (om bij dit drietal te blijven) Naviki en Komoot hebben de optie om tegen betaling kaarten te downloaden.

GPS of telefoon?
Ik fietsnavigeer niet met m’n telefoon. Ook met offline-kaarten is een telefoon aan het eind van een fietsdag leeg. Dat is niet waarom ik een telefoon bij me heb, daarmee zou ik mijn prioriteiten verkeerd leggen. Op lange tochten in het buitenland wil ik altijd genoeg accuduur hebben om in noodgevallen te kunnen bellen of internetten. Op dergelijke tochten heb ik niet altijd de garantie van een stopcontact aan het eind van de dag of een powerbank die nog vol genoeg is. M’n – op een fietsstuur minder lompe – GPS doet het 3-4 fietsdagen op vier oplaadbare penlites (2 in de GPS, 2 in de tas), tegen die tijd heb ik dat stopcontact wel gevonden. M’n telefoon blijft in m’n zak om snel iets op te zoeken, een bericht te lezen of een foto te maken in de regen.

* Bij Google Maps kun je kaarten downloaden voor offline gebruik, maar je kunt daar geen route op uitzetten.

Geef een reactie

Velden met een * zijn verplicht. Geen nood: je e-mailadres wordt niet gepubliceerd en is niet zichtbaar voor anderen.


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.