Laat voor het eten

Fietsverhalen en fietsinformatie

Slaapzakken, fietsers en sneeuwvlokjes

| Geen reacties

Een herfstige Den Treek, op een fietsrondje afgelopen maandag.

Toen ik afgelopen weken bezig was met het kiezen en bestellen van een nieuwe slaapzak (die zich wat meer thuisvoelt in winternachten en niet tegelijkertijd m’n hele achterdrager in beslag neemt) ontdekte ik dat m’n pagina over slaapzakken niet meer up-to-date was. Omdat fietsers ook moeten slapen en deze pagina’s niet alleen over fietsverhalen gaan heb ik het Rome-verhaal heel even on hold gezet en de slaapzak-pagina aangevuld en herschreven. Nu te lezen. Ondertussen kruip ik uit m’n tent in het Forêt communale de Vigy, pak ik in de eerste spetters m’n tent en spullen in en wacht in een heftige regenbui af tot ik de eerste kilometers naar Vigy kan fietsen. Daar wacht me een aangename verrassing en het Frankrijk waarvan ik hou. Het avontuur gaat verder, geen nood, binnenkort in dit theater.

Deze dagen neemt zoete heimwee m’n gedachten over. Bij ons thuis staat tijdens het koken, ’s avonds als we allemaal thuis zijn, StuBru op. Geen 538 of Qmusic (alsof je Home Alone 3 kijkt, veilig, ongeïnspireerd, in een oneindige loop). Tussen de nieuwste van Stromae en Hooverphonic gaat het even over het weer. De DJ – die niet praat alsof hij bezig is de trein te halen terwijl hij een discounter-commercial inspreekt – zegt dat in de Ardennen de eerste sneeuwvlokjes vallen. Mijn gedachten verlaten huis en keuken. Waarom ben ik daar nu niet?

In gedachten fiets ik over het brokkelige asfalt tussen de sparren, ruik ik de lucht van houtkachels die als een dekentje boven de uitgestorven dorpen hangt. Ik ervaar de stilte, zie de Semois en de Ourthe door hun dalen bochten draaien langs groene naalden en kale bruine beuken. Ik raak het land aan, de lucht, de natuur waar ik gelukkig ben en een deel van de wereld niet lijkt te bestaan. Het deel waarin mensen zich afreageren op stadscentra en zorgverleners, omdat wat moet niet uitkomt. Als je jezelf hebt aangeleerd dat je maatschappelijk gezien een consument bent die niets in de weg mag worden gelegd, betekent de slagboom die je tegenkomt alleen onvrijheid voor jezelf en niet de vrijheid van een ander. Dat tot werkelijkheid verheffen heeft niet zoveel met covidmaatregelen te maken, maar veel meer met hoe je in de wereld staat.

Ik sta onveranderd positief in die wereld, al worstel ik er soms mee. Gisteren kwam ik, met Elsbeth terug naar huis fietsend van het UMC Utrecht waar ze bestraald was, een ongeval tegen op de Amersfoortseweg. Ik zag het al in de verte, aan het patroon van knipperende lichten en donkere vlekken waar mensen bij elkaar staan. Een auto lag op z’n kop in de berm, een andere auto stond verderop, in elkaar. Ik fiets wat harder, zet m’n fiets in de berm en kijk of ik iets kan doen. Scherp, ineens. De auto’s zijn leeg, de mensen zijn eruit. Ik zie iemand bellen, ik zie een auto die schuin op de weg staat om de plek af te schermen, een politieagent arriveert, in de verte de sirenes van een aanrijdende ambu. Situatie in de hand, voor mij niets te doen. Even was ik weer brandweerman en hulpverlener. Wat ik voelde kwam van zo diep dat het nog kilometerslang bleef hangen. Het gevoel iets te willen doen. Eerste hulp, hoofd fixeren, iemand vragen 112 te bellen, slachtoffer rustig toespreken (en niet de fout maken “het komt goed” te zeggen, want dat weet je helaas niet), zorgen dat de plek veilig is en er geen nieuwe aanrijdingen ontstaan. Het was allemaal niet nodig, maar het was er allemaal wel, helder, in m’n hoofd.

Brandweer is Fietsersbond geworden, waar ik in een fijn team m’n tijd en aandacht geef aan fietsveiligheid, meedenken met gemeenteplannen, opkomen voor vaardige en minder vaardige fietsers en het promoten van de fiets. Daarmee kan ik iets doen en iets bijdragen. Andere dingen, gebeurtenissen waarop ik geen invloed heb, laad ik niet op m’n schouders. Meningen laat ik geen realiteit worden, prikkels filter ik, m’n telefoon staat permanent op trillen en laat ’s avonds na achten niets meer door. In plaats daarvan richt ik me naar het licht, naar wat fietsen voor mij en anderen betekent, naar het inspireren van fietsers met m’n verhalen. Vanuit een houding die, al kost het me soms moeite, het mooie om me heen blijft zien. Net zo goed in de herfst en in de naderende winter. Waarin ik hopelijk weer een wintertocht kan fietsen, in de Ardennen waar deze dagen de eerste sneeuwvlokjes vallen.

Tot snel weer.

Geef een antwoord

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.