Laat voor het eten

Fietsverhalen en fietsinformatie

De Maasroute

De nummers zijn die van de dagetappes, ‘P’ is de proloog (klik = groter).

Foto hierboven: de Maas bij Sorcy-Saint-Martin, tussen Neufchâteau en Verdun.

Van 24 juni tot en met 3 juli 2022 fietste ik de Maas(fiets)route. Hieronder staan de dagetappes zoals ik die gefietst heb, als links naar het verhaal van de tocht. Onder de links kun je lezen hoe ik de tocht heb voorbereid.

Dag 0 | Proloog

Dag 1 | Nancy – Bourbonne-les-Bains

Dag 2 | Bourbonne-les-Bains – bron – Vaucouleurs

Dag 3 | Vaucouleurs – Consenvoye

Dag 4 | Consenvoye – Charleville-Mézières

Dag 5 | Charleville-Mézières – Godinne

Dag 6 | Godinne – Geulle

Dag 7 | Geulle – Velden

Dag 8 | Velden – Megen

Dag 9 | Megen – Dordrecht

Dag 10 | Dordrecht – Hoek van Holland – Rotterdam


De aanloop

Het is 6 mei 2022, we rijden op de A31 tussen Dijon en Nancy, de Franse snelweg die zeer waarschijnlijk de saaiste is tussen Trondheim en Granada, met de A6 door de Flevopolder als mogelijke uitzondering. Onzichtbaar rechts in het landschap ligt Langres, op het plateau met de waterscheiding tussen de rivieren die afwateren op de Noordzee, de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee. Hier ergens ontspringt de Maas, als een onbetekenend beekje dat honderden kilometers verderop zal zijn uitgegroeid tot de rivier die ik als kind langs de moestuin van m’n oma in Obbicht zag stromen.

Toen we nog geen kinderen hadden namen we op weg naar het zuiden niet de snelwegen, maar de routes nationales. Door de Ardennen, langs Bouillon en Charleville-Mézières, Sedan en Verdun naar Langres en dan verder naar het zuiden langs Saône en Rhône. Hier, in het noorden van Frankrijk, volgden we de Maas stroomopwaarts. We doen het de jongens niet aan (in één dag naar oma en opa rijden wordt dan een erg lange dag), maar ik heb heimwee naar de kleine wegen, zonder de overvolle aires, zonder de nervositeit van snelweg-vakantieverkeer dat altijd haast heeft. Zodat de heen- en terugreis nog meer bij het avontuur horen. Bij vakantie hoort geen haast. Eigenlijk hoort die nergens bij.

Ergens in m’n hoofd gaat een lichtje aan. Dat een idee grafisch als brandend lampje wordt weergegeven klopt helemaal. Ik wil deze zomer een rivierentocht fietsen. Een kleine twee weken, een route die weinig voorbereiding vraagt, geen project zoals Rome. De Maasroute staat op m’n ooit-lijst. Die is een dag of tien, die vervult m’n verlangen hier weer eens te zijn, die is – realiseer ik me – precies wat ik zoek. “Yes!” zeg ik, en kijk opzij naar Elsbeth die aan het stuur zit. Vragende blik. “Ik denk dat ik hier ga fietsen deze zomer” zeg ik. “Leuk” zegt ze, “doen”.


De voorbereiding

Dinant, de Maas op een oktobermorgen op weg naar Parijs.

Overzicht

Bij de voorbereiding van een tocht wil ik weten hoe het echt zit. Wat is de Maasroute: start- en eindpunt, routeverloop en afstand. Daarbij ben ik van alles tegengekomen. De Maasroute is wat anders dan bijvoorbeeld de Rome-route van Benjaminse. Die is van hem, dus de route loopt zoals die in de routegidsen staat, geen onduidelijkheid. Van de Maasroute bestaan – ontdekte ik – meerdere versies, maar niettemin heb ik gevonden wat ik zocht.

De Maasfietsroute is een EuroVelo-route, EuroVelo 19. EuroVelo is een netwerk van (inmiddels) 17 langeafstand-fietsroutes door heel Europa, bedoeld om het fietsen door Europa aantrekkelijk te maken, Europa te ontdekken en mensen enthousiast te maken voor het fietsen in zijn algemeenheid. De routes worden door de landen waar ze doorheen lopen zelf bewegwijzerd en onderhouden, EuroVelo levert als regisseur de paraplu waar alle routes onder vallen en verzorgt de website met het overzicht. Daar zitten geen kinderachtige routes tussen, EuroVelo 11 (’the Beast of the East’) is bijvoorbeeld 6550 kilometer lang en loopt van de Noordkaap naar Athene. Alleen al van het weten dat hij bestaat word ik erg onrustig.

EV19-routebordje bij (je raadt het al) Givet, op – fietsend van zuid naar noord – de laatste kilometers in Frankrijk.

EuroVelo 19 (kortweg EV19), de Maasfietsroute, loopt van de bron van de Maas (bij Pouilly-en-Bassigny, gemeente Le Châtelet-sur-Meuse) naar de monding ervan bij Hoek van Holland en daarna naar Rotterdam. De EV19 is vanaf de bron tot aan de Erasmusbrug, via Hoek van Holland, 1033 fietskilometers lang. Het Nederlandse deel van de EV19 heet Lf Maasroute (lf = langeafstand-fietsroute) en is in een aparte – Nederlandstalige – website gegoten.

Kaart, tracks en gidsen

Digitale kaarten
Fiets je op gps-tracks, dan heb je voor de hele route aan één Openfietsmap-kaart genoeg: Europe W(est), hier te downloaden (let op dat je de GPS version downloadt).

Tracks
Als experiment heb ik van meerdere niet-EuroVelo websites de gps-tracks van EV19 gedownload en die onderling vergeleken. Dan blijkt dat de meeste van die tracks niet (meer) kloppen, omdat ondertussen nieuwe fietspaden zijn aangelegd in met name Frankrijk, waar veel in de EV19 geïnvesteerd wordt. Ik raad je daarom aan de tracks te downloaden van de bronnen, de nationale fietsroute-websites waarnaar de EuroVelo-website verwijst. Die kloppen met de kaart en met de actuele fietspad-situatie:

  • hier staan de tracks van het Franse deel (scroll helemaal naar beneden, daar verschijnt een icoontje met ‘GPX TRACK’),
  • hier de tracks voor Waals-België (klik elk van de etappes open en er verschijnt een knop met ‘GPS/GPX’) en
  • hier de tracks voor het Nederlandse deel van de EV19 (klik elk van de etappes open en er verschijnt een link voor de track van die etappe).

Gidsen
Mocht je de route met behulp van een gids willen fietsen, dan heeft Benjaminse zijn versie, net als Bikeline (van Verlag Esterbauer, onder andere bekend van de R1-gids naar Berlijn). Van het Nederlandse deel, de lf Maasroute, bestaat een aparte gids.

(Klik = groter) Omleiding tussen Tihange (links) en Ombret (rechts). De rode lijn is het routedeel dat afgesloten is, de groene lijn is de actuele route, met aan de noordkant van de Maas de omleiding. De grijze vlek links onderaan is de kerncentrale van Tihange. Links daarvan, buiten het kaartje, ligt Huy.

Route en bijzonderheden

Het fietsen van de Maasroute is geen krachttoer, wel moet je af en toe aan het werk. In Frankrijk golft de route, de klimmen zijn meestal niet lang en nooit erg hoog, het stuk door België is vrijwel (op een enkele helling na) vlak, net als in Nederland. Er zijn een paar bijzonderheden waar je als fietser rekening mee moet houden:

  • De bron ligt tussen de weilanden, een paar honderd meter buiten Pouilly-en-Bassigny, een dorp van 158 inwoners met alleen zwaartekracht en stromend water. Voor de trein heen of terug moet je dus een stuk fietsen, bijvoorbeeld naar het SNCF-station van Langres (35 km), Nancy (110 km) of Metz (160 km).
  • Tussen Verdun en Regnéville-sur-Meuse (19 fietskilometers ten noorden van het centrum van Verdun) loopt de route over een nieuw vrijliggend fietspad langs de Maas. De officiële EV19-tracks (zie hierboven) volgen dit fietspad, veel andere tracks volgen daar nog de D38.
  • Tussen (van west naar oost) de brug bij Ampsin ter hoogte van de kerncentrale van Tihange (ten oosten van Huy, België) en de brug bij Ombret wordt je omgeleid. De RAVeL langs de Maas, waarover de route loopt, is daar afgesloten door bouwwerkzaamheden bij de verbreding van het sluizencomplex van Ampsin-Neuville. Toen ik er in juli 2022 fietste was de omleiding goed aangegeven. Zie ook het kaartje.
  • Ook in Liège (Luik) krijg je op meerdere plaatsen te maken met (kleine) omleidingen. Volg de bordjes.
  • Op het Nederlandse deel van de route moet je 16 keer met een veerpont de Maas over. Omdat ik, ehm, weleens aan een rivieroever heb gestaan met een pont die niet voer (en vervolgens op een onhandig moment moest omfietsen), ben ik alert op vaartijden. Hieronder heb ik de 16 overtochten voor je op een rij gezet. Precies omdat vaartijden kunnen veranderen staan die er niet bij, wel de websites waarop je die zelf kunt checken.

De 16 veerponten op het Nederlandse deel van de Maasroute (klik = groter).

Veerponten

(fietsrichting van Maastricht naar Hoek van Holland. Een overzicht van alle Nederlandse veerponten vind je hier)

Er zijn (stand van zaken: juli 2023) vijf veerponten die niet het hele jaar door varen. In de winter en het late najaar moet je daar een truc verzinnen. Let vooral op de vaartijden van de laatste pont, een nieuwe veerdienst tussen de Tweede Maasvlakte en Hoek van Holland. In 2023 vaart die alleen van april tot en met september. De halte op de Tweede Maasvlakte ligt op een andere plaats (namelijk in de Prinses Margriethaven, bij FutureLand) dan voorheen (tot en met 2021). Wanneer deze pont niet vaart (en je daar te laat achterkomt), moet je ver omrijden.

  1. Beesel – Kessel (ter hoogte van Reuver), website
  2. Steyl – Baarlo (ter hoogte van Tegelen), website
  3. Arcen – Broekhuizen, website
  4. Blitterswijck – Wellerlooi, website, april tot en met oktober
  5. Vierlingsbeek – Bergen, website
  6. Middelaar – Cuijk, website
  7. Megen – Appeltern, website
  8. Alphen – Oijen, website
  9. Maren-Kessel – Alem, website
  10. Herpt – Bern (ter hoogte van Heusden), website
  11. Nederhemert, website, 1 maart – 1 november, niet op zondag (omrijden is eenvoudig en maar 3,5 km langer)
  12. Woudrichem, website, 2024: 10 februari – 31 oktober alle dagen 10:00 – 17:30 (februari tot 17:00), november|december alleen za|zo 10:00 – 17:00
  13. Werkendam – Biesbosch (zuid van Werkendam), website, 2023: 27 april – 1 oktober (1-28 mei alleen za|zo)
  14. Werkendam – Kop van ’t Land (oost van Dordrecht), website
  15. Puttershoek – Zwijndrecht, website, 2024: niet in kerstvakantie, za|zo alleen van 11 mei t/m 15 september, op werkdagen 08:45 – 13:00 niet
  16. Prinses Margriethaven (Tweede Maasvlakte, bij FutureLand) – Hoek van Holland, website, 2024: 31 maart – 29 september, vier afvaarten per dag (in april, mei, juni en september niet elke dag)

De omleiding tussen Tihange en Ombret. Dit is de brug bij Ombret. Tijdens een rondje door de Ardennen in maart 2022 fietste ik de omleiding van oost naar west.

Het plan

Ik ga deze route anders fietsen dan naar Rome. Toen koos ik ervoor om lange dagen te maken, om een ambitieus plan (na Rome terug naar Milaan fietsen) uit te kunnen voeren. Ik houd van ambitieuze plannen, maar de Rome-tocht leerde me ook dat die een prijs hebben: de voortdurende druk om het zelfopgelegde schema te halen. Dat ga ik op de Maasroute niet doen.

Ik kies voor een planning die een stuk bescheidener is. Ik ga honderd kilometer per dag fietsen, door een relatief vlak gebied. Dat zal me niet moeilijk afgaan, en dat is wat ik nu zoek. De ruim duizend routekilometers kan ik in tien dagen fietsen, een rustdag is niet nodig. Als ik de geest krijg en toch langere etappes fiets heb ik genoeg tijd om na aankomst in Rotterdam terug naar huis te fietsen. Leuker.

Vrijheid

Op de tocht naar Rome heb ik voor het eerst in lange tijd weer wild gekampeerd. Vooral de vrijheid om aan het eind van de dag te kunnen slapen waar ik wil, zonder rekening te hoeven houden met de beschikbaarheid van campings, is me goed bevallen. Op de Maasroute in Frankrijk en België ga ik dat weer doen, nu en dan afgewisseld met een camping om even onder de mensen te zijn. In Nederland is wild kamperen lastig, maar daar zijn genoeg campings. Ik leg m’n overnachtingen niet vast.

Fietsrichting

In avonturenfilms volgt de held een woeste rivier tot aan de onbekende bron. Livingstone deed dat bijvoorbeeld met de Nijl. De bron van de Maas is niet onbekend en ik ben geen held, dus doe ik het liever andersom: beginnen bij de bron en eindigen bij de monding. Uit verhalen van Maasfietsers blijkt de bron niet spectaculair te zijn, fietsen over de Tweede Maasvlakte is dat zeker wel. Van bron tot monding zie ik de rivier groeien en eenmaal aan het eind van de tocht hoef ik me niet meer druk te maken over het vervoer, ik hoef alleen maar naar huis te fietsen (of met de fiets in de trein van Rotterdam Centraal naar Amersfoort Centraal, één trein, één uur). Het voelt logischer, het lijkt me leuker.

De Maas ter hoogte van Godinne, tussen Dinant en Namur, België.

Zelf of niet

Na het maken van de tracks en het uitvogelen van de Maas-oversteken in Nederland hoef ik maar één ding te regelen: de treinreis naar het startpunt. Die reis bestaat uit meer dan één trein, maar is goed te doen. Omdat Pouilly-en-Bassigny (het dorp bij de bron) niet meer heeft dan een paar huizen en een kerk, zal ik altijd een stuk moeten fietsen om het startpunt te bereiken. De keuze die ik moet maken is naar welk station ik ga treinen en hoe ik de tickets regel.

Ik kan twee dingen doen: de treinreis door een reisbureau laten regelen of zelf uitzoeken. Ik kies voor het laatste, zodat ik de treinroute en het treintype kan bepalen. Welke treinroute ik ook neem, ik moet meerdere keren overstappen. Daarom wil ik met treinen reizen waarbij het reserveren van een stoel of fietsplaats niet nodig is. Het is verre van denkbeeldig dat ergens in de keten van treinreizen tussen Amersfoort en Noord-Frankrijk een trein uitvalt of te laat rijdt. Zou ik in de daaropvolgende trein(en) een stoel- of fietsplaats hebben gereserveerd, dan gaat dat overboord. Gedoe. Bij treintickets met vrije plaatsen (zoals de treinen in Nederland) kan ik in elke trein stappen die ik wil, mits die op dezelfde dag en op hetzelfde traject rijdt. Reden twee om de treinreis niet uit te besteden aan een reisbureau is dat ik er niets van leer. Door zelf uit te zoeken hoe ik in Frankrijk kom, weet ik de weg in de trein-apps of websites van NS International, de NMBS (Belgische spoorwegen) en de SNCF (Franse spoorwegen). Dat is nuttig, van die kennis heb ik ook bij toekomstige tochten profijt.

M’n fiets in een Franse TER-trein, hier tussen Loriol en Vienne, om daarna langs de Rhône terug naar Loriol-sur-Drôme te fietsen. Een paar stations verder stond dit fietsdeel helemaal vol.

Twee treinvarianten

Er zijn meerdere manieren om met de trein naar Noord-Frankrijk te gaan. Ik beschrijf er twee, maar er zijn er vast meer. De ene is om via Antwerpen, Lille en Parijs naar Langres te treinen. De andere route loopt via Maastricht – Liège (Luik) – Luxembourg stad – Metz – Nancy.

Via Lille en Parijs naar Langres
Langres ligt op 35 fietskilometers van de bron en heeft een TGV-station. Easy, zou je zeggen: neem de Thalys naar Parijs en stap daar over op een TGV of regionale trein naar Langres. Ja, maar niet met een bagagefiets. In een Thalys mag alleen een fiets mee die (wielen eruit) in een fietshoes van maximaal 135 bij 85 bij 30 cm past.

In plaats daarvan kun je met de Intercity Direct van Amsterdam-Rotterdam-Breda naar Antwerpen, met een Belgische intercity van Antwerpen naar Lille-Flandres (overstappen in Kortrijk), met een TGV of regionale Franse trein (TER) naar Parijs en tot slot met een TGV of TER naar Langres.

Overstappen in Parijs betekent dat je de stad door moet. Parijs heeft geen centraal station waar alle lijnen samenkomen, maar kopstations voor treinen van en naar een bepaalde richting. Treinen uit het noorden (zoals Lille of Brussel) komen aan op Paris Gare du Nord, treinen naar het oosten (zoals Langres) vertrekken vanuit station Paris Gare de l’Est. Die twee stations liggen een kilometer fietsen uit elkaar. Fietsen door Parijs is goed te doen: er zijn overal rijstroken voor de fiets, het verkeer in het centrum heeft te veel verkeerslichten om hard te kunnen rijden. Gewoon alert blijven, zoals je dat in elke grote stad doet.

Via Maastricht en Luxembourg naar Nancy of Metz*
Een andere optie is met de trein naar Nancy. Vanuit Nancy is het nog 135 kilometer (110 kilometer volgens de kortste, minder fijne route) fietsen naar de bron. Dat is wat ik ga doen. Met de trein naar Maastricht, van daar met de stoptrein naar Liège, dan een intercity naar Luxembourg-stad en tot slot een TER van Luxembourg naar Nancy. Die optie is simpeler, al kom je verder van de bron uit dan wanneer je naar Langres reist. Je kunt de bron dichter naderen door in Nancy bijvoorbeeld de trein naar Neufchâteau te nemen. Voordeel van deze optie is dat ik niet langs Antwerpen hoef. Van de acht keer dat ik in de Intercity Direct (tussen Amsterdam en Brussel) heb gezeten, reed de geplande trein vijf keer niet of veel later. Tussen Breda en Brussel is er, zo lijkt het, altijd wel iets. Voor de treinroute via Liège en Luxembourg heb ik geen garantie dat me daar niet hetzelfde overkomt, maar ellende rond Antwerpen kan ik voorzien. Wat ik kan voorzien sluit ik liever uit.

* Benjaminse beschrijft in zijn gids een route van 250 kilometer tussen Maasbron en Metz (of andersom). Die is ongetwijfeld mooi, maar ik kom nu voor de Maasroute. Metz en Nancy liggen aan dezelfde lijn, met Nancy ten zuiden van Metz. Vanaf Luxembourg blijf ik daarom liever zitten en stap een uur en 50 fietskilometers later uit, in Nancy.

Met de fietsbus

Cycletours biedt in het fietsvakantieseizoen (grofweg van april tot en met september) een service voor bagagefietsers: de fietsbus. Je fiets gaat in een speciale aanhanger, je bagage onderin de bus en jijzelf op een zit-/slaapstoel. Denk aan zo’n € 150 enkele reis voor een bestemming in Frankrijk, maar ze rijden naar meer bestemmingen. Cycletours heeft tussen begin mei en begin september (geldt voor 2023) een fietsbus-service naar en vanaf Langres. Een nachtbus met op- en uitstappunten in Amsterdam, Utrecht en Breda. Zelf heb ik meerdere malen in een Cycletours-bus gezeten (niet naar Langres), met positieve ervaringen.

Frankrijk: TER of TGV?

Het mooie aan TER-treinen is dat je geen plaats hoeft te reserveren (in Thalys of TGV moet dat wel), zoals in Nederlandse treinen. Je koopt gewoon je ticket online, via de SNCF Connect app (iOS of Android) of bij een kaartjesautomaat op een station en stapt in. In een TER-trein mag je fiets gratis mee, je hebt geen fietsticket nodig. Die fietsplaats is niet gegarandeerd, als het druk is sta je opgefrommeld tussen andere fietsers – ook vergelijkbaar met Nederlandse treinen. Heb je meer haast, dan kun je een inOui-TGV nemen (inOui is de merknaam van de standaard TGV’s. Je hebt ook Ouigo-TGV’s, een soort Ryanair-versie waarin alleen gedemonteerde fietsen mee mogen), waarvoor je een stoel en fietsplaats moet reserveren. Voordeel is dat je plaats gegarandeerd is, nadeel is dat je ticket alleen voor een bepaalde trein geldt. Die mag je dus niet missen. In een inOui-trein hoeft je fiets niet uit elkaar, een fietsticket kost 10 euro.

Binnenvaartschepen in de Maas bij Liège.

België: fietssupplement

In Belgische treinen (stoptreinen en intercity’s) kan je fiets mee, net als in Nederlandse treinen. Daarvoor moet je een fietssupplement (fietsticket) van € 4 kopen (zie hier de voorwaarden voor fiets in de trein). Je kunt met deze planner checken hoeveel fietsplaatsen er in de treinen op een bepaald traject zijn. Uiteraard geldt ook voor België dat in een Thalys alleen gedemonteerde fietsen mee mogen (zie hierboven).

De tickets

Nu ik weet wat ik wil (treinroute en treintype) kan ik gaan boeken. In Nederland reis ik tot en met Maastricht met m’n OV-chipkaart (fietsticket niet vergeten). Tussen Maastricht en Luxembourg moet ik tickets voor twee Belgische treinen en het fietssupplement regelen. Tot slot een Franse trein van Luxembourg naar Nancy. De Belgische spoorwegen doen online ingewikkeld over de stoptrein tussen Maastricht en Liège, het lijkt alsof je twee tickets (voor het Nederlandse en het Belgische deel) moet kopen. Opgeteld van alles dat ik moet regelen.

‘Dat kan simpeler’ denk ik en ga naar de website van NS International. Daar kan ik in één keer een treinreis tussen Amersfoort en Luxembourg regelen, een Franse regionale trein van Luxembourg naar Nancy lukt niet. Een ticket kopen doe ik niet online, omdat je geen fietsvervoer kunt meeboeken. Daarom bel ik. Ik sta 45 minuten in de wacht en krijg dan een erg behulpzame man aan de telefoon die ik vertel welke route ik wil nemen, met welk type treinen en dat er een fiets mee moet. Tien minuten later zit er een treinticket van Utrecht tot Luxembourg in m’n mailbox, inclusief fietsvervoer voor het hele traject. Ik hoef niet meer dan € 31,60 (voor mezelf) en € 12,00 (voor m’n fiets) te betalen. Ik vraag ‘m of dat echt klopt, en dat doet het. Ideaal, ik houd alle vrijheid en kan in elke trein stappen op die dag en op die route. Van Luxembourg naar Nancy regel ik het ticket zelf in de SNCF-connect app (iOS of Android), dat gaat heel gemakkelijk en fietsvervoer is gratis (zie hierboven). Omdat ik pas na 09:00 uur met een niet-vouwfiets in Nederlandse treinen mag, fiets ik het stuk tussen Amersfoort en Utrecht en stap daar in de eerste trein na 09:00 uur. Ik ben het liefst zo vroeg mogelijk in Maastricht, zodat ik tijd genoeg heb voor de treinen daarna.

Nawoord: alles ging zoals gehoopt, voor m’n fiets was overal genoeg plaats, aan het eind van de middag stonden m’n Vittorio en ik in Nancy, klaar voor het avontuur. Details lees je in de proloog.

2 reacties

  1. Dag Piet,
    Tijdens de voorbereiding van mijn (eerste) fietstocht naar de Noordkaap afgelopen mei had ik jouw verslag naar de Kaap al eens gelezen.
    Inmiddels weer terug en enorm genoten van de tocht. Uiteraard smaakt het naar meer en dus ook alweer wat plannen aan het maken voor vervolg.
    Ik lees nu ook al jouw andere fietsverslagen. Heel erg inspirerend en ook veel herkenbaar. Heel veel dank hiervoor!
    Ben erg benieuwd naar je ervaringen over de Maasroute, een tocht die ik graag in de wintermaanden zou willen doen.
    Gr,

    • Ha, mooi Roel! Het verhaal van de Maasroute schrijf ik na de zomervakantie, maar ik kan alvast zeggen dat ik ‘m met veel plezier gefietst heb. Een fijne zomer, groet, Piet.

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.