Laat voor het eten

Fietsverhalen en fietsinformatie

Mijn ligfiets

Met de trein naar Meppel, daarna lopend naar Nijeveen omdat de bus niet reed (het virus woekert hier waarschijnlijk in bermen en boomkruinen). Met de auto m’n nieuwe fiets ophalen voelde suf. De rit terug naar Amersfoort was, voor een tweede keer dat ik op een ligfiets reed, met 102 kilometer best stevig maar ging boven verwachting goed.

Foto hierboven: m’n Nazca Gaucho Tour 26 op de pont bij Genemuiden over het Zwarte Water. Net opgehaald, op de terugweg van Nijeveen naar Amersfoort. Een mevrouw achter me vraagt “Mooie fiets, hoe lang heeft u die al?”. “Anderhalf uur” antwoord ik.

Stel dat je deze pagina’s wel eens bezoekt. En stel dat je dacht ‘dat project L, hoe is het daarmee gegaan?’ En stel dan ook nog dat je, door de foto van Nijeveen en de letter ‘L’, wist wat ik aan het doen was. Dan zal deze pagina geen verrassing voor je zijn. Maar dat zijn wel heel veel stel-en, teveel. Dus ik zeg het maar gewoon: ik heb een ligfiets gekocht.

Et tu Brute? Ja, ook ik en het heeft me gebracht wat ik zocht. Ik voel me inmiddels, ik heb ‘m nu zo’n twee maanden en 1000 kilometer, ligfietser. Na 28 jaar op een traditionele fiets word je dat niet in een enkele dag, het is echt een ander ding. Mocht je zelf de afweging aan het maken zijn: op deze pagina leg ik uit hoe ik tot m’n keuze gekomen ben, samen met de eerste indrukken en ervaringen van en met het ligfietsen.

Hoe het begon: zelfdenkers en de verveling die toesloeg

Het begon met een gevoel. Ik houd van zelfdenkers, mensen die hun eigen weg gaan. Ik ben begonnen met fietsen toen een vriend van me vertelde dat hij naar Australië gefietst was. Ik heb er niet van geslapen, zo geweldig vond ik het idee om zoiets te gaan doen. De wereldfietsers die ik ontmoette waren zelfdenkers die nieuwe dingen deden en het avontuur opzochten. Maar toen ik na lange afwezigheid weer begon met bagagefietsen raakte ik dat gevoel na een tijdje kwijt. Daarmee doe ik de echte avonturiers ernstig te kort, ik weet het, maar alles wat ik zie zijn fietsers met dezelfde Ortlieb-rolsluitingtassen, rechte sturen en wielerkleding. Die tassen zijn lang niet op alle tochten de meest handige (maar totale waterdichtheid is een heilig beginsel geworden), rechte sturen zijn ondingen op de lange afstand en wielerkleding is voor wielrenners – wie middenin de zomer in strakke polyester shirts gaat bagagefietsen doet zichzelf echt tekort. Iedereen doet elkaar na, ik zag weinig meer terug van het zelfdenkersgevoel dat ik bij fietsen en fietsers zo leuk vind.

Ik begon me als bagagefietser een beetje te vervelen. Mijn geluksgevoel op de fiets heeft sterk te maken met nieuwe dingen doen en ongewone dingen doen. Mezelf uitdagen, het ongemak opzoeken, op m’n tenen lopen. Dan voel ik dat ik leef. De tochten die ik de afgelopen jaren heb gefietst waren geweldig, maar sinds Berlijn – in oktober 2019 – raakte ik ervan overtuigd dat bagagefietsen (nog) beter en leuker kon. Dat gevoel sluimerde al langer. Misschien begon het toen ik tijdens een dagje nietsdoen op een camping aan de Zweedse Höga kusten ‘Fietsers afstappen’ ontdekte, de website van Walter Hoogerbeets. Geen overtuigder ligfietser dan hij. Ik herkende veel van z’n gedrevenheid over het fietsen en over de keuze van je fietsuitrusting. De inspiratie was geboren. In directe zin omdat ik besloot m’n eigen (deze) site te beginnen, in indirecte zin omdat ik geïnteresseerd raakte in ligfietsen.

Alles komt samen

Afgelopen jaar ging ik zwerven door het internet. Las fietsverhalen en ligfiets-info en keek op YouTube naar ligfiets-video’s. Deze video gaf de doorslag. Toen wist ik zeker: dat wil ik ook. Niet de sokken-in-sandalen (hoest, sorry :-)), wel de ultra-relaxte manier van het bagagefietsen op een ligger. Alles kwam samen. Wat je met een ligfiets kunt (woon-werkverkeer én bagagefietsen, net zoals met m’n rode Vittorio), de voordelen van liggers, het zelfdenken dat van het ligfietsen en ligfietsers afstraalt, het feit dat Nederland een paar top-ligfietsfabrikanten heeft, het nieuwe avontuur. Ik besloot Nazca ligfietsen te mailen voor een proefrit.

Proefrit

Half november was het toen Elsbeth en ik bij Henk en Monique in Nijeveen (iets boven Meppel) de eerste meters op een ligfiets maakten. Ik ging bij de eerste start meteen plat het gras in, maar bij de tweede poging om weg te fietsen bleef ik overeind en keek ik vanaf het zitje over het (klap)stuur het Drentse land in en dacht ‘hier kan ik beslist aan wennen’. Een paar bochten en landwegen verder dacht ik ‘dit is leuk, dit is heel leuk’. We reden dertig kilometer, via Giethoorn en in een steeds kouder wordende middag- en avondlucht. Het werd te snel donker en kil, we moesten nog een paar kilometer en hadden geen goede verlichting bij ons. Op een voor mij nog nerveuze fiets op smalle landwegen ingehaald worden door auto’s, terwijl ik zelf heel weinig zag en hypergeconcentreerd bezig was om vooral niet te zwabberen, was een intense ervaring. Toen we zonder ongelukken de fietsen inleverden, Henk en Monique bedankten voor alle informatie en terugreden naar Amersfoort was er een zaadje geplant. Al wist ik nog niet precies wat daar uit zou groeien.

Vreemd genoeg was ik blij met deze eerste, bepaald niet stressvrije kennismaking met het ligfietsen. In het voorjaar, als de zon schijnt en de vogeltjes fluiten, is elke proefrit op elke nieuwe fiets een feestje. Hier moest ik bij mezelf te rade gaan: als ik de omstandigheden wegdacht, wat vond ik dan van het gevoel, de zit, het uitzicht, wat vond ik van het fietsen zelf? Als ik me op die dingen focuste, zou mijn beslissing het juiste fundament hebben. Ik beloofde mezelf om het de tijd te geven en om te kijken wat er boven zou komen drijven. Op 6 januari ging ik opnieuw naar Nijeveen, dit keer om een ligfiets te bestellen.

De velomobiel

Toen ik me verdiepte in ligfietsen en ligfietsbouwers kwamen een paar namen steeds weer bovendrijven: Challenge, M5Nazca en Velomobiel. Dat zijn niet alle ligfietsbouwers, maar in Nederland wel de populairste. Ik was het meest geïntrigeerd door de velomobiel, een driewiels-ligfiets die volledig is omsloten door een aerodynamische polyester-carbon carrosserie. Meer een mens-aangedreven voertuig dan een fiets, inclusief remlichten, bagageruimte en zijspiegels. Een werkelijkheid geworden kinderdroom van een trap-skelter die voelt als een auto. Die cockpit, die vorm, die snelheid. Toen oudste zoon Dirk in Dronten moest zijn voor deelname aan het NK ploegentijdrit (voor nieuwelingen/junioren), en ik als sponsor/trotse vader/chauffeur/coach uiteraard meeging, hebben we beiden een proefrit gemaakt in een Quest. Eerlijk? Het was het niet. Een gehorige grote denderbak met een nerveus ieniemienie-stuur waarin het fietsen allesbehalve soepel ging. Dus staat er over een paar jaar waarschijnlijk een Quest in onze garage. Maar nu werd het geen velomobiel.

Eigenlijk wist ik dat al. Een dichte (aerodynamisch optimale, maar zwaardere en grotere) ligfiets komt het beste tot z’n recht als je vanuit huis regelmatig (zoals bij woon-werkverkeer) lange en vlakke stukken fietst, met en zonder bagage. Wat ik zoek is een fiets voor van en naar m’n opdrachtgevers, voor bagagefietsen in heuvels en bergen, die in de trein meekan en die als het een keer echt moet ook op de achterdrager van de auto past. Ik richtte me daarom op een open ligfiets.

Achtkante molens in Kinderdijk, op een van m’n eerste tochten met de ligfiets, naar een opdrachtgever in Rotterdam en de volgende dag terug naar Amersfoort. Door de COVID19-pandemie waren de fietspaden en waterpartijen langs de beroemde molenrijen leeg. Ik telde vier fietsers en vijf wandelaars. Ik was er nog nooit geweest, de timing had niet beter gekund.

Brute, maar te fietsen weg op het hoge deel van de Karakoram Highway, Pakistan. Inmiddels op zo’n 4000 meter.

De open ligfiets

Het beeld dat naar voren kwam van de drie genoemde bouwers was dat M5 hightech fietsen maakt die vooral licht en snel zijn. Tot aan een volledig carbon versie toe, waarmee je Tom Dumoulin waarschijnlijk tot een snotterend hoopje ellende rijdt. Maar Middelburg vond ik iets te ver uit de route, en higtech was niet wat ik zocht. Challenge gaat over prachtige vormen in aluminium, beetje delicaat, maar snel en licht. Nazca maakt desgewenst ook snelle liggers, maar vooral werkpaarden. Comfortabel, niet te laag (prettig als je de overstap van een gewone fiets maakt), niet te kwetsbaar en met sterke en niet-starre stalen frames. Geschikt voor dagelijks gebruik en voor verre tochten met bagage.

Ik raadpleegde opnieuw m’n gevoel waarmee de zoektocht begon: dat gevoel wees naar Nazca. Ik ben m’n fietsleven lang een overtuigd liefhebber van stalen frames en van fietsen die een opdonder kunnen hebben. Comfort en robuustheid vind ik belangrijker dan gewicht en snelheid. Dat heeft bij de fietsen waarop ik lange reizen heb gemaakt steevast geleid tot nul problemen met frames, velgen, spaken en dragers. Nooit iets gebroken, gebarsten of gescheurd. Alles wat moest bewegen en draaien bleef dat bovendien onbekommerd doen. Dat gaf, zeker toen we in gebieden fietsten waar de wegen bruut waren en de omgeving vijandig, heel veel rust en vertrouwen. Op onze fietsen konden we altijd rekenen, buiten een keertje vet en kogeltjes vervangen van een naaf (in de woestijn in Pakistan) hebben we er nooit wat mee gehad behalve heel veel plezier. Dat zocht ik ook in een ligfiets. Het oriënterende gesprek met Henk en Monique in november gaf meteen de indruk dat ik dat bij Nazca zou vinden, op de een of andere manier klopte alles. Het werd een meloengele Gaucho Tour 26 – die ik heb leren kennen als een erg fijne fiets, mijn fiets.

M’n eerste ervaringen

Tijdens de eerste 1062 liggende kilometers vielen me de volgende verschillen op met de Vittorio waarop ik de laatste jaren fiets, met en zonder bagage:

Prins Willem-Alexanderbrug (Waalbrug).

Fietshouding
De houding op een ligfiets is, in één woord, briljant. Het is een van de dingen die me tijdens de proefrit gevoelsmatig over de streep trok. Toen ik een tijdje geleden een avondrondje fietste op m’n Vittorio voelde dat als de overstap van een cabrio naar een dichte auto. Op een ligfiets heb je een soort duizend-inch breedbeeld-TV blik op de wereld. Ik zie vogels over me heen vliegen, de wolken helemaal, kerktorens tot bovenin. Je hebt ‘toegang’ tot het interessantste deel van je normale blikveld, met de minste moeite (geen, je kijkt gewoon recht vooruit). In detail:

  • heel erg wennen: de stabiliteit. Wegrijden en stoppen vond ik spannend, elk rood verkeerslicht had ik liever niet gehad. Ik ben bewust vaker korte ritten gaan maken om dat snel achter me te laten. ‘Doen, doen, doen’ werkt het beste, zo bleek ook hier;
  • geen belasting meer van m’n handen en polsen, idem voor m’n kont en kruis. Ook daarbij merkte ik het grote verschil pas toen ik weer eens op m’n Vittorio reed. Het comfort van een ligger is veel groter;
  • m’n schouders ontbreken in het lijstje van het vorige punt: die worden bij een ligfiets wel degelijk belast, maar anders. Bij een gewone fiets steun je erop (hetgeen ik in tegenstelling tot de belasting van polsen/handen/kont niet als vervelend ervaar), bij een ligfiets met bovenstuur hangen je armen niet-ondersteund aan je schouders. Doen ze dat niet altijd? In je dagelijks leven steunen je armen nogal eens op een tafel of bureau, of bewegen ze. Op een ligfiets met bovenstuur hangen ze lang achter elkaar in een geknikte positie, ik merk dat ik regelmatig even m’n armen moet strekken om irritatie te voorkomen;
  • ik heb minder snel behoefte aan een stop, ik fiets langere stukken achter elkaar. Na een stop bij een bankje is het niet ‘helaas terug op het zadel’, maar ‘terug op het comfortabeler zitje’;
  • bij het trappen zijn ook je bilspieren aan het werk. Bij een ligfiets ‘zit’ je daar meer op dan bij een gewone fiets, tijdens een langere rit voel ik soms m’n billen;
  • oneffenheden in de weg zijn duidelijker voelbaar. Je contactvlak met de fiets (via het zitje) is veel groter dan op een gewone fiets. Daar voel je de schokken in je bekken en onderrug, bij een ligfiets voelt je hele bovenlijf die. Dat klinkt heftig, maar is het in de praktijk niet. Je rug wordt door het anatomisch gevormde (met een ‘kronkel’ die de natuurlijke vorm van je rug volgt) zitje overal ondersteund. Maar veel belangrijker: juist vanwege het grote contactvlak zijn ligfietsen geveerd. De (mechanische, dus zonder hydrauliek) vering van m’n Gaucho vangt die schokken feilloos op, na 1000 kilometer is de stugheid eraf en is een ribbel in het fietspad met m’n ligfiets minder vervelend dan deze op m’n Vittorio was. Bij flinke randen kom ik soms los van m’n zitje, m’n spieren ontspannen vermindert dit effect. Aandachtspunt bij een weg met veel oneffenheden: kaken op elkaar, ik heb wel eens een klappertandende kuil meegemaakt, daar moet je tong niet tussenzitten;
  • als ik m’n voet van het pedaal haal wil die naar beneden vallen. In het begin is dat een ongelooflijk gek gevoel;

    De (verstelbare) vering van m’n Gaucho.

  • bij een bovenstuur (klapstuur) zoals mijn fiets heeft zitten remgrepen, shifters en fietscomputer veel dichter bij je gezicht. Dit geeft mij een – prettig – gevoel van directe controle.

Fysiek
Wat mij heel duidelijk is geworden, is dat je op een ligfiets andere spieren gebruikt je spieren op een andere manier gebruikt. Vooral na de eerste rit (van zo’n 100 kilometer) voelde ik de spieren boven m’n knieën. Het traplopen thuis ging die avond, ehm, iets minder soepel. De volgende dag was dat grotendeels weer weg. Het volledig omgeschakeld zijn van je spieren duurt, lees ik, zo’n half jaar. Hoewel ik nu, na twee maanden, duidelijke vooruitgang merk, verbaast me dat halve jaar niet. Verder:

  • het niet vlak zijn van de weg heeft een veel directer effect op m’n snelheid. Bij een eenvoudige bolle brug over een sloot of vaart moet ik direct naar het oudemannen-verzet, als ik niet uitkijk verzuur ik al na een paar meter. Maar bij vals plat naar beneden zit ik in no-time op snelheden die hoger zijn dan bij een gewone fiets op datzelfde weggedeelte;
  • in algemene zin moeten mijn benen vooral wennen aan heuvelop. Ik merk ook dat dit in twee maanden tijd al verbeterd is;
  • ik hoorde, en heb dat zelf ondervonden, dat je bij een ligfiets goed op moet passen je knieën niet te zwaar te belasten. Als je bij een gewone fiets met een te zwaar verzet trapt, kom je uit het zadel. De ‘overdruk’ kan weg en gaat recht omhoog. Bij een ligfiets kun je je onderrug en bekken afzetten tegen het zitje, waardoor – als je met een te zwaar verzet rijdt – de overdruk niet wegkan maar op je knieën inwerkt. Ik heb daar wat mee geëxperimenteerd om het verschil bij wel/niet afzetten te voelen, en merkte het verschil in belasting (en irritatie naderhand) van m’n knieën. Als m’n benen nu hard moeten werken, bijvoorbeeld bij een klim, schuif ik heel iets naar voren in m’n zitje. Gaat het trappen dan nog steeds soepel, dan is het goed. Zoniet, dan schakel ik terug. Geen last van m’n knieën meer gehad;
  • die belasting van je knieën doet zich ook voor bij het wegrijden na een stop. Ik heb mezelf aangeleerd om voorafgaand aan een stop flink terug te schakelen, zodat ik in een laag verzet weer weg kan rijden. Helpt.

Rijgedrag
Ik heb heel erg moeten wennen aan de andere manier van sturen. Samen met de stabiliteit was dat beslist de grootste overgang. In het begin vond ik elke haakse bocht spannend, laat staan het mikken tussen twee paaltjes door. Het stuur voelde hypernerveus, het fietsen was leuk maar vergde heel veel concentratie. Dat is niet meer zo, het nieuwe sturen wende sneller dan ik verwachtte. Scherpe bochten blijf ik op een ligfiets wel lastiger vinden dan op m’n Vittorio. Andere dingen:

  • het rijden op zandwegen is beslist anders. Bij een ligfiets, omdat er meer druk op je achterwiel staat, gaat het achterwiel bij losse verharding (mul zand, grind) sneller schuiven. Mul zand en een ligfiets verdragen zich sowieso slecht. Op een ronde via de Veluwe, op de mooie Tweede Pinksterdag dit jaar, werd ik helemaal slecht van de overvolle smalle gravel-fietspaadjes, waardoor ik de zandweg parallel daaraan nam. Alles ging goed totdat ik, omdat het fietspad ineens leeg was, de oversteek terug naar het fietspad wilde maken. Tussen de zandweg en het pad lag mul zand, ik crashte spectaculair en kon nog net overeind blijven. Op m’n Vittorio had de snelheid mij door het zand geholpen, de ligfiets groef zich direct vast. Leermoment, kuch;
  • (verder gaat het rijden op onverharde wegen prima, al ben ik meer bedacht op het vermijden van los zand of kuilen);
  • snel aanzetten (wegfietsen bij een verkeerslicht, snel een drukke weg oversteken) gaat bij een ligfiets minder goed. Explosieve beenkracht kun je minder goed kwijt. Daar pas ik mijn rijgedrag op aan. Op een gewone fiets durf ik nog even snel die weg over te steken, bij een ligfiets neem ik dat risico niet. Ik stap af en loop naar de overkant. Dat doe ik overigens ook bij een beladen zit-bagagefiets.

Omgeving
Wat ik zelf geinig vind, is dat een ligfiets meer reacties oproept van de omgeving. Vooral jonge kinderen, honden en katten hebben direct door dat er een ander soort fiets voorbijkomt. De rest van de levende wezens langs de weg is bezig met hun telefoon of met gras eten. Die reacties zijn nooit negatief. “Dat is een gekke fiets!” komt van jonge kinderen, “zo’n fiets wil ik dus ook” hoor ik verrassend genoeg van sommige tieners, volwassenen hebben een lege blik of eentje van ‘ze verzinnen ook van alles’. Veel hoi’s en korte gesprekjes. Ik geniet daarvan. Niet-standaard zijn ervaar ik beslist als een genoegen. Andere dingen:

  • de invloed van wind is kleiner. Staat prominent op de pluspuntenlijst van een ligfiets, nu zelf ervaren. Een stevige zijwind doet echter meer met m’n evenwicht dan op een gewone fiets, maar dat kan ook onwennigheid zijn;
  • door de positie van je hoofd zijn je ogen als ligfietser meer blootgesteld aan zonlicht. Je hebt er meer profijt van, maar bij felle zon ook meer last. Op een mooie dag heb ik op de ligfiets altijd een zonnebril op;
  • op een zonnige dag draag ik een petje met klep. Omdat je recht tegen de (rij)wind inkijkt, waait dat sneller af dan op m’n Vittorio.
  • ik ervaar meer last van uitlaatgassen van brommers;
  • nooit eerder gemerkt dat wielrenners zo hard tegen elkaar praten;
  • paarden vinden ligfietsen eng. Mij misschien ook, maar op m’n Vittorio heb ik daar nooit iets van gemerkt. Ik nader paarden op elke fiets voorzichtig, maar op de ligfiets heb ik een steigerend paard meegemaakt. Een berijdster (van een ander paard, tijdens een andere rit) vertelde dat paarden schrikken van de naar voren gerichte benen (van de fietser). Het is vooral oppassen bij paarden met oogkleppen, die jou pas heel laat zien.

Backbone toptas. Met een webbing bandje schuif je die over de schaal van het zitje, onder de Ventisit. Omdat de tas ook op de drager steunt, gaat hij niet hangen – ook niet als hij vol zit.

Kleding en spullen
M’n kleding en uitrusting heb ik op sommige punten aangepast:

  • op m’n Vittorio had ik een racestuur dat met foam bekleed was, met daarop polyester-katoenen stuurlint. Het lint behoedde het foam in felle zon voor hard worden (en op den duur afbrokkelen) en absorbeerde zweet, waardoor ik altijd goed grip had op het stuur. Bij de rubberen handvatten van het klapstuur worden m’n handen snel zweterig. Fietshandschoenen van GripGrab (de ProGel is niet te dik gepolsterd, het gaat om de grip, niet om de demping) hebben dat verholpen en fietsen erg prettig. Bij wielrennen beschermen fietshandschoenen je handpalmen bij een val (die je instinctief met je handen opvangt), dat is bij een ligfiets minder aan de orde, maar mooi meegenomen;
  • bidonhouders op een ligfiets kan, maar de beide houders op m’n Radical Design toptas (zie hieronder) vind ik praktischer;
  • ik draag het liefst een gewone korte of lange outdoorbroek. Die heeft zakken, is vrijwel winddicht, droogt snel en kan ik ook ‘s avonds na de dagetappe aan. Zo’n broek mag geen dik riem-lusje middenachter hebben, dat gaat heel erg irriteren (je ligt erop). Dat merkte ik bij een ritje in een gewone spijkerbroek. De Haglöfs broeken die ik op tochten draag hebben twee (platte) riemlussen waar ik niets van voel;
  • op m’n Vittorio draag ik vanaf dagafstanden van zo’n 80 kilometer een fiets-onderbroek onder m’n outdoorbroek. Dat is een dunne polyester boxer met een niet al te dikke zeem. De zemen van een volbloed-fietsbroek zijn veel dikker dan nodig is op een bagagefiets-zadel, een fietsonderbroek is minimalistischer en kun je gemakkelijk combineren met elke ‘overbroek’. Maar elke zeem, hoe hightech ook, is een vochtbarrière. Een zeem wil je alleen als dat echt nodig is. Bij een ligfiets is dat niet het geval, dus exit zeem. Een gewone katoenen boxer absorbeert vocht als een dolle, maar laat dat nooit meer los. De naden ervan gaan bovendien schuren. Ik gebruik nu Craft sportboxers (ultradun, voor als het echt warm is) en naadloze boxers van Icebreaker (mengsel van merinowol en Tencel/lyocell, met een beetje nylon en Lycra). Met beide inmiddels goede ervaringen.
  • op m’n Vittorio had ik een framepomp, nu zit er een klein hogedruk-handpompje van Lezyne in m’n toptas;
  • tassen: ik heb geen ligfiets gekocht om vervolgens gewone fietstassen aan m’n bagagedrager te hangen. Aerodynamisch gezien zijn banaantassen op een ligfiets logischer en voor het weggedrag (stabiliteit) van de fiets beter. Welke? Voor mij een no-brainer. Radical Design, waarvan Elsbeth fietstassen heeft die de wereld zijn overgegaan, maakt mooie en sterke banaantassen. Door mijn achtergrond in de outdoorwereld word ik erg blij van het stikwerk en het materiaalgebruik van Radical (500 denier ripstop Cordura, lekker lompe en storingsvrije YKK 10 ritsen, National Molding gespen). Gekozen voor maat M, waarbij een set een inhoud van 55 liter heeft (de Ortlieb’s met flapsluiting voor m’n Vittorio zijn samen 42 liter). Rood. Voor dagelijks gebruik, en op tochten voor waardevolle en snel-bij-de-hand spullen, koos ik voor een oranje Backbone (rug-)toptas, ook van Radical. Als rugzakje te gebruiken, met twee bidonhouders en stabiel rustend op de drager. Op tochten wordt dat straks geel-oranje-rood, ik word er nu al blij van.

Aan de beurt

Afgelopen donderdag om 09:30 was het tijd voor de 1175,4 km-beurt van mijn Gaucho. Inmiddels zijn mens en machine zo op elkaar ingespeeld dat ik precies met die kilometerstand en op die tijd in Nijeveen bij Henk en Monique voor de deur stond. Ik schoof wat met mijn opdrachten en besloot vanuit huis heen en weer te fietsen, kon ik meteen ervaren wat het ligfietsen met bagage was. Om eerlijk te zijn vond ik dat vooruitzicht spannend. Stoppen, wegfietsen en in balans blijven heb ik nu stevig in de klauw, maar wat zouden twee banaantassen vol kampeerspullen met die balans doen? Ik had visioenen van gênant omvallende niet-meer-piepjonge mannen op gele ligfietsen, met passerende fietsers die hoofdschuddend dachten ‘koop dan ook een normale fiets’. En misschien zou ik wel stilvallen op de hellingen van die enkele heuvel op de Veluwe.

Op het fietspad langs de Randmeren, voorbij Zeewolde.

De Oldenhof, met op de achtergrond een echte John Deere.

Het was een openbaring. Om te beginnen had ik me erop voorbereid dat de tent achter op de drager zou moeten. Bij m’n Vittorio heb ik daar slaapzak en tent op liggen, met de rest van de spullen in twee achtertassen. De twee Radical banaantassen in maat M hadden weliswaar opgeteld 13 liter meer inhoud dan de achtertassen, maar omdat én tent én slaapzak én toptas op de drager zeker niet gingen passen, moest de slaapzak in elk geval in de tassen. Daarmee was die extra 13 liter wel opgebruikt. De tent zou daar zeker niet bijkunnen. Maar dat kon hij wel. Wat ik was vergeten, was de flinke inhoud van de Backbone toptas, waar nu veel zooi in zit die normaal gesproken in m’n achtertassen zat. Met (min of meer) alles wat ik op een meerdaagse tocht bij me heb, zaten noch banaantassen noch toptas vol. Wow. Dan het op-de-fiets-doen. Ventisit eraf, banaantassen op de schaal van het zitje, beetje friemelen met het afstellen van de zwarte webbing banden en… klaar. Hing als een huis. Ventisit erop, ik erop en weg, richting het noordoosten.

Klopje

Ik heb geen kilometer het idee gehad dat ik spullen bij me had. Balans geen probleem, wegfietsen en stoppen geen probleem en (op de terugweg) het klimmen geen probleem. Maar wel twee gazen ‘steekzakken’ bovenop de tassen waar ik snel m’n zonnebril in kwijt kan, of een Sultana, of wat dan ook. En ik kon m’n arm af en toe op een tas laten rusten, of die een klopje geven als op de flank van een paard. Een koning voelde ik me. Er zat een gelukkig mens op die gele Gaucho, afgelopen donderdag en vrijdag, want ligfietsen met bagage is wat ik wil.

Ik kampeerde op natuurkampeerterrein De Oldenhof, fietste de volgende ochtend naar Nazca en na de beurt (en een wederom leuk contact met Henk en Monique) van Nijeveen terug naar Amersfoort, via de Veluwe. Wat alleen nog maar een voornemen was, is nu voor mij een definitief plan geworden: volgend jaar april fiets ik van Amersfoort naar Rome. Op m’n Gaucho.

Wordt vervolgd, iedereen bedankt voor de reacties die maar blijven komen!

20 reacties

  1. Allemaal heel herkenbaar! En leuk dat het jou ook opvalt dat wielrenners altijd zo hard praten 🙂 Het mooie van het hebben van een ligfiets én een gewone fiets is dat je ook gewoon lekker af kunt wisselen! Soms is een ligger fijner, soms een velomobiel en soms een gewone fiets. Veel plezier op je ligger!

    Groet,
    Erik

  2. Een voor mij zeer begrijpelijk verhaal hoewel mijn start heel anders is geweest. Ik ben ooit begonnen met een racefiets door rugklachten en op advies van een specialist in het ziekenhuis eerst naar de ijsbaan en later de racefiets. Op een bepaald moment leek de overstap naar een ligfiets erg voor de hand te liggen en via internet was mijn eerste ligfiets een bijna nieuwe tweewielige met onderstuur. Na zo’n 2 jaar ( na het overlijden van mijn vrouw) ben ik me voorzichtig gaan oriënteren op een driewielige Velomobiel en het werd een Quest. De eerste reed ik na ruim 54.000 km tegen een auto aan en door wat geluk mankeerde ikzelf niets maar de fiets was er slecht aan toe. Door medewerking van de mannen bij Velomobiel reed ik binnen 2 weken weer met een nieuw Quest die ik afgelopen december heb ingeruild met een km stand die boven de 137.000 km was gekomen. De huidige fiets kocht ik weer in Dronten en daar heb ik ondertussen ook al ruim 7.000 km mee gereden en binnen een aantal maanden zal de totaalstand die ik met een Quest heb afgelegd de 200.000 km passeren en dan te bedenken dat ik na mijn 65e ben begonnen en in augustus hoop ik 80 te worden, blijf in beweging.

    • Een verhaal waar ik ‘u’ tegen zeg, bedankt voor de persoonlijke reactie. Mijn respect voor de bezieling en volharding die eruit spreekt. Het voedt mijn hoop dat ik nog lang kan blijven fietsen, want dat gaat bij mij tot aan de wortel. En wat de Quest betreft… die proefrit móest ik gewoon maken, maar kwam voor mij denk ik te vroeg. Teveel dingen tegelijk die nog onwennig voelden. Ik bracht het een beetje gekscherend, maar dat cockpitgevoel blijft hardnekkig in m’n hoofd hangen, dat dossier is zogezegd nog niet gesloten :-). Bedankt voor de inspiratie!

  3. Top keuze! Gefeliciteerd! Goed je huiswerk gedaan.
    De Gaucho met bovenstuur is misschien niet een beginnersfiets, maar na gewenning aan het bovenstuurfietsen een uitstekende all round toekomst investering. Daarmee kun je woon-werk EN een wereldtour aan. Alleen de Challange van Walter is meer hightech en verfijnder maar daar zit je duidelijk niet op te wachten. Zelf zou ik ook kiezen voor de Gaucho. Ook de Raptobike midracer zou een goede keus geweest kunnen zijn. Een voorwiel aangedreven fiets is bijzonder lastig voor een beginnend ligfietser, maar dat model heeft de handige eigenschap deelbaar en verstelbaar te zijn zonder gedoe met een hele lange (vieze) ketting. Zeker als je fiets met openbaar vervoer mee moet naar het verre buitenland.

    Mijn advies; Blijf vooral oefenen. Dat zal niet het probleem zijn zo te lezen. Maar durf ook uit te proberen. Verstel eens de bracket of de stand van je zadel. Experimenteer met soorten en diktes van banden. Soorten en diktes van zitmatten. De stand van je stuur en handgrepen. Het kan allemaal bij vrijwel alle Nasca modellen. Voel je een krampje of pijnje? Kijk of een andere stand verbetering of verlichting geeft. Ligfiets moet uiteindelijk vrijwel irritatieloos gaan. Zeker vrij van pijn, tenzij je zelf echt wat mankeert. En als laatste maar misschien nu nog wat te vroeg: Overweeg klikpedalen en fietsschoenen met stevige zolen die de druk over je voetzolen verdeeld. Het blijft een compromis tussen makkelijk lopen en degelijke overbrenging van je trapkracht op de pedalen. Maar zeker een belangrijk punt van aandacht en verbetering van het ligfietsgenot. En mogelijk ter voorkoming van blessures aan de voetzolen. Want zo te lezen ben je niet voor het eten thuis fietser, dus slapen, brandende of juist koude gevoelloze voetzolen liggen op de loer. Een typische klacht van lange afstand ligfietsers

    • Bedankt voor je adviezen, het experimenteren met instellingen ga ik beslist doen. Wat klikpedalen betreft: in eerste instantie dacht ik ‘tot nu toe had ik ze niet nodig, maar op een ligfiets zal ik er niet aan ontkomen’ (om geen spierkracht te verliezen aan het op de pedalen houden van je voeten). Ik heb bij aankoop de pedalen van m’n gewone bagagefiets overgezet op de Gaucho, omdat én wennen aan de balans én voor het eerst met klikpedalen rijden me wat teveel van het goede leek. ‘Klikpedalen is stap twee, wanneer ik m’n balans op orde heb’, was het idee. Dat idee is niet meer actueel. M’n MKS Always (te zien op https://www.youtube.com/watch?v=DyZiGhHn1jE) hebben een dermate groot oppervlak in combinatie met zoveel grip (pinnetjes) dat m’n voeten op de pedalen blijven hangen als ik m’n beenspieren volledig ontspan. De grootte en grip van deze pedalen waren de reden dat ik ze op m’n Vittorio had: m’n schoenen gaan niet schuiven en de druk wordt over een groot oppervlak verdeeld, waardoor ik zelfs op Teva-sandalen kan fietsen en geen last van m’n voeten heb.

      Over klikpedalen in het algemeen: als hulptrainer (veldrijden) bij een wielervereniging ken ik de argumenten voor klikpedalen. Maar wanneer bij m’n huidige pedalen fixatie en drukverdeling als argumenten wegvallen, blijft efficiency over. Volgens GCN (zie https://www.youtube.com/watch?v=CNedIJBZpgM) is het efficiënter zijn van klikpedalen nog maar de vraag, ik vond het wel geinig dat ze een soort wielren-natuurwet ter discussie stellen. Voor mij persoonlijk geldt: als reiziger op de fiets wogen, bij gebrek aan duidelijke voordelen, de nadelen tot nu toe zwaarder (zie mijn pagina over winterfietsen). Maar ik ga het op de ligfiets (toch) een keer proberen!

  4. Wat een leuk verhaal en positief kritisch. Het is heel goed dat het zo mooi beschreven wordt.

    Een dingetje. Met een zitfiets wordt meestal in ligfietskringen een fiets zoals de Giant Revive bedoeld. De leuning is dan meer bedoeld als comfort en er staat veel minder druk op. De druk is het meeste op het zadel en achterop je bekken en de houding van je lichaam is rechtop. Als we het hebben over een “gewone” fiets, dan hebben ligfietsers het meestal over een bukfiets. Ook een damesfiets wordt daarmee bedoeld. De houding is meer voorover gebogen en de druk is meer aan de voorkant van je bekken. Een racefiets is daar natuurlijk het duidelijkste qua houding. Bukfiets wordt als een negatieve opmerking gezien, maar het is over het algemeen een duiding van de houding.

    • Dankjewel, met veel plezier gedaan. Wat dat ‘zitfiets’ betreft: die zag ik aankomen, maar ‘bukfiets’ ging me (nog) iets te ver. Het heeft, onbedoeld, toch een denigrerende bijklank. Na veel kilometers op een eh… bukfiets gaat me die term nog niet goed af. Ik houd zoals gezegd erg van zelfdenkers (en vind inmiddels de houding op een ligfiets zo voor de hand liggend dat ik me verwonder over hoe weinig ligfietsen ik zie), maar wil me hoeden voor al teveel wij-zij denken (dat zeg ik nu :-)).
      Update: inmiddels overal ‘zitfiets’ weggehaald.

  5. Wat leuk om te lezen en mee te maken welke keuzes je maakt. Er zijn geen verkeerde keuzes, behalve als ze niet passen. Mijn ligfietservaring begon bij Raptobike waar ik bijna meteen op een low racer kon wegrijden. Na het afhalen heb ik er echt op leren rijden met veel vallen en opstaan en ook lopend, zoals op de allereerste helling die ik niet haalde :-). Het is allemaal te leren en voelt daarna sensationeel. Inmiddels rij ik een Challenge met 24 inch banden waar ik me helemaal op los en thuis voel. ik ben benieuwd hoe snel het M5 motto ontdekt dat eigenlijk voor alle ligfietsen geldt: meer meters met minder moeite. Pas na een tijdje begrijp je wat minder weerstand is dan bij rechtop zitten en wat dat betekent voor je energie en gemiddelde snelheid. Ligfietsen is een ontspannende inspanning. In deze corona tijd heb ik hem weer helemaal ontdekt en zijn tochtjes van 50 of 70 km heel normaal. Maar veel meer kan ook, rustig aan en blijven trappen en sturen. Heel veel plezier in het verder ontdekken. Er zijn altijd ligfietsers met tips, of die je verder willen helpen met materialen of uitproberen ervan.

    • Dankjewel, het is wonderlijk wat me overkomt. Ik schrijf al een tijdlang hele verhalen over tochten en andere dingen op deze pagina’s en krijg zelden reacties. Ik schrijf één pagina over ligfietsen en krijg er in drie dagen tijd zes, allemaal in de trant van ‘welkom bij de club’. Dat waardeer ik ontzettend en bevestigt het beeld dat ik heb van ligfietsers en het ligfietsen. Dankjewel iedereen!

  6. Een maal klikpedalen, altijd klikpedalen. Lees maar na op “ligfietsers.nl”. Zet ze op de meest losse stand en je komt altijd los, ook als je in paniek je voeten aan de grond wilt brengen. Het scheelt je zoveel kracht die je nu gebruikt om je voeten hoog te houden. Ik heb gereden op een Nazca Pioneer maar ben nu volledig over naar mijn Velomobiel Strada. Hoop nog veel van je en over je tochten te lezen! Groet, Gert

  7. Hallo Piet. Fijn dat je nu ook ‘over’ bent gestapt. Mooie site en mooie verhalen. Als je in de buurt van Twente bent kun je me tegenkomen. Hartelijke groet en geniet ervan!

  8. Mooi verslag en fijn om te lezen. Grappig om te lezen dat je een veel geschreven gevoel overneemt. Dat je op een ligfiets “andere spieren” gebruikt. Mogelijk gebruik je dezelfde spieren anders. Fietsen is niets meer dan beenstrekkingen vanuit de heupen. Hooguit een veranderde zithoek zal gewenning geven op de bilspieren. Ik heb nooit verschil gemerkt tussen de verschillende fietsen. Rechtop of meer liggend in mijn VM, M5 of Nazca. Het blijft gewoon fietsen, maar comfortabel liggend heel fijn.

    Piet Vis.

    • Bedankt. Ik ben het eens met je analyse, het blijven (allicht) dezelfde spieren, maar met een andere balans wat belasting betreft. Dat laatste is een eigen constatering, van (na langere ritten) spiervermoeidheid op andere plaatsen (niet alleen m’n bilspieren) dan ik gewend was op m’n Vittorio. Als andere beginnende ligfietsers dat ook merken, zou dat natuurlijk best een fysiologische basis kunnen hebben :-). Ik heb het er graag voor over en de gewenning vordert merkbaar, de fietshouding is onovertroffen.

  9. Beste Piet,
    Mooi verslag en een mooie ligfiets!

    Ik ben zelf een aantal jaar geleden begonnen op een flevobike basic via marktplaats als probeerfiets, kijken of het wat is, dat ligfietsen.
    Nu een aantal jaren later zijn er een paar bijgekomen, Een HP Velotechnik grasshopper, een flevobike bike (knik-kantelstuur) en een ligfiets tandem , de Quetzal van Nazca. Ook de Quetzal is een aanrader, mocht je met z’n tween willen fietsen, maar wel voor gevorderden!
    Zo zie je maar waar een marktplaats probeerfietsje toe kan leiden.
    Binnenkort de ronde van Nederland afmaken. Ben halverwege, ook een erg leuke tocht!

    Leuke informatieve website heb je!

    Groet,
    René

    • Dankjewel! Een ronde van Nederland is, als deel van een veranderde zomerplanning dit jaar, in me opgekomen. Klinkt heel goed, zet je die zelf uit of bestaan daar tracks van? Vakantie in eigen land tweede keus? Mmm, hoeft niet als je fietst! Kan ik je belevenissen ergens lezen?

  10. Joepie, een ligfietser erbij in Amersfoort 😉 Wij gebruiken de ligfiets weliswaar met name voor vakantie, maar dat is dan ook echt genieten. En inderdaad, anders dan anders. Vier ligfietsen in colonne door Frankrijk, waarvan 2 kinderen en 1 met aanhanger – dat zien ze niet iedere dag. Maar zelfs als je die aandacht niet nodig vindt – het comfort en de snelheid die je ervoor terugkrijgt zijn het echt wel waard. Door de relaxte houding genieten we veel meer van de omgeving.
    Zelf fiets ik al heel lang met SPD, juist omdat mijn voeten anders van de pedalen vielen. Al moet ik zeggen dan het hier 50-50 is, voor en tegen klikken.

    • Ha leuk, wie weet tot ziens! Ik zag laatst bij Stoutenburg, op de terugweg van een rondje Otterloo, wel een gele (volgens mij) Nazca snoeihard voorbij komen, en op het fietspad langs het spoor (bij de Hooglandseweg) zie ik regelmatig een Strada. Herkenning? Aandacht is leuk, maar ik ben er al wel achter dat kamperen met ligfiets betekent dat je eerst drie ligfiets-clinics moet geven voordat je aan eten toekomt :-).

Geef een reactie

Velden met een * zijn verplicht. Geen nood: je e-mailadres wordt niet gepubliceerd en is niet zichtbaar voor anderen.


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.