Laat voor het eten

Fietsverhalen en fietsinformatie

Routes, routegidsen en fietsnavigatie

Garmin eTrex 30, waarmee ik van 2013 tot 2020 m’n tochten fietste. Z’n opvolger (bij mij) is de Garmin Edge 830.

Fietsroutes en ik

Ik heb geen lange geschiedenis met door anderen uitgezette fietsroutes. In mijn eerste fietsperiode hadden routes en routegidsen niet m’n aandacht. Ik fietste naar de Noordkaap, naar en door Azië, van west naar oost door Frankrijk, en koos al fietsend op een papieren kaart de route. Op de reis naar Nepal hadden we wel een – heel vroege generatie – gps bij ons, maar die was er vooral voor om te bepalen waar we zaten toen we in China op luchtvaartkaarten fietsten met een schaal van 1:1.000.000. Positie bepalen en die terugvinden op de kaart (shit, zijn we daar nog maar!). Toen ik na mijn dark ages opnieuw met fietsen begon waren er inmiddels gps-en waarop ook de kaart geladen werd. Ik kocht een Garmin, die me al vele jaren goede diensten bewijst.

Eerste kennismaking

Met het opnieuw rijden van meerdaagse tochten kwamen de fietsroutes in beeld. Eigenlijk vond ik uitgezette routes niks. Truttig en waar blijft het avontuur? Maar het plan ontstond om oudste zoon Dirk, die als wielrenner had laten zien dat hij kon fietsen, het edele ambacht van het bagagefietsen bij te brengen. Ik wilde een tocht die tot de verbeelding sprak, maar die voor hem – hij was nog geen tien – uitvoerbaar was. De routes van Paul Benjaminse hadden de naam dat ze klimmen zoveel mogelijk vermeden en fietspaden en autoluwe wegen opzochten. Met zo’n route was er avontuur, maar leek het risico op stranden of op een zoon die daarna nooit meer met bagage wilde fietsen niet al te groot. En ik hoefde het niet te bedenken, want dat was al gedaan. In de herfstvakantie van 2015 fietsten Dirk en ik in vier dagen van gemiddeld 65 kilometer van Maastricht naar Luxemburg-stad, via Benjaminse’s fietsroute naar Rome, mét routegids. Het werd een succes, en veranderde voorgoed mijn mening over routes en gidsen.

Voors en tegens

Wat vooral indruk maakte, is dat de routemaker duidelijk veel tijd (en testkilometers) had gestopt in het vinden van autoluwe of autovrije paden en wegen. Paden en wegen die ik zelf waarschijnlijk niet gevonden had, in elk geval niet allemaal, en niet in de tijd die ik zelf aan het uitzetten van een route besteed. Een groot voordeel. Na vele duizenden kilometers over doorgaande wegen tijdens m’n fietsreizen – meestal omdat er geen alternatieven waren – was de tocht naar Luxemburg voor mij een nieuwe ervaring. Ik gaf de routemaker een dikke duim omhoog en bedacht dat ik voortaan niet anders meer wilde dan fietsen over dit soort wegen.

Ik ben routes niet gaan zien als blauwdruk voor elke tocht. Ze hebben in mijn ogen ook een nadeel: het streven om laagdrempelig te zijn. Niet zo vreemd, als routemaker wil je zoveel mogelijk fietsers kennis laten maken met het reizen en ontdekken op de fiets. Het gevolg is wel dat routes de neiging hebben om grote inspanningen te vermijden. Nogal wat routes volgen rivieren of de tracé’s van in onbruik geraakte spoorlijnen (zoals de Vennbahn). Daarnaast kiezen veel routes wegen waarbij je zo min mogelijk klimt. In bepaalde omstandigheden is dat fijn, bijvoorbeeld wanneer je met jonge of onervaren kinderen fietst of wanneer je lijf geen flinke inspanningen verdraagt. Maar zonder die inspanningen mis je ook de opbrengsten ervan. Klimmen brengt reliëf en avontuur: hoogtes, uitzichten, landschappen waar je ver in kunt kijken, ander weer (misschien wel sneeuw!), andere en meer natuur en de beloning wanneer je boven bent. De voldoening is geweldig, de inspanning doet het bloed letterlijk en figuurlijk stromen en je hebt er een verhaal bij. En wat kost het eigenlijk? Hartslag en ademhaling gaan omhoog, je voelt je spieren en de poriën gaan open. Meer kan ik niet bedenken. Af en toe hard werken op de fiets is geen ongenode gast aan m’n vakantietafel. Het is iemand die ik in het tweede gesprek als vriend heb leren kennen. “Don’t fight the dragon, offer it a chair” zei een Nederlands wijsgeer ooit tijdens de beklimming van een hoge pas naar China. Ik had het zelf kunnen bedenken.

Al met al: routes fiets ik als m’n tijd beperkt is en ik die tijd optimaal wil besteden. Met een route weet ik of de tocht past in het aantal dagen dat ik heb. Op die dagen zijn de wegen waarschijnlijk autoluw en het landschap de moeite waard. En ik fiets routes om de beleving ervan. Waarom zou iemand Parijs-Roubaix willen fietsen, over de slechtste wegen van Noord-Frankrijk? Omdat het een fenomeen is, omdat je het verhaal zelf wilt kunnen vertellen. Je wordt ergens deelgenoot van. Al ga ik graag m’n eigen weg, ik vind het af en toe gaaf om die deelgenoot te zijn. Naar Parijs, naar Berlijn, naar Rome.

Fietsen naar Luxemburg, over autovrije wegen.

Op weg naar Luxemburg, over autovrije wegen die ik zelf niet gevonden zou hebben. Dirk is al vooruit, nog net te zien tussen de schuur en het linker gesloten-bord.

Na Maastricht-Luxemburg met Dirk ben ik vaker fietsroutes gaan volgen. Omdat ik er benieuwd naar was, maar ook om weer aan te sluiten bij de fiets-community van nu. In mijn eerste fietsperiode zat ik daar middenin. We kwamen medefietsers tegen op hot spots: Istanbul, Esfahan (het Amir Kabir hostel, ha, het bestaat nog!), Delhi, Kathmandu. Ik ging naar fietsweekenden, fietste tochten met vrienden, de groep was er. Die ben ik in m’n stille jaren kwijtgeraakt. Met het fietsen van routes zoek ik die weer op. Ik kies klassiekers waarover blogs en websites vol staan, om zelf deel uit te gaan maken van die verhalen. Eerst de Waalse RV’s en in oktober 2018 Benjaminse achterna, naar Parijs. In de herfst van 2019 de Europese route naar Berlijn. En om het drieluik vol te maken in de zomer of het najaar van 2021 de oer-fietsroute onder Nederlandse fietsers, die naar Rome. Dan ben ik er weer.

Moet het mee?

Routegidsen zijn, in elk geval voor lichtgewicht-bagagefietsers, zwaar. Dat werd me duidelijk bij de gids van de route naar Berlijn. Lieve help. Volgens de keukenweegschaal weegt het ding 398 gram. Waarmee zich direct de vraag voordoet: moet het mee? En wat is überhaupt de toegevoegde waarde van een routegids? U wilt mij, als gecertificeerd filosoof, deze zingevingsvragen vast vergeven.

Koffiestop met routegids.

Koffiestop op weg naar Parijs. Met chocola en routegids. Wat kom ik tegen, waar moet ik op letten in het landschap.

Navigeren: gids, kaart of gps

Nee, voor de navigatie moet het niet mee. Waar ik links- of rechtsaf moet haal ik niet al bladzijde-omslaand uit een gids. En ook niet van een papieren kaart. Vóór de komst van maatje Garmin wel, nu niet meer, en ik ben blij dat dat niet meer hoeft. Niet omdat ik niet van kaarten houd (m’n kast ligt er vol mee), maar omdat je positie bepalen op een kaart meer tijd en aandacht vraagt dan bij gps-navigatie. Af en toe stoppen vind ik aangenaam, maar stoppen om op de kaart te kijken vind ik niet nuttig, en hinderlijk als ik in een cadans zit (of kilometers wil maken). Op het platteland of in het bos speelt dat niet, maar in een bebouwde omgeving is het zelfs met een 1:75.000 kaart – beslist geen gekke schaal voor een fietskaart – een gemier om te ontdekken of het deze of de volgende straat rechts is. Al die aandacht besteed ik liever aan het fietsend om me heen kijken. Op een gps beweegt je positie mee op de kaart, bij voorkeur langs de gekleurde lijn die de route aangeeft. Nader je de bebouwde kom of een zevensprong in het bos, dan zoom je even verder in en ga je in een vloeiende beweging de goede kant op. Zelf wil ik niet meer terug naar een kaart, laat staan naar het volgen van route-aanwijzingen. Je blijft stoppen.

Dat iemand toch de voorkeur geeft aan een kaart kan ik nog volgen, maar wat ik écht niet begrijp is dat routes nog steeds met bordjes worden aangegeven. Buiten het bordjes-woud dat dit op kruispunten oplevert (ga eens in België kijken, je schrikt je rot) en de inspanning die het onderhoud vergt, ben je dan helemáál bezig met een speurtocht in plaats van met het land om je heen. Mis je een bordje (of is het gesloopt), dan mag je alsnog terug naar de kaart of de gids. Gedoe, en onnodig. Ik wil fietsen, niet spoorzoeken.

Overzicht

Maar… gps-en hebben ook een nadeel. Je mist het overzicht. Als onderweg in het buitenland de TomTom overlijdt moet menig automobilist direct aan de zuurstof, geen énkel idee waar ze zijn. Kaarten zijn en blijven handig voor de context, het grote plaatje. Wat ben ik aan het doen (een dal aan het volgen, een gebergte aan het oversteken, naar de enige brug over de rivier aan het fietsen) en wat is een alternatief wanneer de geplande route ophoudt (wegwerkzaamheden) of niet bevalt. Je kunt de gps een nieuwe route laten bepalen, maar met het overzicht van een kaart zie je in één oogopslag de voors en tegens van de alternatieven.

Voorbeeldpagina's routegids naar Berlijn.

Twee pagina’s uit de gids van de R1 Arnhem-Berlijn-Oder. Op de rechterpagina een deel van de route langs de noordrand van de Harz, aan de linkerkant onder andere een beschrijving van de Hexentanzplatz, van waaruit je de kloof van het Bodetal (linksonder Thale op het kaartje) kunt zien liggen. De gids inspireerde me om meer van de Harz te willen zien (en van de route af te wijken).

Meerwaarde

Een routegids heeft een meerwaarde, anders had-ie nog bij de Fietsvakantiewinkel in het magazijn gelegen: context en voorbereiding. Bij een routegids heeft iemand veel moeite gedaan om de geschiedenis en de geografie van een gebied uit te vogelen en te beschrijven. Waardoor de dingen die ik onderweg zie betekenis krijgen en op hun plaats vallen, en waardoor ik thuis kan bedenken wat ik onderweg niet wil missen. Onderweg naar Luxemburg en naar Parijs heb ik dat zo ervaren. Bij een route met routegids haal je meer uit wat je ziet en waar je bent.

Gedateerd

Een geprezen eigenschap van een routegids is dat deze kant-en-klare lijsten bevat van plekken waar je onderweg wat aan hebt. Die pré is gedateerd. Toen het gebruik van mobiele data buiten Nederland nog een klein vermogen kostte was dat een voordeel. Nu niet meer. Met je telefoon en Google vind je alles wat je zoekt. Met apps als Naviki vind je alle fiets-gerelateerde dingen langs je route – en ook de route zelf (als die beschreven of bewegwijzerd is) of een ter plekke geïmproviseerde aanpassing daarvan als een weg is opgebroken. Onzin? Nah. Bij het bepalen van m’n eerste overnachtingsplek op weg naar Berlijn, in de buurt van Vorden, ontdekte ik op Google en de Openfietsmap die ik op m’n Mac-desktop en gps gebruik een camping – nota bene aan de route – die op de gewenste afstand van Amersfoort lag en tot eind oktober open was. Even in de routegids (nieuwste editie, uit 2018) kijken. De camping staat niet in de lijst van overnachtingsplekken bij Vorden. Een heel stuk verder op de route vind ik in de lijst achterin een camping die (hemelsbreed) zo’n drie kilometer van de route ligt. Volgens de gids. Dat wordt over de weg ongeveer vijf kilometer, goed te doen. De camping (‘t is echt dezelfde) ligt niet in de búurt van de route, en meer dan tien kilometer over de weg. Het was de eerste camping die ik uit een van de lijsten koos, en ik was er meteen klaar mee. Papieren lijsten in papieren gidsen? No further questions, your honour.


Fietsnavigatie

Wat is het verschil tussen een route en een track? Om een voorbeeld te noemen. Er zijn op het internet (en in webshops) heel veel goede handleidingen over fietsnavigatie en gps-en te vinden, dat laat ik daarom in de goede handen van anderen. Maar een paar basics van fietsnavigatie uitleggen kan geen kwaad. Uiteindelijk hoef je geen hele handleiding te lezen om een fiets-gps te kunnen gebruiken. Voor je autonavigatie heb je dat waarschijnlijk ook niet gedaan.

Auto-gps en fiets-gps

Daarmee kom ik op iets opmerkelijks: fietsers die in hun auto wel met een gps navigeren (TomTom, Garmin, telefoon), maar op de fiets vasthouden aan de routegids-onder-het-stuurtasvenster methode. Omdat fietsnavigatie met gps de reputatie heeft ingewikkeld te zijn. Onterecht, maar daar is een reden voor. Bij een auto-gps hoef je maar één ding te doen: de bestemming invoeren (OK, twee dingen dan, je moet ook nog op ‘gaan’ tikken). De gps doet de rest. Zo niet bij een fiets-gps, en daarin zit ‘m het grootste verschil: bij een fiets-gps wil je niet alleen de bestemming bepalen, maar ook de route ernaartoe. Als je van Amersfoort naar Rome wilt fietsen – een vergezocht voorbeeld, maar er zijn stervelingen die die moed hebben – wil je dat niet via de kortste of snelste manier doen (zoals in de auto), maar via een route die fietspaden en autoluwe wegen volgt, langs de mooiste delen van de landschappen onderweg. Met een fiets-gps wil je dus meer dan met een auto-gps, en dat vraagt kennis van dingen als tracks en routes. Ingewikkeld? Nee hoor. Om een fiets-gps te kunnen gebruiken om een route van A naar B te fietsen heb je maar een paar vaardigheden nodig, die gemakkelijk te leren zijn. De rest is voor de liefhebbers, wie weet word jij dat ook.

Routes en tracks

In gps-taal is er een wezenlijk verschil tussen een route en een track. In grote lijnen: een route gebruik je in de uitzet-fase, een track in de fietsfase.

De uitzet-fase: routes
Je start met twee dingen:

  1. een route-app (programma) waarmee je gps-routes kunt uitzetten. Dat kan overal op en mee: pc/Mac/laptop, tablet of telefoon;
  2. een digitale kaart die je met de route-app kunt gebruiken.

De kaart moet geschikt zijn om routes op uit te zetten, dat heet een routable map: de kaart ‘vertelt’ de app waar de wegen lopen en wat voor wegen dat zijn (zoals een snelweg of een fietspad). Een kaart die niet routable is, is voor de route-app niets anders dan een verzameling kleuren en lijntjes. Je hebt daar niets aan.

Het maken van een route op de OFM-kaart van de Splügenpas tussen Zwitserland (noord) en Italië (zuid). Ik heb drie keer op de weg geklikt (drie routepunten gemaakt, in de rode cirkels). BaseCamp (route-app) maakt automatisch een route die exact de weg volgt. Helemaal rechts: de route omgezet in een track, een ketting van veel routepunten. Deze track kan ik vanuit BaseCamp overzetten op m’n gps.

Een route is een lijn op de kaart tussen start- en eindpunt van je fietstocht (no shit, Sherlock!). Die route bestaat uit maar een paar punten, waartussen de route-app zelf de lijn tekent die de route vormt. Die door jou bepaalde punten liggen vast, maar de lijn ertussen niet. Je gps of de route-app bepaalt die lijn aan de hand van de kaart en van het gekozen profiel (zoals ‘fietsen’ of ‘toerfietsen’). Dat is ook wat een auto-gps doet: jij bepaalt de bestemming, de gps bepaalt de route (waarbij een auto-gps ook rekening houdt met files en afsluitingen).

Een route maken
Start de app en open de kaart. Bij het uitzetten van een route klik je op de kaart achtereenvolgens op het startpunt en op het eindpunt van de tocht die je wilt gaan fietsen. De app, en daarin zit ‘m het gemak, maakt daarna een route tussen beide punten, daarbij keurig de wegen volgend. Welke wegen de route-app kiest hangt af van het profiel dat je hebt gekozen. Bij ‘autorijden’ heeft de route-app de keuze uit alle wegen die voor auto’s toegankelijk zijn, bij ‘toerfietsen’ vermijdt de route-app grote wegen en kiest het waar mogelijk de fietspaden. Welke profielen er zijn en hoe ze heten hangt af van de gebruikte app. Bij het bepalen van de route tussen start- en eindpunt geef je de app net zoveel vrijheid als je zelf wilt. Dat doe je door niet meteen op het eindpunt te klikken, maar op punten tussen start- en eindpunt waarvan je wilt dat de route daar langs gaat. Tussen de aangeklikte punten vult de app de route in. Zo kun je een grote stad vermijden of zoveel mogelijk door het bos fietsen. Door te experimenteren met het aanklikken van punten ontstaat uiteindelijk de route die je wilt gaan fietsen.

Het op deze manier uitzetten van een route gaat razendsnel. Wanneer app en kaart in orde zijn heb je in no-time een fietsbare route. Die route zou je vervolgens over kunnen zetten op je gps. Toch doe je dat niet. Een route is namelijk dynamisch. Het enige dat vastligt zijn de punten die je hebt aangeklikt, de rest wordt ingevuld door de app/de gps. Is de kaart in je gps een andere (wel van hetzelfde gebied, maar bijvoorbeeld minder recent) dan in de route-app, dan zal de route er anders uit gaan zien. Dat wil je waarschijnlijk niet omdat je je redenen hebt om voor een bepaalde route te kiezen (bijvoorbeeld omdat je naar Berlijn wilt fietsen volgens de R1).

De fietsfase: tracks
De oplossing is de route na het maken om te zetten in een track (spoor). Een track is niet dynamisch, een track is een ‘dom’ kralensnoer van heel veel routepunten, dat er op elke kaart hetzelfde uitziet. Bij het omzetten van route naar track vult de route-app die tussenliggende routepunten in, zich daarbij aan de uitgezette route houdend. Wanneer je de track overzet naar je gps blijft deze ongewijzigd. Daarom stellen routemakers tracks van hun route beschikbaar, geen routes.

Zuidoosthoek van de Leusderheide, met links van het midden de Pyramide van Austerlitz. Links de OFM-kaart, rechts Google Maps. Op de OFM zijn vrijliggende fietspaden rood en fietsroutes blauw gestippeld.

Fietskaarten
Openfietsmap (inderdaad, een samentrekking van Nederlands en Engels), kortweg OFM, zijn zeer gedetailleerde digitale fietskaarten die zijn gebaseerd op Openstreetmap (vandaar de variatie ‘fietsmap’). OFM is net als Wikipedia een open source community-project waarbij vrijwilligers kosteloos de fietskaarten maken, verbeteren en updaten. Deze gratis te downloaden OFM-kaarten zijn erg goed. Alle fietspaden en fietsroutes staan erop, ze zijn allemaal routable en worden regelmatig bijgewerkt. De enige ‘maar’ is dat ze alleen werken op gps-en van Garmin. Hoe volledig ze zijn hangt – heb ik gemerkt – af van het gebied. In Nederland zijn ze nagenoeg foutloos, maar fietsend langs de Maas tussen Namur en Dinant merkte ik dat bepaalde bebouwing langs de rivier niet op de kaart stond. De kwaliteit van de kaarten in z’n algemeenheid is echter zo goed dat ik nog geen behoefte heb gehad om een alternatief te zoeken. Een ander voordeel van OFM-kaarten is dat ze zowel beschikbaar zijn voor gps-en als voor BaseCamp (de gratis route-app van Garmin). Ik gebruik BaseCamp voor het uitzetten van routes, die ik als track overzet op m’n gps, waarop precies dezelfde OFM-kaart staat.

En Google Maps dan? Probeer maar. Fietspaden ontbreken of zijn flinterdunne groene lijntjes, in steden is de kaart overwoekerd met bedrijfsnamen en er zijn geen kaartkleuren voor (bijvoorbeeld) wel of geen bos. En alle kaartmateriaal staat online. Om in een stad snel een winkel te vinden ideaal, om tochten mee te fietsen totaal ongeschikt.

Navigeren met je telefoon

Hoewel ik met een fiets-gps (Garmin Edge 830) navigeer, gebruik ik m’n telefoon of iPad als back-up (als m’n gps crasht) en voor het overzicht. Op het grotere scherm kan ik snel even kijken hoe ver ik die dag ben gevorderd en wat er in de omgeving van de route gebeurt. Belangrijkste vraag: welke app? Standaard kaart-/navigeer-apps (zoals Google Maps of Apple Maps) hebben twee grote nadelen: ze vreten stroom en ze vreten mobiele data (hoewel je bij Google Maps offline-kaarten kunt downloaden). Toen datagebruik in het buitenland nog de prijs van kaviaar had was dat geen optie, maar ook nu is je databundel waarschijnlijk beperkt. Kaarten als die van Google of Apple kunnen bovendien geen gps-tracks lezen. Dus wat dan?

Eisen
Mijn ideale fietsnavigeer-app:

  • Kan tracks lezen en (net als een auto-gps) onderweg een alternatieve route maken als ik op een afgesloten weg of ontbrekende brug stuit.
    Want Ik navigeer met tracks (zie hierboven).
  • Gebruikt vooraf gedownloade offline kaarten, zoals OFM-kaarten.
    Want Online kaarten slaan gaten in je databundel, die ik liever voor iets anders gebruik. Maar de gps-module in je telefoon dan? Het contact met navigatiesatellieten is telefoon-technisch geen dataverkeer, zelfs in de vliegtuigmodus blijft de gps op je telefoon gewoon werken.
  • Geeft informatie die voor een fietser belangrijk is (fietspaden, wegkwaliteit, bestaande fietsroutes, knooppunten).
    Want Belangrijk voor de routekeuze (fietspaden, wegkwaliteit), handig bij het navigeren (fietsroutes, knooppunten).
  • Doet het ook buiten Nederland.
    Want Lange tochten gaan de grens over.
  • Is gebaseerd op gedetailleerd kaartmateriaal.
    Want Het detailniveau van online kaarten is – om datagebruik te beperken en ook met traag internet te blijven functioneren – beperkt. Goed genoeg om te navigeren, maar voor mij te mager om de omgeving te kunnen ontdekken. Dat laatste vind ik belangrijk, ik ben een kaartliefhebber. OFM-kaarten zijn op dat vlak perfect.

Screenshot van de OsmAnd-app op m’n telefoon, hier met een track (donkerrode lijn) door Wijk bij Duurstede.

Welke?
Er is een hele zut aan fietsnavigeer-apps. Een deel ervan doet het alleen in Nederland – ik begrijp niet waarom je die beperking zou willen. Veelgebruikte internationale apps als Naviki, Komoot en Strava gebruiken online kaarten, maar Naviki en Komoot hebben de optie om tegen betaling kaarten te downloaden.

Mijn app-keuze is OsmAnd, die offline openstreetmap-kaarten gebruikt met een fiets-kaartlaag. Beschikbaar voor Android en iOS. OsmAnd (de ‘And’ is van automated navigation directions) leest tracks en kan ook tracks opnemen. De basisfunctionaliteit (inclusief een paar kaarten naar keuze) is gratis, voor gebruik van alle kaarten en live-updates betaal ik 8 euro per jaar (er zijn meerdere abonnementsvormen). OsmAnd is geen trainings-app zoals Strava. Het heeft niet de testosteron-component van het ranken van je fietsprestaties, geen kudos die je kunt verdienen of de vraag naar je gewicht en maat schoenen. Ik vind dat prettig, het voelt als ‘wel het gemak, niet de ballast’.

Garmin eTrex 30

GPS-en
Ik wilde me er eigenlijk niet aan wagen (het is een groot onderwerp), maar hier toch iets over gps-en. Reden: de switch die ik heb gemaakt van wandel-gps naar fiets-gps. Die ervaring zegt iets over de verschillen tussen gps-typen waar je misschien iets aan hebt. So here goes.

Wandel-gps: de eTrex 30
Van 2013 tot begin 2020 heb ik gefietsnavigeerd met een outdoor-gps, de Garmin eTrex 30. Een groot voordeel vond (en vind) ik dat deze gps op twee penlites (AA-batterijen) werkt. Omdat hij geen touchscreen heeft gebruikt hij weinig stroom en doet hij het ongeveer 24 uur op twee volle batterijen. Uiteraard geen wegwerpbatterijen (waarom bestaan die nog?), maar oplaadbare NiMH-batterijen met een capaciteit van 2600 mAh (het betere vermogen wat AA-batterijen betreft). Op meerdaagse fietstochten staat 24 uur gebruiksduur bij mij gelijk aan twee en een halve fietsdag. Gecombineerd met een tweede setje AA’s ben ik in vijf dagen naar Parijs gefietst zonder batterijen te hoeven laden. Op langere tochten hoef ik maar eens in de 4-5 dagen een stopcontact tegen te komen voor de batterijlader in m’n fietstas. Een volbloed fiets-gps werkt op een ingebouwde accu (zoals je telefoon), die dus periodiek aan de stroom – stopcontact of powerbank moet. Ten tijde van het kopen van de eTrex 30 hield een fiets-gps het maar een fietsdag uit op een volle accu. Het verschil tussen 5 dagen of 1 dag stopcontactloos fietsen vond ik te groot. Vandaar de eTrex 30, die me zeer goed gediend heeft.

Garmin Edge 830

Next generation batterij-gps: de Oregon 700
Na verloop van tijd (waarin bijvoorbeeld telefoonschermen groter werden) vond ik het scherm van de eTrex 30 te klein. Ook de processor in de eTrex werd traag. Na 7 jaar trouwe dienst vond ik een nieuwe gps geen overhaaste actie. Met de handigheid van een batterij-gps in m’n achterhoofd kocht ik de nieuwste generatie Garmin gps op batterijen, de Oregon 700, een allround-gps met profielen voor zowel wandelen als toerfietsen. Ook op twee penlites, met touchscreen, groter scherm, sneller, en nog veel meer plussen.

Bij gebruik viel hij door de mand. De Oregon voelt op m’n stuur als een grote en zware klomp – zwaarder en groter dan de eTrex die al niet de rankste is. Daar kan ik nog mee leven. Waar ik niet mee kan leven is de batterijduur. Zelfs al zette ik bepaalde functies uit (zoals geen Glonass en scherm niet permanent aan), dan nog hield hij het – ruim genomen – op twee penlites zo’n 8-10 uur vol. En dat terwijl ik steeds het scherm moet aanraken om het tot leven te wekken (als je in de kou met handschoenen aan fietst is dat ruk) en m’n veel minder lompe eTrex het 24 uur volhoudt met het scherm permanent aan. Ik check de verhalen en reviews van anderen. Die bevestigen m’n eigen ervaring. Met nog meer functies uitgeschakeld en met bepaalde hightech batterijen kun je er bij de gratie van de gps-goden wat extra uurtjes uitpersen, maar dat is het dan. Het blijft onvoldoende. Fietsen is voor mij te belangrijk en het leven te kort om te blijven tobben. Exit Oregon 700, enkele reis Marktplaats.

Toch een fiets-gps
Zoon Dirk is wielrenner en gebruikt de Garmin Edge 530, een fiets-gps. Ik bekijk ‘m, ontdek wat hij doet en kan, lees reviews en denk kritisch na over m’n eigen eisen aan een gps. Ik koop de Garmin Edge 830 (en wat uitgebreidere variant), en wil na een paar maanden gebruik niets anders meer.

Het begint met de accuduur, die – eigen ervaring – zo’n 20 uur is met het scherm voortdurend aan en navigatie-aanwijzingen ingeschakeld. Dat zijn twee fietsdagen. Op een meerdaagse tocht ontdek ik bovendien dat opladen met een powerbank veel minder stroom vraagt dan ik dacht. Dat is een heel goed begin. De 830 is rank, licht, heeft een helder scherm (groter dan de eTrex) en werkt net als de eTrex probleemloos met OFM-kaarten. Die hoeven niet meer op een micro-SD kaartje, maar zet je met een kabeltje direct over naar het interne geheugen van de 830. Ik kan de gps zodanig instellen dat met een swipe een tweede scherm in beeld komt met daarop alle gegevensvelden van een fietscomputer, inclusief hoogte en – met te koppelen sensoren – cadans en hartslag. Een aparte fietscomputer is daarmee van m’n stuur verdwenen – de 830 neemt alle ritten automatisch op, samen met alle gegevens als afstand en gemiddelde snelheid. Met een volgende swipe zie ik een scherm met een hoogtegrafiek van wat me aan hoogtemeters op de route te wachten staat. Eenmaal middenin een klim zie je niet alleen de hoogte maar ook het stijgingspercentage. Tijdens het navigeren geeft de 830 steeds een waarschuwing dat je na een X aantal meters links- of rechtsaf moet, met een subtiel piepje als je vlakbij de afslag bent. Dat heeft al meerdere malen goed gewerkt, als ik weer eens dromend door het landschap reed en een afslag dreigde te missen.

Gps of telefoon?

Ik fietsnavigeer niet met m’n telefoon. Ook met offline-kaarten is een telefoon aan het eind van een fietsdag leeg. Dat is niet waarom ik een telefoon bij me heb, daarmee zou ik mijn prioriteiten verkeerd leggen. Op lange tochten in het buitenland wil ik altijd genoeg accuduur hebben om in noodgevallen te kunnen bellen of internetten. Op dergelijke tochten heb ik niet altijd de garantie van een stopcontact aan het eind van de dag of een powerbank die nog vol genoeg is. M’n – op een fietsstuur veel handzamere – gps doet het twee fietsdagen op z’n accu en heel veel dagen met tussentijds opladen met een powerbank, tegen die tijd heb ik dat stopcontact wel gevonden. M’n telefoon blijft in m’n zak om snel iets op te zoeken, een bericht te lezen of een foto te maken in de regen.

Wordt vervolgd

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.