Laat voor het eten

Fietstochten en fietsreizen

De slaapzak

Foto hierboven: het loopt tegen de avond, ergens in Centraal-Anatolië, Turkije. M’n benen willen niet meer, dit lichaam is moegezweet, moegeklommen, moegefietst. Langs de weg tekent zich een bosrand af: dat wordt de plek. We duwen de fietsen uit het zicht en tussen de bomen, rollen de matjes uit en steken de brander aan. Als ik m’n slaapzak uit z’n foedraal trek en zie hoe hij opbolt in de snel frisser wordende schemer weet ik dat het vannacht allemaal weer goed gaat komen.

Wie tijdens een fietstocht niet goed slaapt heeft daar de volgende dag veel last van. Dikke kans dat je tocht uiteindelijk strandt. Je vraagt veel van je lijf, dat ‘s nachts moet kunnen herstellen. Dat kan alleen als je lang en warm genoeg slaapt. In een goede slaapzak.

Deze pagina heb ik gemaakt om je te helpen bij de keuze van een slaapzak. Daarvoor heb ik geput uit mijn jaren als materiaalspecialist bij een importeur voor kampeer- en bergsportmateriaal en uit mijn eigen ervaringen tijdens fietstochten en fietsreizen. Voor de info over donsallergie ben ik ooit te rade gegaan bij het Astma Fonds (nu Longfonds), voor in-depth informatie over dons heb ik jaren geleden veel geleerd van een van de grootste donsspecialisten die Nederland heeft gehad: Hennie Verhoef. Zijn naam hoort hier. Hennie was de oprichter van Birdland, een atelier dat donzen slaapzakken, tenten en andere kampeeruitrusting maakte. Ik heb een aantal jaren voor hem gewerkt, m’n meestgebruikte slaapzak staat nog steeds bol van het bijvuldons uit zijn atelier.

Keuzes
Bij het kopen van een slaapzak zijn er deze keuzes, in deze – min of meer logische – volgorde:
•  mummie of deken;
•  dons of synthetisch;
•  temperatuurbereik.

Keuze 1: mummie of deken? (en een beetje geschiedenis)
Nederland is misschien wel het enige land waar een dekenmodel slaapzak niet automatisch een hoera-loft budgetzak is. Donzen dekens gaan hier door tot aan de subtop. Dat komt omdat we een land zijn met een lange traditie van eigen donzen-slaapzakateliers en ambachtelijke kampeerders. Voor hen ontwikkelden deze ateliers in eerste instantie slaapzakken met een rechthoekige vorm: het dekenmodel. Dat is nog steeds populair. Door zijn grote bewegingsvrijheid benadert een dekenmodel het comfort van je eigen bed. Ook kunnen de meeste dekenmodellen aan elkaar worden geritst voor een, ehm, effectief gebruik van je partner’s lichaamswarmte en kunnen ze – zowel in de tent als thuis – als dekbed worden gebruikt.

Uit de bergsport waaide het mummie-model over: een slaapzak die het lichaam omsluit als een cocon en de vorm heeft van zijn Egyptische naamgever. In een mummie hoeft het lichaam geen ‘loze’ ruimte op te warmen, waardoor een mummie bij gelijke dikte warmer is dan een dekenmodel. Bij een mummie is minder stof en vulling nodig, resulterend in een lager gewicht en een kleiner pakvolume. Een mummie heeft bovendien een voorgevormde capuchon om je hoofd warm te houden. Wie maximale isolatie wil voor een zo laag mogelijk gewicht en pakvolume kiest voor een mummie. Is bewegingsvrijheid voor jou belangrijker dan gewicht en volume, kies dan een dekenmodel. In extreme kou is alles gericht op maximale isolatie en is een dekenmodel geen optie.

Keuze 2: dons of synthetisch?
De vulling is het belangrijkste onderdeel van je slaapzak, daar komt de isolatie vandaan. Bij outdoor-slaapzakken heb je de keuze tussen dons of een synthetische vulling. Welke van de twee het wordt hangt af van je wensen, je budget en wat je gaat doen. Over dons valt meer uit te leggen dan over synthetische vullingen. Dat komt vooral omdat dons een dierlijk product is met (grote) verschillen in kwaliteit en herkomst, terwijl synthetische vullingen wel onderling verschillen, maar elk merk op zich een consistentie kwaliteit heeft. Bij dons stel je de kwaliteit achteraf vast, bij een synthetische vulling bepaalt de fabrikant die zelf.

Dons
Een slaapzakvulling moet veel lucht vast kunnen houden – stilstaande lucht is wat voor de isolatie zorgt – en tegelijkertijd licht, veerkrachtig en klein samen te pakken zijn. Sinds jaar en dag is het dons van ganzen en eenden daar ideaal voor. Dons is wat bij eenden en ganzen tussen de huid en het verendek zit, voornamelijk op de borst: een waterafstotende en isolerende laag die beschermt tegen de kou van het water. Een donsje heeft geen schacht zoals een veer, maar bestaat uit een piepkleine kern van waaruit vele vertakte draden zich naar alle kanten uitstrekken. Hoe groter het donsje en hoe meer vertakkingen en draden, hoe meer lucht er gevangen kan worden en dus hoe beter het dons. Dons heeft een ongelooflijke veerkracht en kan, mits goed behandeld, met gemak 20 jaar meegaan.

Donskwaliteit: de vogel
Als je kijkt naar de bron – de watervogel die het dons levert – dan zijn er meerdere factoren die de kwaliteit van het dons bepalen. Om te beginnen het soort vogel. Dons van de eidereend is de absolute top, maar is erg schaars – en dus erg duur – omdat het in de natuur uit nesten geraapt moet worden. Ganzendons is de haalbare topkwaliteit, dons van eenden is een goede tweede. Vergeleken met een eend is een gans een grotere vogel, waarvan de donsjes groter zijn en meer vertakkingen hebben. Gemiddeld genomen isoleert een gram zuiver ganzendons daarom beter dan een gram zuiver eendendons. Daarnaast is de leeftijd van de vogel een belangrijke factor. Dons is een bijproduct van dieren die voor het vlees gefokt worden. Oudere, volgroeide, vogels leveren beter dons dan jonge en onvolgroeide dieren. Eendendons heeft bijvoorbeeld zeker 13 weken nodig om zich volledig te ontwikkelen. Veel eenden worden daarvóór al geslacht. Tot slot is er het klimaat waarin de vogel leeft, maar daar bestaan meerdere opvattingen over. ‘Hoe kouder het klimaat, hoe beter het dons’ blijkt een te simpele voorstelling van zaken. Vast staat wel dat bijvoorbeeld Polen en Hongarije, landen met koude winters, een jarenlange reputatie hebben als leveranciers van topkwaliteit ganzendons.

Donskwaliteit: de vulling
Uiteindelijk komt het dons – gewassen, ontsmet en gezuiverd – in de slaapzak terecht. Hoe weet je hoe goed een donsvulling is? Voor de kwaliteit van dons in outdoor-slaapzakken bestaan meerdere aanduidingen. Daarnaast zijn er de fabrikanten van donzen dekbedden en kussens, die soms eigen aanduidingen gebruiken. Waar dat het geval is licht ik die toe.

Zuiverheid
De zuiverheid van het dons, uitgedrukt in het percentage dons en veren (voorbeeld: 90% dons en 10% veren, ofwel ’90/10′), is de traditionele aanduiding van donskwaliteit. ‘Dons’ is namelijk altijd een mix van zuiver dons, veertjes en alle tussenvormen. Hoe hoger het percentage zuiver dons, hoe beter de vulling. Veertjes isoleren slecht, zijn zwaarder, slecht samen te pakken (weinig veerkrachtig) en prikken door de tijk heen – allemaal dingen die je voor een slaapzakvulling niet wilt. De betere outdoorslaapzak heeft een donspercentage van 90% of hoger. In theorie bestaat honderd procent dons wel, maar 96% is het hoogst haalbare bij het machinaal (met windturbines) scheiden van dons en veertjes. Om echt honderd procent dons te krijgen moeten de laatste procenten veertjes met de hand worden verwijderd. Hoe relevant dat nog is voor de kwaliteit is de vraag. Volgens sommige donsspecialisten is een klein percentage veren juist goed omdat dit de vulling structuur geeft.

Het probleem met het donspercentage is dat het niet zo betrouwbaar is als het lijkt. Om te beginnen is er geen gestandaardiseerd meetinstrument voor. Om de percentages dons en veren van een lading dons te bepalen moet een steekproef met de hand worden gesorteerd in dons en veren. Daarnaast zitten er in het dons tussenvormen tussen veertjes en zuivere donsjes. Het is aan de sorteerder wat hij tot de veertjes rekent en wat tot het zuivere dons. Het donspercentage geeft daarom wel een indicatie van de donskwaliteit, maar meer ook niet.

Bij dekbedden en kussens kom je de term ‘halfdons’ nog tegen. In vroeger tijden schreef de Nederlandse wetgeving voor dat om ‘halfdons’ te mogen heten, de vulling voor 15-65% uit dons moest bestaan. Omdat veertjes veel goedkoper zijn dan zuiver dons zoeken fabrikanten de ondergrens op en betekent ‘halfdons’ in de praktijk een donspercentage van 15% (je kunt dat altijd checken, in Europa moet een fabrikant de percentages dons en veertjes vermelden). Je koopt dan eigenlijk een zak met veren. Voor outdoorgebruik heb je daar helemaal niets aan – en daar laat ik het verder bij.

Vulkracht
Hoe meer lucht het dons vasthoudt, hoe beter de kwaliteit ervan. De meest relevante maat voor donskwaliteit is daarom vulkracht of fill power. Die wordt bepaald volgens een gestandaardiseerde test, zodat dons onderling vergelijkbaar is en een donsleverancier niet zomaar iets kan roepen. Bij de vulkracht-test wordt een bepaalde hoeveelheid dons in een cilinder gestopt, waarna er een schijf met een bepaald gewicht op wordt gelegd die het dons als een soort zuiger samendrukt. Bij het weghalen van de schijf zorgt de veerkracht van het dons ervoor dat het weer omhoog komt en daarbij (na een vastgestelde tijd) een bepaalde ruimte inneemt. Die ruimte, uitgedrukt in kubieke inches (cubic inch, afgekort cuin), is de maat voor de vulkracht van het dons. De enige vlieg in de soep is dat er twee vulkracht-testen bestaan: een Europese en een Amerikaanse. Europese slaapzakfabrikanten gebruiken meestal de Lorch-test, Amerikaanse fabrikanten de US-test. Het idee is hetzelfde, maar de uitvoering iets anders. Bij de Europese test wordt de vulkracht van 30 gram dons gemeten, bij de US-test is dat 1 ounce (28,3 gram). Ook de meetcilinders, het gewicht en de voorbehandeling van het dons verschillen van elkaar. Losgelaten op hetzelfde dons geven de beide tests daarom verschillende vulkrachtwaarden: die van de US-test zijn zo’n 30 cuin (instapkwaliteit) tot 50 cuin (topkwaliteit) hoger dan die van de Lorch-test. Voor beide geldt: hoe groter het getal, hoe meer vulkracht, dus hoe beter het dons isoleert. Bij de vermelding van de vulkracht van een slaapzak moet erbij staan of de EU (Lorch) of de US test is gebruikt. Het betere dons begint bij 600 (EU)/650 (US) cuin, de absolute top ligt bij 900 cuin (EU).

Maar een ding mist hier nog: waaróm is vulkracht zo belangrijk? Simpel: hoe beter de vulkracht, hoe minder dons nodig is om hetzelfde isolerende vermogen te krijgen. Dus hoe lichter en (ingepakt) compacter je slaapzak uiteindelijk is.

Voor de vulkracht van donzen dekbedden bestaat ook de aanduiding ‘millimeters per 30 gram’. De millimeters staan voor de hoogte die 30 gram dons inneemt in een gestandaardiseerde meetcilinder. Dit is feitelijk de EU (Lorch) test, maar dan uitgedrukt in hoogte (millimeters) in plaats van volume (cuin). Zucht. Bij deze vulkracht-aanduiding vormt 200 mm/30 g de top.

Donskwaliteit: conclusie
Uiteindelijk is er maar één maat voor de donskwaliteit die belangrijk is: de vulkracht. Eend of gans, veel of weinig veren, alles komt uiteindelijk samen in die vulkracht: het isolerend vermogen. Dat is wat telt. De rest is leuk als achtergrondinfo. Eendendons met 10% veren en een vulkracht van 650 cuin is beter dons dan ganzendons met 5% veren en een vulkracht van 600 cuin. In grote lijnen hangen vulkracht en eend-gans of veel-weinig veren wel met elkaar samen. Dons met een echt hoge vulkracht zal bijvoorbeeld altijd ganzendons zijn, met een laag percentage veren. Als de vulkracht niet te achterhalen is: niet doen. Het gebruik van goed dons is een verkoopargument voor een slaapzak, dat de fabrikant dus altijd zal vermelden.

Diervriendelijk?
Dons is een geweldig product, maar is het diervriendelijk? Hmm, dons heeft niet zo’n beste reputatie op dat gebied. Op het internet circuleren filmpjes van vogels die levend geplukt worden voor de donsproductie. Reden: de producent kan dan vaker dons ‘oogsten’ dan alleen bij de slacht, en dons van volgroeide vogels is (zie hierboven) beter dan van jonge vogels. De twee belangrijkste donsproducerende regio’s zijn de Volksrepubliek China (voornamelijk eendendons) en Oost-Europa (bekend om zijn ganzendons). In de Europese Unie is het levend plukken van eenden en ganzen verboden, dat mag alleen wanneer de dieren in de rui zijn. De European Down and Feather Association (EDFA) houdt daar toezicht op. In China, waar wereldwijd 80 procent van het gebruikte dons vandaan komt, is een dergelijke regel er niet. Het is te simpel om te zeggen dat alle Oost-Europese dons daarom verantwoord is en alle Chinese dons niet, maar de herkomst geeft wel een indicatie. Wat betekent dit als koper? Dat het zin heeft om te letten op hoeveel aandacht het merk voor de herkomst van het dons heeft. Als de vraag naar diervriendelijk dons toeneemt, neemt ook het aanbod toe. Donsverwerkende merken kunnen invloed uitoefenen op de diervriendelijkheid van het dons dat ze afnemen. Ze kunnen eisen stellen en controles uitvoeren. Hoe langer hoe meer merken doen dat, al maakt het ene merk daar meer werk van dan het andere.

Slaapzakzorg

  • Bewaar je slaapzak wanneer je hem niet gebruikt in een ruime, goed ademende opbergzak (slaapzak-slaapzak). Het lang achter elkaar opgepropt zitten tast de veerkracht van de vulling op den duur aan.
  • Rol een slaapzak niet op, maar prop hem met beleid in z’n foedraal. Bij oprollen komt er namelijk veel spanning te staan op de stiksels van de tussenschotten of de lagen, omdat de tijken ten opzichte van elkaar verschuiven. Rol maar eens een dik tijdschrift op: de voor- en achterkant van het omslag verschuiven ten opzichte van elkaar. Dat gebeurt ook met de binnen- en buitentijk van een slaapzak als je die oprolt.
  • Gebruik een lakenzak om je slaapzak te beschermen. Tijdens een tocht zul je niet altijd fris en fruitig de zak induiken, waardoor deze snel vuil wordt. Een lakenzak is onderweg gemakkelijk even te wassen, is er in hyperlichte uitvoeringen (zijde) en heeft in berghutten en twijfelachtige hotels een dubbelfunctie als beddengoed.
  • Door bijvoorbeeld transpiratievocht dat door de tijken dringt gaat dons na verloop van tijd klitten. Een donzen slaapzak moet dan ook om de paar jaar worden gewassen om het dons z’n vulkracht te laten behouden. Ook bij synthetische vullingen is periodiek wassen een fijn idee. Zowel donzen als synthetische slaapzakken kun je prima zelf wassen. Check het wasvoorschrift voor de te kiezen temperatuur, meestal is dat 30º, en kies het juiste wasprogramma. Gebruik altijd een vloeibaar wasmiddel, bij dons een speciaal donswasmiddel. Hang een synthetische slaapzak niet op, maar leg hem plat neer om te drogen. Een donzen slaapzak moet je bij het aan de lucht drogen voortdurend opschudden om het dons uit elkaar te halen zodat het overal goed droogt. Laten wassen kan ook, voor een paar tientjes, via een outdoorwinkel.

Het synthetische alternatief
Er zijn twee redenen voor een synthetische slaapzakvulling: prijs en gebruiksdoel. De ene categorie wordt gevormd door budget-slaapzakken voor in de zomer (of voor op festivals of jeugdkampen). Uitgangspunt: het mag weinig kosten, maar het hoeft ook weinig te doen. Daar gaat deze pagina niet over. De andere categorie bestaat uit slaapzakken die een gelijkwaardig alternatief voor dons willen zijn. De top van deze betere synthetische vullingen slaagt daar behoorlijk goed in. De verschillen in gewicht en pakvolume (bij gebruik van een compressiezak) met dons zijn niet erg groot. De meeste synthetische vullingen bestaan uit materiaal dat in feite uit één lange oneindig vaak gekroesde draad bestaat, een zogenaamd filament. De draden zelf zijn bovendien hol en houden daardoor nog meer lucht vast. De vulling wordt in matten tussen binnen- en buitentijk gestikt, waardoor een gelijkmatige isolatie ontstaat zonder dat er tussenschotten nodig zijn. Slaapzakken met synthetische vullingen zijn gemakkelijk zelf te wassen. Ze vergen meer kracht om ze klein in te pakken dan dons, vandaar dat er vaak een compressiefoedraal wordt meegeleverd.

Dus… dons of synthetisch?
Afgezien van een verschil in gewicht en pakvolume heeft dons drie belangrijke dingen vóór op synthetisch materiaal: het gaat langer mee, het kan worden bijgevuld en het is ‘vergevingsgezinder’ wanneer je in een te warme slaapzak ligt. Je hebt het bij dons wel (te) warm, maar niet benauwd of broeierig warm zoals eerder het geval is in een te warme kunststof slaapzak. Nadelen zijn er ook. Dons is duurder, maar het voornaamste nadeel van dons is z’n gevoeligheid voor vocht. Bij transpiratie is het absorberend vermogen prettig omdat het broeierigheid voorkomt, maar ook vocht in de binnentent kan door de tijk dringen en in het dons gaan zitten. Als regelmatig luchten tot de mogelijkheden behoort is dat echter niet spannend: het vetlaagje dat dons van nature bezit zorgt ervoor dat wat vocht geen kwaad kan, en je dons is in de zon ook zó weer droog. Bij een risico op meer vocht is een slaapzak met kunststofvulling een slimmere keuze. Voorbeelden zijn avonturen met rivieroversteken, gebruik van een bivakzak of bij winterkamperen waarbij er veel condens in de binnentent ontstaat. En als je slaapzak echt kletsnat is geworden (uitgegleden in de rivier, waterdichte zak op de achterdrager lekte), kun je een synthetische slaapzak ‘uitwringen’ waarna hij in elk geval nog een deel van z’n isolerend vermogen terugkrijgt. Bij een donzen slaapzak is dat kansloos. Ieder materiaal heeft dus zijn eigen pluspunten. De keuze tussen dons en synthetisch zal afhangen van je wensen, je budget en wat je met de slaapzak gaat doen.

Voor- en nadelen slaapzakmodellen en vullingen

 VoordelenNadelenOpmerkingen
DekenmodelVeel bewegingsruimte
Meestal aanritsbaar
Bruikbaar als dekbed
Niet isolatie-efficiënt: gewicht en pakvolume relatief groot
Niet geschikt voor extreme kou
MummieIsolatie-efficiënt: gewicht en pakvolume relatief laag en klein
Geschikt voor extreme kou
Weinig bewegingsruimte
Aanritsen soms mogelijk, maar meestal niet optimaal*
Niet te gebruiken als dekbed
* Omdat de rits zelden doorloopt tot in de voet.
DonsLichter
Kleiner pakvolume
Gaat langer mee
Vergevingsgezind
Kan worden bijgevuld
Isoleert niet wanneer nat
Zelf wassen is bewerkelijk
Duurder
Synthetische vullingIsoleert nog na nat worden (na 'uitwringen')
Goedkoper
Eenvoudig zelf wasbaar
Gaat minder lang mee
Zwaarder
Groter pakvolume
Minder vergevingsgezind
Niet bij te vullen

Keuze 3: temperatuurbereik
Je slaapzak moet warm genoeg zijn voor de omstandigheden (klimaat, seizoen, hoogte) waarin je gaat fietsen, maar ook niet te warm. Het probleem van ‘te warm’ is niet de isolatie (je ritst je slaapzak open of gebruikt hem als deken), maar het feit dat je een te zware en te grote (ruimte vretende) slaapzak meesleept.

EN 13537
Elke fabrikant wil hyperlichte slaapzakken verkopen die tegelijkertijd warm zijn. Het creatief omgaan met het vermelde temperatuurbereik is daarom verleidelijk. Gelukkig bestaat er een standaardtest om dat temperatuurbereik te bepalen, vastgelegd in een norm: de EN 13537. Fabrikanten van de betere outdoor-slaapzakken testen hun producten volgens die norm, die het mogelijk maakt om de isolatiewaarden van slaapzakken onderling te vergelijken. Daar heb je wat aan als koper en als fietser. De EN 13537 heeft vier temperatuuraanduidingen: upper limit, comfort, lower limit en extreme. ‘Extreme’ kun je wegstrepen: dat is de temperatuur waarbij je de volgende ochtend nog net met een hartslag de ambu in gaat. Pure flauwekul. Voor vrouwen is de ‘lower limit’ te koud. Kijk dus naar de comfort-temperatuur (iedereen slaapt warm) en houd de upper limit (daarboven wordt je niet goed van de warmte) in de gaten. Een fabrikant die niets te duchten heeft van deze testmethode gebruikt ‘m. Een fabrikant die z’n eigen test heeft verzonnen valt af. Een goede nachtrust is te belangrijk om alleen op marketing te vertrouwen.

Factoren van invloed
In je tent is het warmer dan erbuiten. Strikt genomen kun je het temperatuurbereik van je slaapzak dus afstemmen op de tent-temperatuur. In een niet te grote (gerelateerd aan het aantal bewoners) vierseizoens lichtgewicht tent is het een paar graden (2-3 graden is reëel) warmer dan in de buitenlucht. Verder gaat de EN 13537 er vanuit dat je op een goed isolerende slaapmat ligt en geen drie lagen kleding aanhebt. Bij kou een dun ondergoedje, bij hevige kou dikker ondergoed. Gender-neutraliteit bestaat niet bij de aanduiding van het temperatuurbereik. Met de fysiologie valt niet te onderhandelen. Vrouwen hebben bijvoorbeeld sneller koude voeten dan mannen omdat hun bloedsomloop zich minder concentreert op hun ledematen en meer op het onderlichaam. Het is niet anders. De EN 13537 houdt daar rekening mee, zie de aanduidingen hierboven.

Onderdelen van een slaapzak

  • Tochtslurf achter de rits: voorkomt het binnendringen van kou via de rits.
  • Capuchon: voorkomt warmteverlies via het hoofd. Contourgesneden en liefst in compartimenten verdeeld voor een zo goed mogelijke en gelijkmatige isolatie.
  • Kraag: voorkomt dat warmte via de opening aan het hoofdeinde van de slaapzak ontsnapt en zorgt voor stilstaande lucht in de slaapzak.
  • Rits met twee schuivers: kan ook van onder naar boven worden geopend als je te warme voeten of benen krijgt. Sommige slaapzakmodellen zijn verkrijgbaar met een linker- of een rechterrits. Een enkel slaapzakmodel is voorzien van een halve rits: dat scheelt gewicht (kortere rits, daardoor een kortere tochtslurf nodig).
  • Ritsbeschermer: strook stijver materiaal voorkomt dat de tijk tussen de rits komt.
  • Tijk: de stoffen binnenkant (binnentijk) en buitenkant (buitentijk) van de slaapzak. Vaak zwart, zodat deze in de zon sneller droogt. Bij een donzen slaapzak moeten binnen- en buitentijk donsdicht zijn en kan de buitentijk een waterafstotende behandeling hebben gehad. Vrijwel alle tijken zijn gemaakt van ongecoat en dichtgeweven nylon, dat net zo prettig aanvoelt als katoen. Katoenen tijken zijn vrijwel uitgefaseerd, omdat ze zwaarder zijn, vocht opnemen, langzamer drogen en sneller vuil worden. En mocht je een nylon binnentijk niet fijn, of geen fijn idee, vinden: in de praktijk neem je meestal een dunne katoenen of zijden lakenzak mee om je slaapzak te
    beschermen, waardoor je huid niet in aanraking komt met de binnentijk.
  • Stiknaden: bij een goede slaapzak is de tijk niet doorgestikt. ‘Doorstikken’ betekent dat binnen- en buitentijk op meerdere plaatsen aan elkaar zijn gestikt om de vulling op z’n plaats te houden, zoals bijvoorbeeld bij veel donsjassen gebeurt. Bij doorstikken zit er geen isolerende vulling bij de stiknaden, waardoor daar warmteverlies optreedt en de slaapzak een stuk slechter isoleert. Een donzen outdoor-slaapzak is in plaats daarvan voorzien van tussenschotjes tussen binnen- en buitentijk, waardoor het dons in compartimenten wordt verdeeld en de slaapzak overal gelijkmatig isoleert. Bij een synthetische vulling wordt deze in overlappende lagen tussen de binnen- en buitentijk aangebracht.
Donsallergie: feiten en fabels
‘Een nadeel van dons is dat je er allergisch voor kunt zijn’. ‘Wie allergisch is voor huisstofmijt moet geen donzen dekbed of slaapzak nemen’. Beide beweringen komen nog wel eens voorbij. Feiten of fabels?
Echte donsallergie is uiterst zeldzaam. Met de Nederlanders die werkelijk allergisch zijn voor dons vul je nog geen touringcar. Wie denkt allergisch te zijn voor dons is in verreweg de meeste gevallen allergisch voor de uitwerpselen van de huisstofmijt – een minuscuul beestje dat in ieder huis voorkomt. Dus de eigenlijke vraag is: heeft dons als vulling meer last van huisstofmijt dan een synthetische vulling? Daar is uitgebreid onderzoek naar gedaan: het antwoord is ‘nee’. Maar waar komt dat misverstand dan vandaan?
1. Vullingen
Huisstofmijten voeden zich vooral met huidschilfers van mensen en dieren. In vroeger tijden bevatte slaapzakdons nogal eens vuil van eenden of ganzen en dus huisstofmijten. Daartegenover stonden de eerste kunststof slaapzakken die op 60º wasbaar waren, een temperatuur waarbij huisstofmijten het loodje leggen. Het standaardadvies voor mensen met een ‘donsallergie’ luidde daarom: koop een slaapzak met synthetische vulling. Die tijd is voorbij. Dons gaat net als synthetische vullingen schoon en mijtvrij de slaapzak in en bevat geen voedsel voor huisstofmijten. Uit onderzoek blijkt dat schoon dons voor mijten geen aantrekkelijker leefmilieu is dan schone synthetische vullingen. Een grootschalig Duits onderzoek liet zien dat het microklimaat in dons voor mijten juist erg onaantrekkelijk is.
2. Tijken
In schone vullingen kan zich alsnog huisstofmijt ontwikkelen wanneer vuil erin door kan dringen. De tijk komt dan in beeld. Hier lijken donzen slaapzakken een voorsprong te hebben: donstijken zijn zo dicht geweven (ze moeten donsdicht zijn) dat ze een grote barrière vormen voor vuil en mijten. Ook dit liet het Duitse onderzoek zien. Slaapzakken met synthetische vullingen hebben minder dichte tijken nodig, die toegankelijker zijn voor mijten en vuil. In algemene zin blijft in ultragladde tijken minder vuil hangen dan in grovere tijken. Kunststof tijken hebben de voorkeur boven katoenen tijken omdat ze vuil beter weren en sneller drogen.
3. Wasbaarheid
Als je slaapzak wasbaar is op 60º is dat voor allergische kampeerders een pre. Die temperatuur doodt alle mijten – mochten ze toch in tijk of vulling zijn gaan zitten. Dons kan die temperatuur volgens de experts moeiteloos aan, het wordt voorgewassen op 95º, maar tijken en synthetische vullingen niet. De realiteit is dat de betere outdoor-slaapzak, het type dat jij waarschijnlijk op je fietstocht meeneemt, op 30º gewassen moet worden. Een enkeling kan 40º verdragen, maar dat is als anti-mijt-maatregel niet genoeg.
Dus?
Voor buitensporters met een huisstofmijt-allergie is een met dons gevulde slaapzak eerder beter (door de dichtere tijk) dan slechter in vergelijking tot een slaapzak met een synthetische vulling. Het beste advies lijkt daarom te zijn: voorkom dat huisstofmijten tot de vulling door kunnen dringen – omdat je ze daar lastig weer wegkrijgt (slaapzakken mogen vrijwel nooit heet worden gewassen). Koop een slaapzak met een zeer dicht geweven gladde synthetische tijk die geen vuil opneemt. Huisstofmijten houden daar niet van.

Geef een reactie

Velden met een * zijn verplicht. Geen nood: je e-mailadres wordt niet gepubliceerd en is niet zichtbaar voor anderen.


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.